Liga: troepen naar S-Arabie

KAIRO, 11 aug. Twaalf Arabische landen hebben gisteren in Kairo besloten een Arabische troepenmacht naar Saoedi-Arabie te zenden om het te verdedigen tegen een mogelijke aanval van Irak. De twaalf een meerderheid binnen de 21 leden tellende Arabische Liga eisten bovendien de onvoorwaardelijke terugtrekking van Iraakse troepen uit Koeweit, veroordeelden de Iraakse agressie tegen en annexatie van Koeweit en stelden zich achter de economische boycot die door de VN is afgekondigd.

In Kairo waren op verzoek van de Egyptische president Mubarak de leden van de Arabische Liga bijeengekomen; alleen Tunesie had verstek laten gaan. De meeste landen werden door hun staatshoofd vertegenwoordigd. De twaalf landen die zich akkoord verklaarden met de slotresolutie waren Koeweit, Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Qatar, Oman, Egypte, Syrie, Libanon, Marokko, Somalie en Djibouti. Tegen stemden Irak, de PLO en Libie. Algerije en Jemen onthielden zich van stemming en Jordanie, Soedan en Mauretanie lieten weten 'gereserveerd' te staan tegenover de resolutie. De troepenmacht zal worden samengesteld uit eenheden uit vier of vijf landen, waaronder Koeweit. De Verenigde Staten toonden zich gisteren bijzonder verheugd over de te verwachten steun voor de Amerikaanse manschappen die de laatste dagen al naar de grens van Saoedi-Arabie en Koeweit zijn overgebracht. Irak veroordeelde het besluit onmiddellijk als 'ingegeven door de VS' en 'steun voor de zionisten en andere vijanden van de islam'. De topconferentie begon gisteren met een gloedvolle rede van gastheer Mubarak waarin hij uiteenzette dat deze bijeenkomst de laatste kans was voor de Arabische leiders om een vreedzame oplossing te vinden voor de huidige crisis. Het alternatief was 'buitenlandse interventie waarover we geen zeggenschap of controle hebben'.

Mubarak deed een oproep aan de Iraakse leider Saddam Hussein om 'redelijk te zijn' en zich terug te trekken uit Koeweit, waarna gezamenlijk een oplossing voor de bestaande grieven zou kunnen worden gezocht. Al snel bleek echter dat de Iraakse delegatie de annexatie van Koeweit als een voldongen feit beschouwde en geen ruimte had om te onderhandelen. Een rede van Saddam Hussein die aan het eind van de middag werd uitgezonden maakte de verzamelde leiders duidelijk dat Irak integendeel juist de confrontatie zocht. Daarna werd nog slechts gesproken over het Saoedische verzoek om steun.