Lessen van de Falklandoorlog

Sinds Michiel de Ruyters laatste zeeslag, bij Sicilie, is er nog nooit een marineman geweest die niet geklaagd heeft dat er op de marine te veel wordt bezuinigd. Welke stafofficier of woordvoerder van een belangenorganisatie van het marinepersoneel men ook hoort, hij is er altijd van overtuigd dat de marine de laatste jaren door 'de politiek' is uitgekleed dan wel in de algemene bezuinigingsoperaties te weinig is ontzien.

Het spreekt vanzelf dat de moderne marineman minder meegaand is dan zijn zeilende voorganger, die zich in godvruchtige berusting op rottende branders naar zee liet sturen, op hoop van zegen dat de vijand met nog wrakker materiaal uitgerust hem tegemoet zou varen. De marine van deze tijd is weliswaar bedeesder georganiseerd dan de meeste maatschappelijke lobby's die de deuren van het Binnenhof plat lopen, maar zij laat toch niet over zich heen lopen, zodat ministers van defensie tegenwoordig meer hebben uit te leggen dan de Colleges ter Admiraliteit, die De Ruyter eenvoudig afscheepten met de boodschap dat hij met minder schepen meer kapers moest vangen zonder er bang voor te hoeven zijn dat de vlootvoogd na 55 jaar hondetrouw aan het muiten zou slaan. (In plaats van vervroegd pensioen aan te vragen, boog De Ruyter het loyale hoofd, onder het prevelen van de beroemde woorden die op zijn graf zouden worden gebeiteld: 'Ik heb mijn leven veil voor den Staat'). De klachten over afbraakpolitiek zijn niet typisch Nederlands, maar komen overal ter wereld voor bij de Argentijnse marine, die het in 1982 tegen de Engelse marine in de slag om de Falklandeilanden moest afleggen, even goed als bij de Engelse marine, die toch enige reden had voor tevredenheid maar nogal kwetsbaar was gebleken doordat zij met verouderd materiaal de strijd had moeten aanbinden.

De Engelsen hebben uit die Falklandoorlog enkele lessen geleerd waarmee de bemanning van de schepen die nu naar de Golf opstomen in een eventuele strijd daar haar voordeel kan doen. De eerste les, zo stelde de Conservatieve oud-minister van marine Keith Speed destijds in het eerste Lagerhuisdebat na de Falklandoperatie ironisch vast, is dat elke marine op gezette tijden een beetje oorlogservaring nodig heeft om haar vak niet te verleren. Volgens deze voormalige marineminister (die kort voor de Falklandcrisis uitbrak zijn conge kreeg omdat hij zich verzette tegen de naar zijn mening onverantwoorde bezuinigingen op de defensiebegroting) was de Argentijnse uitdaging voor de Engelsen en, naar hij meende, welbeschouwd ook voor de NAVO net op tijd gekomen om de bezuinigers in het Lagerhuis tot bekering te brengen.

Speed, zelf een oud-marineman en technisch een bekwaam begrotingsbeheerder, zinspeelde vooral op de bezuinigingsplannen van de vroegere socialistische minister van defensie Denis Healey, onder wiens beleid in het begin van de jaren zestig de marinevloot over de gehele lijn draconisch was uitgedund. Healey had onbehouwen het mes in de defensiebegroting gezet waarbij de marine relatief meer dan de andere krijgsmachtdelen ervan langs had gekregen. De Labour-minister van defensie voerde onder meer een 'no more carriers'-bewind en maakte daarmee zoveel ernst dat hij zijn ambtenaren, volgens de legende, een spreekverbod op het woord vliegdekschip oplegde.

In zijn boek over de lessen van de Falklandoorlog (Sea Change, in 1982 verschenen bij uitgeverij Ashgrove Press in Bath) schrijft Speed dat het woord ook in het Lagerhuis taboe was geworden. 'Het klonk voor de toenmalige regering als een vloek in de kerk.'

De bestaande (nog niet afgedankte) vliegdekschepen konden natuurlijk niet met een spreekverbod onzichtbaar worden gemaakt, maar de minister deed alsof ze al onder de mottenballen lagen. In plaats daarvan sprak hij van 'little old cruisers'. De tweede les die de Engelsen uit hun schermutseling met de Argentijnen trokken is dat de bezuinigers c.q. de politieke rekenmeesters bijna altijd blind zijn voor de goedkoop-is-duurkoopervaring. In de ontwerp-fase worden de modellen van nieuwe kruisers zo uitgewrongen dat de bemanning aan boord van die schepen zich niet meer kan wenden of keren (de zogenoemde bezuinigingen op de 'elleboogruimte') dan wel dat de ruimte ontbreekt om bepaalde wapensystemen (zoals de Sea Wolf-raketten) te plaatsen.

De Sheffield en de Coventry, twee Engelse torpedojagers van het Type 42 (die zonder Sea Wolf-raketten slag moesten leveren en die door de Argentijnen tot zinken werden gebracht), waren op de tekentafel het slachtoffer geworden van bezuinigingen, waardoor ze aanzienlijk korter, smaller en lichter waren geworden dan oorspronkelijk de bedoeling was geweest. Op latere uitvoeringen (de Engelse marine bestelde nog zes schepen van dat type) waren die beperkingen ongedaan gemaakt, maar daar was de bemanning van de verongelukte torpedojagers niet meer mee geholpen. In het Lagerhuisdebat peurde Speed uit die malheur de derde les dat 'er in de toekomst geen schepen meer door de schatkistbewaarders moeten worden ontworpen'. Was de Falklandcrisis twee jaar later uitgebroken, dan zouden de Argentijnen de Engelsen op zee misschien hebben overvleugeld. In 1981 toen de veroveringsplannen van de Argentijnen voor het eerst werden gesignaleerd kon de ten dele al uitgevoerde afslanking van de Engelse marine nog worden herroepen. Het vliegdekschip Invincible was al bijna aan de Australische marine verkocht (hoe bedenkt men het om een schip met zo'n naam van de hand te doen!) en de oorlogsbodems Fearless en de Intrepid, die zo'n belangrijke rol speelden in de slag om de Falklands, waren nog net niet tot schroot geslagen (zoals voorzien was in de bezuinigingsplannen die minister John Nott in 1981, kort voor de crisis had ingediend). Hetzelfde lot was een aantal kruisers beschoren, dat op het laatste moment nog uit de handen van de schroothandel kon worden gered. Voor enkele gespecialiseerde reparatiewerven gold hetzelfde: als de oorlog twee jaar later was uitgebroken, zouden die er ook zijn geweest. De marines van alle NAVO-landen die nu tegen het expansionisme van Irak worden gemobiliseerd zullen de eerste zijn (in ieder geval eerder dan de meeste politici) om, ondanks alle risico's die aan een 'defensieve' actie in de Golf verbonden zijn, de voordelen van een mobilisatie te zien. Zoals de Falklandcrisis net op tijd kwam voor de met bezuinigingen bedreigde Engelse marine, die buiten het domein van politierollen ook vrijwel geen ervaring meer had met concrete oorlogssituaties, zo zal ook de Koeweitcrisis een streep door de rekening halen van sommige landen, die zich al rijk rekenden aan de ontspannende effecten van de ontmanteling van het communisme in Oost-Europa.