ROEMEENSE RODDELS

Een titel als Het laatste bal van de vampier maakt ondertitels eigenlijk overbodig: wie anno 1990 een boek met die ijselijke titel in de non-fiction afdeling van de boekhandel aantreft en wel eens een krant leest weet over welke vampier het gaat: over Nicolae Ceausescu. En met zo'n titel kan hij zich ook ongeveer voorstellen wat hem tussen voor- en achterflap wacht: sensatie, horror, perfiditeit, indianenverhalen en nog echt gebeurd ook, want auteur Cees Zoon is journalist en is in Roemenie geweest. De koper van dit boek wordt in die verwachtingen niet teleurgesteld. Wie uit is op horror en bloed, op vlot weggeschreven verhalen over een perfide en machtswellustige dictator komt ruimschoots aan zijn trekken. Als toegift krijgt hij ook nog een geheel overbodig maar wel heel bloederig hoofdstuk over Dracula waarin de auteur alle registers aan smakeloosheid heeft opengetrokken. Het is een boek vol sinistere schurken, de Ceausescu's en hun knechten, en dat daar weinig nuances in zijn aangebracht is niet zo erg: het gaat tenslotte over een erkende vampier, een echte nog wel. De stijl is aangepast aan het thema. In het Roemenie dat Cees Zoon heeft gezien zijn voorsteden niet gewoon lelijk of saai maar 'weerzinwekkend' en de dictator is niet geexecuteerd, nee, 'een regen van kogels deed het bloed uit hem spuiten'.

Het zou allemaal heel amusant zijn als Het laatste bal van de vampier niet de pretentie had een serieus boek over curieuze feiten te zijn, geschreven door een journalist van het kwaliteitsblad De Volkskrant. Maar het is geen serieus boek: het is een al te snel opgeschreven allegaartje van feiten en halve waarheden, van roddel en achterklap, van Wahrheit und Dichtung, overgoten met een saus van laatdunkende schamperheid en zonder enig spoor van persoonlijke betrokkenheid. Erger: het boek wemelt van de fouten. Zelfs simpele biografische gegevens zijn niet nagetrokken. Het is vergeeflijk Doina Cornea een schrijfster te noemen: er zijn er meer die dat hebben gedaan. Het is ook nog wel acceptabel dat wordt gerept van 'koningin Carmen Silva', ook al heette bedoelde dame Elizabeth en was Carmen Sylva haar literair pseudoniem. Het wordt al problematischer als Zoon 'Roemeense namen met een universele weerklank' oproept en vervolgens schrijft dat de 'musicus' (nou ja: componist) Georgi (nou ja: George) Enescu in 1950 is begraven. Dat moet heel vervelend zijn geweest, want Enescu had toen nog vijf jaar te leven. Cees Zoon heeft het over 'de sopraan Victoria Cortez', die geen sopraan maar een alt is en die geen Victoria maar Viorica heet. Constantin Brancusi, door Zoon eveneens ten grave gedragen toen hij nog leefde, wordt zowel in de tekst als in het namenregister een schilder genoemd, maar was een van de grootste beeldhouwers van deze eeuw. Dada werd volgens Zoon 'uitgedacht'aan een Parijs' cafetafeltje in plaats van in Cabaret Voltaire in Zurich. Manea Manescu noemt hij 'de laatste premier van de dictatuur', wat hij niet was. Roemenie werd niet, zoals Zoon beweert, in 1877 een koninkrijk, maar in 1881.

Koning Michael regeerde niet van 1944 tot 1947, maar van 1927 tot 1930 en van 1940 tot 1947. De buitenlandse schuld van Roemenie bedroeg in het begin van de jaren tachtig niet 21 maar 11 miljard dollar. Roemenie werd niet aangevallen in de Eerste Wereldoorlog, het viel zelf aan. Het verloor in die oorlog niet 'bijna driekwart' van de 750.000 gemobiliseerde soldaten, maar iets minder dan de helft, en niet tien procent van de burgerbevolking maar vijf procent. De communisten begonnen na de oorlog niet 'direct met een assimilatiepoging van de etnische Hongaren'; het tegendeel is waar. Marta Bibescu was niet 'een maecenas in Parijs' maar een schrijfster. Voor Elena Vacarescu geldt hetzelfde. Roemeense Nobelprijswinnaars werden uit de Roemeense pers geweerd, schrijft Zoon, want hij kent George Emil Palade niet over wie in die Roemeense pers nog heel wat is afgeschreven. 'Van het begin af aan heeft de Conducator geeist dat alle hoge functionarissen een bewijs leverden van bloedzuiverheid, 'schrijft Zoon, daarmee bedoelend dat leden van de minderheden geen rol op hoog niveau konden spelen. Van Janos Fazekas, van Eduard Eisenburger, van Richard Winter heeft hij nooit gehoord. Dat ze alibileiders zonder zinvolle inbreng waren is iets anders - 'hoge functionarissen' waren ze in elk geval wel. En zo voorts. Dat zijn fouten over de discutabele uitlatingen (' Koning Karel II vestigde een dictatuur, in veel opzichten een voorloper van die van Ceausescu... ') hebben we het dan nog niet eens.

Als Cees Zoon praat met functionarissen die een rol hebben gespeeld onder het regime van Ceausescu liegen ze per definitie, want tenslotte hebben die mensen geen ander doel dan hun baantje onder het nieuwe bewind te behouden. Zo'n man 'begint elk antwoord met een ontkenning, draait zijn ogen alle kanten uit zonder een moment de journalist aan te kijken, vervalt soms in langdurig stilzwijgen en liegt zoals het in Roemenie niet eens meer gedrukt staat.'

Het is het proza van de weinig subtiele verslaggever die er niet in slaagt zijn slachtoffer vast te pinnen op concrete leugens en die nooit bereid is stil te staan bij de morele dilemma's waarvoor het schrikbewind van de Ceausescu's de Roemenen jarenlang heeft geplaatst. Zoon is scheutig met zijn gratuite morele oordelen: een eng soort dapperheid.

In Het laatste bal van de vampier worden van veel dik hout planken gezaagd, waarbij de feiten een ondergeschikte rol spelen en waarin geen poging wordt gedaan te verklaren, uit te diepen of zelfs maar in de buurt van de waarheid te blijven. Als Cees Zoon schrijft dat in Ceausescu's Roemenie na een sportsucces 'de kranten uitpuilden van de gefingeerde telegrammen waarin de atleet zijn overwinning opdroeg aan de Grote Leider' maakt hij vooral duidelijk voor december 1989 nooit een Roemeense krant te hebben gelezen. Als hij schrijft dat de televisie 'grote sportevenementen bijna volledig negeerde' toont hij aan voor 1985 geen televisie te hebben gekeken. Alleen in de laatste paar jaar van Ceausescu's regime werden sportevenementen genegeerd. Het zijn nuances die aan Cees Zoon niet zijn besteed: voor hem was Ceausescu 25 jaar lang een vampier, van de eerste vijftien jaar van Ceausescu's regime weet Cees Zoon niets.

De toon van het boek is doortrokken van minachting en schamperheid. Generalisaties worden niet geschuwd. 'Discrimineren is een nationale sport in Roemenie, 'zo ontdekte Zoon. 'Een gesprek dat niet binnen een uur ontaardt in laatdunkende opmerkingen over een van de minderheden is een zeer ongewoon gesprek.

'

Het is duidelijk: hier spreekt een kenner. Zoon heeft tijdens zijn verblijf in Roemenie met grote ijver alle schanddaden van de Ceausescu's opgeschreven die hem werden voorgeschoteld, inclusief de nooit gestaafde straatroddel en de vele halve waarheden. Voor het bezit van een schrijfmachines was toestemming van de Securitate nodig, schrijft hij. Fout: de schrijfmachine moest alleen worden geregistreerd - maar dat gaat Zoon niet ver genoeg. Zoon weet met feilloze precisie te melden dat Dracula zelf Ceausescu heeft geinspireerd bij het graven van zijn ondergrondse tunnelstad, dat de titel Conducator is overgenomen van Hitler, dat atleten 'landverraad' werd verweten als ze geen medailles wonnen en duizend andere wetenswaardigheden meer. Zo wordt het wanbeleid van Ceausescu nog eens lekker aangedikt. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is geweest.