Praten over doping is ergerlijk, het is sport gaanoverheersen

De 42-jarige sportarts Peter Vergouwen is sinds 1980 in dienst van de Nederlandse Sportfederatie. De laatste anderhalf jaar heeft hij louter met topsporters te maken. De uit Etten Leur afkomstige Vergouwen krijgt zeilers, hockeysters, badmintonspelers, boksers maar vooral een indrukwekkend aantal atleten over de vloer in het Sport Medisch Centrum van Papendal. Voor Mellaard, Baltus, Dielis, Toonstra komt het hoogtepunt van het seizoen echter zeker te laat. Terwijl Druppers en Kulker met de vraag zitten hoe zij na hun blessures weer zullen presteren.

Internationaal is een drukke tijd aangebroken voor de atletieksport met als hoogtepunt het Europees kampioenschap eind augustus. Is er dit seizoen geen hausse aan blessures? Het valt me op dat die vraag altijd gesteld wordt in relatie tot een groot internationaal toernooi. Mijn indruk is dat er niet meer of minder blessures zijn dan in andere jaren. Ik zie atleten het hele jaar. Voor mij is er geen sprake van een momentopname. Topsporters gaan naar de grenzen van hun kunnen en dat is natuurlijk vooral het geval in een tijd waar op limieten wordt gejaagd.

Wat is de taak van de sportarts in de begeleiding? Topsport wordt beoefend op het scherp van de snede. Het gaat erom de puntjes op de i te zetten. Ik vind bij iedereen wel wat. Het principe dat ik hoog in mijn vaandel heb is dat ik de atleet zelf leer om te zeggen wat ze willen zeggen. Ik zal over de aard van blessures niet praten. Dat hoort niet. Ik leg de sportmensen zo goed mogelijk uit wat er kan en niet kan. Bied ze een oplossing aan. Bespreek dat met de sporter en de trainer en dan is het aan hen om te beslissen en te doen. In de topsport wordt gewerkt aan het verleggen van grenzen en wie zegt me dat er soms niet overheen wordt gegaan. Het gaat altijd om de belastbaarheid. De atleet moet optimale signalen geven. De trainer moet het zien, voelen en horen en de sportarts staat daarnaast. Wij, sportartsen zijn in de minder gelukkige omstandigheid dat wij de mensen niet doorlopend meemaken.

Hoe is de relatie tot de sportmensen? Sport boeit me. Ik ben gymnastiekleraar van mijn vak. Kijken naar sport vind ik uitdagend. Zien hoe iemand beweegt is mateloos boeiend. Nadat ik twee jaar les had gegeven ben ik medicijnen gaan studeren. Ik ben daarna een jaar huisarts geweest en vervolgens in dienst van de NSF gekomen. In mijn opleiding heb ik veel contact gehad met Frits Kessel van de KNVB. In mijn werk heb ik geen eenrichtingverkeer. Wat ik zie bespreek ik met de vraag wat doen we eraan. Ik bespreek de zekerheden en onzekerheden alsof je naast ze wandelt. Ik vind het heel prettig om met de sporter op te trekken.

In het begeleidingsteam van de Nederlandse atleten die naar het Europees kampioenschap gaan zijn twee artsen opgenomen. Vanwaar die royale bezetting? Via een medisch project van WVC zijn er bij een aantal sportbonden bondsartsen aangesteld. Bij de KNAU is dat vanaf dit jaar Els Stolk (een oud-atlete). In de loop der jaren heeft zich een aantal atleten bij mij gemeld en die zijn aan die relatie gewend geraakt. Papendal is een vertrouwd adres. Momenteel wordt door Wijnberg, die in het NSF- en NOC-bestuur zit een rapport gemaakt over de medische mogelijkheden voor de topsporter. Er is in dit land een vrije artsenkeuze. Elke topsporter moet de ruimte hebben om een optimaal plaatje samen te stellen. Zij maken een eigen winkeltje en moeten dan bewijzen dat ze kunnen presteren. Ook een arts moet ruimdenkend zijn. Alleen er horen altijd rekeningen bij. Een bedrijfsarts is goedkoper en een bevriende arts stuurt een rekening. Voor een A-categorie sportmensen moet er nu een totaalpakket aan maatregelen zijn, los van de sport die ze beoefenen, los van financiele drempels. Wijnberg komt in september met een rapport uitgaande van een vrije keus en een rol van Papendal als centraal punt.

Wordt het al interessant om aan prive-praktijken voor de sportmensen te denken? Je kunt nooit vergeten wat we op Papendal beschikbaar hebben. Er is een inspanningsruimte, gelegenheid tot fysiotherapie, fysiologisch onderzoek is mogelijk, er is een rontgenmogelijkheid, een laboratorium, apparatuur voor krachtmetingen en de trainingsplaatsen, het sportveld en de sporthal zijn dichtbij. Het is een voortreffelijk centrum voor de topsport in een land waarin reisproblemen niet bestaan want binnen twee uur kun je altijd hier komen. Bovendien werken we samen met hoog-kwalitatieve instituten. Wat wij uit de topsport leren, levert verder geweldige gegevens voor de basis op.

Het niveau in de atletiek lijkt teruggevallen. De controle op doping kan daarbij een rol hebben gespeeld.

Op wereldniveau is duidelijk gekozen voor een jaar van voorbereiding. Op Papendal verblijven wel groepen Amerikaanse atleten en die hebben toch allen als standpunt dat ze dit jaar zien als een tussenjaar. Waarbij 1991 met het wereldkampioenschap als doel geldt. Hun krachttraining is bijvoorbeeld heel anders. Het gaat ze daarbij puur om verbreding van de basis. De vraag is altijd weer wat is de belasting en de belastbaarheid. In Europa hebben de ontwikkelingen in het Oostblok geleid tot het wegvallen van een groep, maar ik zie verder geen achteruitgang. Praten over doping is ergerlijk. Het is sport gaan overheersen en dat verdient de sport, de topsport niet. In topsport wordt scherp gezocht om zo hoog mogelijk te presteren. Heel normale uitspraken krijgen soms een uiterst merkwaardige uitleg.

Wat maakt atletiek tot zo'n zware sport? Niet presteren ligt niet altijd aan blessures. Het lijf kan niet altijd alle veronderstelde procentuele stijgingen aan. Van belang is zeker je atletiekleeftijd. Er wordt risicovol gewerkt aan grenzen en wie zegt dat je er dan niet overheen kunt gaan. Het gaat ook om de andere omstandigheden. Denk dit jaar eens aan de enorme weersschommelingen. Na een koude periode volgt een trainingskamp in Portugal onder heel andere omstandigheden. Dan kom je terug en ineens is het vijftien graden minder. Wat te doen? Trainen op spikes of niet. Maar bovendien wat doen atleten er naast, werk of studie. Druppers zet een eigen bedrijf op. Toonstra studeert zwaar en veel. Het gaat altijd om de belasting en de belastbaarheid met daarnaast de motivatie.

Komen de toppers regelmatig op bezoek of alleen wanneer er iets scheef zit? Ik zie ze het liefst vooraf en als er iets scheef zit kunnen ze altijd terecht. Het aantal keren per jaar geven ze zelf aan, afhankelijk van hun seizoensplanning gekoppeld aan trainingsblokken. Je laat je informeren en meet met bijvoorbeeld een uitgebreid bloedonderzoek hetgeen ontzettend veel gegevens oplevert. Maar je moet nooit vergeten, je bent maar aan het testen. Je probeert iets te zeggen, je probeert iets in te zien. We meten eerder dan zij voelen. Ten Cate bijvoorbeeld heb ik voor de marathon van Rotterdam vier maal gezien en nu voor het Europees kampioenschap is hij alweer twee maal langs geweest. In de atletiek vallen op jeugdige leeftijd al veel sportmensen weg door blessures.

Dat er op jonge leeftijd veel mensen uitvallen, de drop-outs, is waar. Ik zie liever de traag groeiende topsporter dan de snelle komeet. De schok in prestatie komt op jonge leeftijd vaak door groei en ontwikkeling. Ik heb de late rijpers in de twintiger jaren zeker zo graag. Je merkt trouwens in steeds meer sporten dat de leeftijd omhoog gaat. Kijk eens internationaal naar de hoogspringers, naar de middenafstand. Je ziet het ook bij andere takken van sport, bij het zwemmen en zelfs bij het turnen. In Nederland is in de atletiek Elly van Hulst het niet te missen voorbeeld van de gestage groei. Je moet het maar kunnen om zo te voorzien waartoe een planning over vele jaren kan leiden.

In je werkruimte hangt een krantekop 'Vergouwen krijgt zijn gelijk'. Waarop duidt dat? Ik heb dat gekregen van Debbie Amson. Ze is nu getrouwd en woont in de Verenigde Staten maar maakte deel uit van de turnselectie in, ik meen, 1984. Ik heb mijn nek uitgestoken met een rapportage over het turnen in Nederland, ja. Het antwoord waarom is heel simpel. Ik kan niet anders. Je moet als medicus niet blind ten dienste van de prestaties staan. Presteren op hoog niveau is mooi maar je mag er niet mee in conflict komen. Zo simpel is het.