Tekenaar Piet van der Hem: luminist in de lokale politiek

De opvallendste en meest virtuoze schilderijen die Piet van der Hem (1885-1961) heeft nagelaten zijn de talloze scenes uit het internationale uitgaangsleven, die hij tijdens of na zijn reizen naar Parijs, Rome, Spanje, Moskou en St. Petersburg maakte. In nachtclubs, kroegen, danshuizen, theaters, de arena voor het stierengevecht, cabarets en restaurants, of gewoon op straat onderging hij het altijd durende feest, raakte opgewonden door de sfeer van kleurige schemering, de roes van drank en vrouwen, de warme geur van zweet en parfum. Van die participerende opwinding getuigde hij in zijn lange reeks getekende en geschilderde boheme-voorstellingen, hij maakte een bekwaam en boeiend verslag waarin de figuranten vrolijk, dronken, zielig, doortrapt en uitdagend zijn. In dit deel van Van der Hems oeuvre zijn de vertrekpunten naar andere delen van zijn langdurige werkzaamheid duidelijk te herkennen. In de zorgvuldige typering van de vele gezichten in de kroegen en dancings wordt de portretschilder aangeduid die hij later worden zou. Het karikaturale vermogen waarmee Van der Hem de composities opzette en de figuren erin gestalte gaf markeert de lijn naar de honderden politieke prenten die hij sinds 1914 voor dag- en weekbladen zou maken.

Een aantal tientallen van dat soort prenten zijn op het ogenblik bijeengebracht in Museum Het Schielandhuis in Rotterdam. Aanleiding voor de expositie is de verwerving door de Atlas van Stolk in die stad van een collectie prenten door Van der Hem waarmee de al sinds de jaren dertig bestaande verzameling politieke platen kon worden uitgebreid.

Piet van der Hem, afkomstig uit Friesland, opgeleid aan de Kunstnijverheidsschool en de Rijksacademie in Amsterdam, was schilder, tekenaar, etser en lithograaf. In de jaren voor de eerste wereldoorlog behoorde hij met onder anderen Mondriaan, Jan Sluyters en Leo Gestel tot de luministen, een avantgarde die de nieuwe uit vooral Frankrijk afkomstige stromingen van die dagen volgde. Van der Hem heeft zich daar echter spoedig van losgemaakt om zijn eigen, dichter bij de traditionele figuratie liggende weg te gaan. Met Toulouse-Lautrec als inspirerend voorbeeld deed hij dat dus in het Europese uitgaansleven, maar kwam via een soort bezinningsperiode in Volendam tot een rustiger oeuvre als veelgevraagd portrettist, die opdrachten kreeg van regering en vorstenhuis. Daarnaast ligt zijn carriere als tekenaar van politieke prenten en ook van reclame-affiches waarop nu in Rotterdam de nadruk valt. Hij begon als tekenaar bij het weekblad De Nieuwe Amsterdammer, een door de uiterst linkse journalist H. P. L. Wiessing opgericht blad, nadat deze om politieke redenen ontslagen was als hoofdredacteur van De Amsterdammer, beter bekend als De Groene. Het nieuwe blad kreeg de bijnaam De Mosgroene. In zijn memoires vertelt Wiessing hoe verheugd hij in 1914 was voor zijn nieuwe blad een van de 'allerbeste jonge tekenaars' te hebben kunnen interesseren en beschrijft hem na de eerste kennismaking als 'een salonjonker om te zien, een gentleman van het land om hem te beleven.'

De karakterisering wordt fraai ondersteund door een atelierfoto uit die tijd waar de dan 29-jarige Van der Hem op door slobkousen gedekte lakschoenen voor een ezel staat, met daarop een doek met ruim levensgroot afgebeelde mondaine vrouwen.

Na de 'Mosgroene' en enkele andere bladen werkte Van der Hem jaren achtereen voor het weekblad de Haagse Post. Op de tentoonstelling in Rotterdam is goed te zien dat politieke tekenaars uit die jaren veel minder dan nu de makers waren van snelle pictogrammen. Hun commentarierende werk, dikwijls voorzien van verklarende en extra-ironiserende onderschriften, was doorwrocht en gedetailleerd, vroeg er om echt bekeken te worden. De figuren erop, buitenlandse en lokale staatslieden, waren veel meer dan tegenwoordig naar het leven getekend met slechts lichte karakteriseringen. Daardoor leken de situaties waarin zij gemanoeuvreerd werden niet zo erg onmogelijk, hetgeen dikwijls bijdroeg aan het venijn van de platen. De onderwerpen werden op speciale redactievergaderingen vastgesteld, de tekenaar voerde uit wat gezamenlijk besloten was. Hij maakte verbruikskunst, die toch wat langer meeging: dikwijls werden de platen los verkocht, ze waren dus collector's items. Ook de reclame-affiches uit die tijd waren breder opgezet, hadden meer kunstzinnige pretentie dan nu. Bekende kunstenaars schaamden zich er niet voor hun naam aan dat commerciele werk te verbinden: Jan Sluyters, Willy Sluiter, Piet van der Hem, die bijvoorbeeld voor het automerk Spijker enkele romantische platen maakte.

In zijn politieke werk herkennen wij de soepele virtuositeit die hij in zijn boheme-doeken ontwikkelde, soms ook keren de figuren uit die tijd terug. De Spaanse-griep-epidemie in ons land wordt bijvoorbeeld in een tekening begeleid door een vilein-gemene Spaanse castagnette-danseres die zich bij de burgerlijke stand in een Nederlandse stad laat inschrijven. Zoals gezegd is in het politieke werk de visie van de Toulouse-Lautrec voorbeeldig, maar ook de aanpak van het toen gezaghebbende satirische blad Simplizzimus. De afsluiting van de Zuiderzee, de schoolstrijd, rumoer rondom een nieuwe spelling, de crisis, armoe, opkomende fascisme, ruzies tussen de regering en Amsterdam het komt allemaal aan de orde naast sociale karikaturen die Van der Hem van mensen als Colijn en Treub maakte. Het zijn eigenlijk prachtige portretten, de karikaturale overdrijving van markante gelaatstrekken werkt eerder onthullend dan bespottend. Na het overzicht dat in 1987 door het Fries Museum in Leeuwarden aan Van der Hem werd gewijd is de expositie in Rotterdam een zinvolle detaillering van zijn veelzijdig oeuvre.

Tentoonstelling: Piet van der Hem als politiek tekenaar; t/m 28/10 in Museum Het Schielandhuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. Di t/m za 10-17 uur, zo 13-17 uur.