Saddam dreigt de arme Arabieren armer te maken

AMSTERDAM, 11 aug. 'Redt Mekka en het graf van de Profeet Mohammed van de bezetting! De Arabieren moeten de buitenlandse troepen een heilige oorlog verklaren.' Met deze oproep heeft president Saddam Hussein van Irak gisteren de oorlog verklaard aan vrijwel alle andere Arabische leiders. Saddam riep de heilige oorlog uit, de jihad, tegen Israel, de Verenigde Staten en 'de corrupte Arabische leiders die de deuren openzetten voor de Amerikaanse troepen'.

De Iraakse troepen zouden tegen de buitenlandse interventie ten strijde trekken. 'Mede-Arabieren, moslims en gelovigen in God, waar jullie ook maar zijn! Dit is jullie dag!', aldus de verklaring van de Iraakse president die tot een volksopstand aanspoorde tegen de inmenging van het Westen in de Golf en tegen 'de agenten van de buitenlanders', dat wil zeggen: tegen het huis Saoed dat Saoedi-Arabie regeert.

Saddams verklaring was evenzeer gericht tegen president Mubarak van Egypte. De Iraakse leider deed namelijk een beroep op de Egyptische bevolking de buitenlandse marineschepen tegen te houden. 'Broeders in Egypte! Jullie dag is gekomen. Dit is jullie rol. Houdt de buitenlandse vloten tegen die door het Suezkanaal varen.'

Een paar dagen geleden had Mubarak bekendgemaakt dat hij oorlogsschepen van landen waarmee Egypte niet in oorlog was, de vaart door het Suezkanaal niet kon verbieden.

Saddam legde zijn oorlogsverklaring af op het moment dat de Arabische Liga in spoedzitting bijeen was om de Arabische wereld voor uiteenspatten te bewaren. Hij had dat tijdstip zeer bewust gekozen: hij wilde aantonen dat hij en alleen hij de toekomst van Koeweit en van de hele Arabische Natie bepaalt en niet de overige leiders van de Liga. Vandaar dat Saddam doorging op de koers die hij de afgelopen maanden naar het voorbeeld van de Egyptische president Gamal Abdel Nasser was ingeslagen: over de hoofden van de Arabische leiders zich direct wenden tot de Arabische man in de straat met de blijde boodschap van Arabische her- en vereniging. Vandaar ook dat Saddam zich met zijn heilige oorlog nu voor het eerst in zijn bestaan tot de moslim-fundamentalisten richtte en daarbij de argumenten kopieerde van zijn aartsvijand van gisteren: de Islamitische Republiek Iran.

Zeer dierbaar

De voorvechters van Arabische eenheid beroepen zich op een denkbeeldige geschiedenis. Daarom zei de Iraakse ambassadeur bij de VN donderdag: 'In het verleden was de Arabische Natie een en ondeelbaar (...) De kolonialisten veranderden de landkaart om de Arabische staten te verzwakken en ze zo te versplinteren. Daardoor versplinterde inderdaad de Arabische Natie en werd het voor hen moeilijk om met een stem te spreken. Zij veranderden de Arabische Natie in 22 Arabische staten of landen (...) Er was een deel van dit gebied dat Irak zeer dierbaar was en daarvan is het toen gescheiden: Koeweit (...) Daarom heeft de Revolutionaire Commandoraad besloten om dit weggenomen deel terug te geven aan ons land.' Saddam heeft de Arabische eenheid, die altijd als een droom was ontglipt, nu gedeeltelijk hersteld. Hij kon dat zo gemakkelijk doen omdat de Arabieren nauwelijks natiestaten kennen. Takhseen Bashir, een vroegere woordvoerder van president Sadat, pleegt steevast de overige Arabische staten aan te duiden als 'stammen met een vlag'. In de tribale samenleving draait alles om de eigen familie en de eigen clan die men verplicht is te beschermen, terwijl alle buitenstaanders in principe vijanden zijn die men gezamenlijk moet bestrijden.

De tribale en religieuze verdeeldheid waaronder de Arabische wereld ondanks alle ontkenningen nog steeds lijdt, was traditioneel reden voor voortdurende conflicten die tot de dag van vandaag voortduren. Honderd jaar geleden berichtte de Britse schrijfster Isabel Burton reeds over de wijze waarop men in Libanon met elkaar omging: 'Zij haten elkaar. De sunnieten excommuniceren de shi'iten en beiden haten zij de druzen. Iedereen verafschuwt de alawieten. De maronieten houden alleen van zichzelf en zij worden dan ook door allen verfoeid. De Grieks-orthodoxen hebben een afschuw van de Grieks-katholieken en de roomskatholieken. En allen verachten de joden.' Enkele jaren geleden schreef de Arabische schrijver Said Aburish: 'De Palestijnen verachten de Libanezen en beschouwen hen als onbetrouwbare lieden die te lange vingers hebben. De Libanezen haten en verachten uiteraard de Palestijnen en zij beschuldigen elkaar van walgelijke en asociale misdaden (...) Zij zijn daarentegen verenigd in hun minachting tegenover de Egyptenaren en de Syriers.'

De anderen

Overal in de Arabische wereld is er een scherpe, niet te overbruggen scheiding tussen de wij-groep en de anderen. Die anderen kunnen van het naburige dorp zijn, ja ook van het eigen dorp. Zelfs in de door Israel bezette Westelijke Jordaanoever bestaat die kloof, die door de intifadah, de Palestijnse opstand tegen Israel, nauwelijks is toegedekt: bijvoorbeeld tussen de oorspronkelijke inwoners van een dorp die over land beschikken, en degenen die in 1948 als vluchtelingen kwamen en vaak nog steeds als 'vreemdelingen' worden gezien.

Daarom ervaart vrijwel niemand in de Arabische wereld de met de PLO gemaakte afspraak als stuitend dat de Palestijnen nergens, behalve in Jordanie, de nationaliteit mogen krijgen van het land waar zij sinds tientallen jaren wonen.

In de Golfstaten zijn alle Arabieren 'van buiten' op grond van diezelfde tribale instelling vanzelfsprekend loonslaven. De circa 350.000 Palestijnen en 90.000 Jordaniers die samen met tienduizenden Syriers, Libanezen, Egyptenaren Tunesiers en Soedanezen in Koeweit wonen en werken, hebben het land opgebouwd en gemoderniseeerd.

Al deze gastarbeiders zonder rechten beschouwen de traditionele leiders van de Golfstaten als uitzuigers die zich met hulp van het Westen staande houden en de door de gastarbeiders verdiende centen in Westerse banken oppotten of in Westerse huizen van plezier verkwanselen. Op die onlustgevoelens speelt Saddam Hussein trefzeker in. Vandaar dat een Palestijn die voor de Israelische televisie vragen beantwoordde de gevoelens van misschien wel miljoenen Arabieren over Saddam vertolkte: 'Eindelijk is er een Arabische leider die met woorden geen genoegen neemt. Hij handelt, hij heeft een leger en hij weet dat te gebruiken. U jammert om (de Koeweitse) emir al-Sabah? Laat hij naar de duivel lopen! Wat heeft hij met zijn miljoenen gedaan? Hij heeft ze bij Amerikaanse banken belegd en zijn broers gaan van het ene casino naar het andere en van het ene cabaret naar het andere. Maar dit is pas het begin! Saddam Hussein is de grote hoop van het Palestijnse volk. Hij zal ons bevrijden. En hij zal jullie, Israeli's, leren wat het gebruik van geweld betekent.'

Vergissing

Afgelopen zondag legde koning Hussein van Jordanie uit toen hij nog geloofde dat Saddam de winnaar zou worden dat de crisis in de Golf 'gaat om nieuwe grenzen tussen de haves en de have-nots'.

Een paar dagen later realiseerde hij zich hoezeer hij zich had vergist. Want voor Jordanie was Koeweit, met een toegezegde bijdrage van 135 miljoen dollar, een kwart van alle Arabische steun, de grootste geldschieter. Bovendien maakten de Jordaniers en Palestijnen die in Koeweit werkten, zeer veel geld naar Jordanie over.

De Palestijnen in de bezette gebieden die in de Arabische wereld als de have-nots gelden, krijgen thans geen geld meer uit de Golfstaten. De Palestijnen in Koeweit hebben nu waardeloze Koeweitse dinaren. Shafiq el-Haut, een van de bekendste leden van het PLO-parlement, heeft al gezegd dat veel Palestijnen uit Koeweit die over Libanese, Egyptische, Jordaanse of Libanese paspoorten beschikken, in die landen een nieuw leven zullen proberen op te bouwen.

Saddam mag dan door velen worden gezien als de Arabische Robin Hood die de rijken hun rijkdom ontneemt om die aan de armen te geven, de kans is levensgroot dat de door hem veroorzaakte crisis de armen alleen maar armer maakt en de Arabische wereld nog onmachtiger, nu de schijn-eenheid door naakte vijandschap is vervangen.

Het grote rijk van Nebukadnezar, waar Saddam van droomde, dreigt als gevolg van de econmomische en de maritieme blokkade van Irak in Bijbelse doem te eindigen: 'Nebukadnezar werd verstoten, ver van de mensen, en gedwongen als de ossen gras te eten.'