Molukse RMS steunt rebellen op Sumatra

AMSTERDAM, 11 aug. De Verenigde Politieke RMS-organisaties in Nederland steunen de recent weer opgelaaide onafhankelijkheidsstrijd in de in 1976 uitgeroepen Republik Aceh (Atjeh) op Sumatra.

In een telegram laten de Molukse organisaties de Acehse leider, dr. Tengku Hasan di Tiro die jaren als politieke balling in Zweden leefde, maar op het moment de strijd tegen het Indonesische leger zou leiden weten dat ze alles zullen doen om de Acehse strijd te steunen. 'Allereerst willen wij proberen om de 'Molukse onderdelen' van het Indonesische leger, die mogelijk tegen Uw land en volk worden ingezet, te demotiveren, door hun nadrukkelijk te zeggen: geen Molukkers meer tegen Acehers, geen herhaling van de Aceh-oorlog van generaal van Heutsz in deze tijd van generaal Soeharto!!! Aceh heeft het recht vrij te zijn', aldus de tekst van het telegram, ondertekend door ing. P. J. Tatipikalawan, voorzitter van de Verenigde Politieke RMS-organisaties (in het maleis afgekort tot BUUMBM). Tatipikalawan en Hasan di Tiro kennen elkaar persoonlijk. De laatste was op 25 april van dit jaar eregast tijdens de herdenking in de Haagse Houtrusthallen van de proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS), veertig jaar geleden in Ambon. Al jaren wonen vertegenwoordigers van de Republik Aceh Sumatra deze RMS-dagen bij.

Dit jaar was Di Tiro voor het eerst persoonlijk aanwezig. Als eregast zat hij naast Manusama. Bij die gelegenheid liet de Acehse leider Tatipikalawan weten dat de tijd van de 'beslissende opstand tegen de Javaanse onderdrukker' was aangebroken. Volgens de 63-jarige Tatipikalwan, al jaren de belangrijkste politieke man in Manusama's 'RMS-kabinet' en de gedoodverfde opvolger van de de nu bijna 80-jarige Manusama, heeft Di Tiro van zijn ballingschap gebruik gemaakt om op reis te gaan en in de wereld militaire steun te zoeken voor de gewapende vrijheidsstrijd.

Tatipikalawan: 'Hij heeft me verteld dat hij steun vond bij islamitische organisaties. De Acehers zijn over het algemeen vrome en soms fanatieke moslims. Bij kolonel Gaddafi van Libie vond Di Tiro weerklank. Hij zegde hem alle steun toe. De afgelopen jaren hebben, zo vertelde Di Tiro ons, in Libie honderden Acehers een militaire training gehad en zijn grote hoeveelheden wapens uit Libie Aceh binnengesmokkeld. Dat gebeurde via Maleisie, dat aan de andere kant van de Straat van Malakka ligt. De Maleisiers en de Acehers zijn broedervolken.'

Volgens onafhankelijke Indonesie-deskundigen overdrijft Di Tiro waarschijnlijk over de mate van de Libische steun en is hij zeker niet de enige leider in het opstandige Aceh.

De samenwerking tussen de RMS-beweging in Nederland en het Acehse bevrijdingsfront Golongan Aceh Merdeka (GAM) is zeer intensief. Beiden beschouwen de 'bezetting' van hun land als 'Javaans neo-kolonialisme'. Onder RMS-aanhangers in Nederland is, volgens Tatipikalawan, voor het GAM de afgelopen jaren meer dan 100.000 gulden ingezameld. Tatipikalawan is niet de man die het meest regelmatig contacten met de Acehers onderhoudt. Een naaste medewerker, wiens naam Tatipikalawan niet wil noemen, reisde de afgelopen jaren frequent naar Zweden en Libie. Di Tiro en zijn naaste medewerkers hielpen op hun beurt de RMS-mensen aan belangrijke internationale contacten, onder meer met Libie.

Tatipikalawan ontkent nadrukkelijk dat er ook Molukkers in Libie een militaire opleiding zouden krijgen: 'We zoeken nog naar wegen hoe wij militair getrainde mensen en wapens naar de Molukken kunnen brengen. In Aceh ligt dat, met Maleisie zo vlak in de buurt, heel wat gemakkelijker.' In de jaren zeventig ging een samenwerkingsverband van de RMS met Noord-Vietnam op het laatste moment niet door.

De wijze waarop Di Tiro en zijn mensen de afgelopen jaren te werk zijn gegaan om hun land van het 'Javaanse juk' te bevrijden, heeft groot respect afgedwongen in militante RMS-kringen. Manusama wordt verweten dat er onder zijn leiderschap jaren voorbij zijn gegaan zonder dat de eenheid onder de Molukkers werd bevorderd of er plannen werden voorbereid ook in de Molukken tot een nieuwe gewapende strijd te komen.

Tatipikalawan heeft in het belang van een nieuwe strijd een deel van zijn inkomen heeft opgeofferd door vijf jaar eerder met de vut te gaan als waterbouwkundig ingenieur. Onder zijn leiding zijn vanaf begin dit jaar pogingen in het werk gesteld de acht belangrijkste RMS-organisaties in Nederland weer op een noemer te krijgen.

Met zes van de acht is dat gelukt. Alleen met het Front Siwa Lima, dat ooit een eigen regering in ballingschap had in de West-Afrikaanse republiek Benin en de de Misi Tanah Air ook wel bekend als Homeland Mission is dat nog niet gelukt. Zij zeggen dat het hun onmogelijk is met een organisatie als de Badan Persatuan samen te werken zolang Manusama daar nog officieel de leider van is.

Tatipikalawan: 'Het wachten is nu dus op het moment dat Manusama zich terugtrekt. Hem dwingen af te treden is ook moeilijk. Ten eerste omdat de man onder veel, vooral oudere Molukkers, nog steeds zeer populair is, maar ook omdat onze 'adat' (gewoonterecht) het verbiedt traditionele leiders zomaar opzij te schuiven. Dat weet Manusama ook. Ik vind dat hij het beste de eer aan zichzelf kan houden en de jongeren niet in verleiding moet brengen.' Intussen hebben de zes RMS-organisaties van de BUUMBM al verscheidene vergaderingen gehad om zich te beraden op een nieuw strijdplan. De laatste vergadering had op 7 juli plaats in Barneveld. Uit de gevoerde discussies blijkt dat er wel een begin van eensgezindheid groeit, maar ook dat nog niet al het onderlinge wantrouwen is weggenomen. De figuur Manusama blijkt ook voor enkele partijen die al wel aan het gezamelijk beraad deelnemen een moeilijk obstakel.

Het nieuwe 'beleids-structuurplan 1990-1995' moet in zes fasen worden uitgevoerd. De eerste fase bevat punten als militaire training, geheime dienst, kadervorming en de vorming van een denktank. In de vijfde fase van het plan is er sprake van algemene mobilisatie, activeren van steunpunten in Indonesie en de ondergrondse in de Molukken, sabotage en open strijd. De zesde fase, 1995 dus, moet de bevrijding van de Molukken zijn bereikt met als afsluiting: geleidelijke remigratie van Molukkers vanuit Nederland en elders.