JAPAN DE ONVERKLAARBARE

Japan in de tweede helft van de negentiende eeuw moet een ongelofelijk schouwspel hebben opgeleverd. Als gevolg van de door Amerika afgedwongen ontsluiting in 1854 brak er een periode aan van revolutionaire vernieuwingen, in omvang, diepgang en invloed misschien alleen vergelijkbaar met de omwentelingen die zich momenteel in Oost-Europa aan het voltrekken zijn. Tot de eerste slachtoffers van de Japanse inhaalmanoeuvres behoorde het regime zelf, het ernstig verzwakte shogunaat van de Tokugawa-dynastie dat sinds het begin van de zeventiende eeuw onafgebroken aan de macht was geweest. Toen in 1868 een nieuwe, jonge keizer (de latere grootvader van Hirohito) de troon besteeg, werd de Tokuwaga-shogun afgezet en de keizerlijke macht hersteld - het begin van de Meiji-restauratie, zoals dit cruciale tijdvak in de Japanse geschiedenis heet.

Waar ten tijde van de Tokugawa's de doodstraf had gegolden voor iedereen die het land verliet en waar zeeschepen ten strengste verboden waren geweest, - daar werden nu onder de Meiji-keizer de studenten met duizenden naar Europa gestuurd om er te leren, te leren en te leren.

Het land waar sinds 1641 uitsluitend een handvol Nederlanders en een handvol Chinezen als enige buitenlanders onder gevangenisachtige omstandigheden werden getolereerd, het land dat tweehonderd jaar lang zijn hele kennis van de buitenwereld, van alle politieke en wetenschappelijke ontwikkelingen, volledig had ontleend aan de rapportages van enkele Hollandse kooplieden, zeelui en artsen, - dat land betrok nu talloze adviseurs, leraren en instructeurs uit het buitenland om de achterstand te helpen inlopen.

En dat lukte. Binnen enkele tientallen jaren werd Japan omgeschoold tot een krachtdadig gemoderniseerde, geindustrialiseerde staat, met een grondwet naar Duits model (waarin, in afwijking van het voorbeeld, de goddelijkheid van de keizer was vastgelegd) en zelfs met de kiem van iets dat in principe tot een democratie zou kunnen uitgroeien. Het zou nog een kleine driekwart eeuw duren voordat daarvan serieus sprake kon zijn, maar wat betekent dat op de geschiedenis van een keizerrijk dat volgens de officiele bronnen 2650 jaar geleden werd gesticht? Wat de Meiji-restauratie nog meer voortbracht dan een staat die kon wedijveren met zijn tijdgenoten, is bekend: een staat die met deze positie geen genoegen nam, maar wilde bewijzen dat hij een wereldmacht was geworden. En dat was 'the beginning of disaster', zoals prof. Beasley het noemt in zijn onlangs verschenen The Rise of Modern Japan, een voortreffelijk (naslag)werk waarin de geschiedenis van Japan van het midden van de vorige eeuw tot en met de dood van Hirohito, begin januari '89, sober, helder en compact wordt gereconstrueerd.

Beasleys boek vormt een hoogtepunt in de stroom van boeken die in het westenover Japan verschijnt. Boeken die, impliciet of uitgesproken, zonder uitzondering deze vraag tot inzet hebben: hoe is het toch mogelijk dat Japan in de loop van een eeuw tot tweemaal toe tot een wereldmacht kon uitgroeien? China maakte als eerste kennis met Japans nieuw verworven machtspositie en daarmee gepaard gaand militarisme. In de Japans-Chinese oorlog (1894-'95) bleek het geen schijn van kans te maken. Nog geen tien jaar later, in 1904, brak de Japans-Russische oorlog uit die het jaar daarop in een verpletterende nederlaag voor de Russen eindigde. Voor het eerst in de geschiedenis was een Europees land verslagen door een Aziatisch land. Geen macht ter wereld kon nog zijn toelating tot de kring van de grote mogendheden verhinderen. Nu had Japan vrij spel in Korea, dat in 1910 formeel werd geannexeerd. Vervolgens was Mantsjoerije aan de beurt. In 1932 werd het onder de naam Mantsjoekwo een Japanse vazalstaat met een eigen staatshoofd.

Zo naderde de tweede wereldoorlog. Grote delen van China waren al in 1937 door Japanse troepen bezet en vijf jaar later, na Pearl Harbor en de capitulatie van Nederlandsch-Indie, heerste Japan van Rangoon tot het centrum van de Pacific en van Timor tot de steppen van Mongolie.

Weer waren het de Amerikanen die ten slotte Japans lot bepaalden. Ze gingen over tot een bezetting - de eerste in de geschiedenis - waaruit Japan opnieuw als een wereldmacht te voorschijn kwam. Een industriele en economische wereldmacht, ditmaal.

Kwam er met de Amerikaanse bezetting, de periode van wederopbouw, gevolgd door de tomeloze expansie van handel en industrie - ook een einde aan het Japanse isolement? Ludo Meyvis en Willy Vande Walle, resp. assistent en hoogleraar japanologie aan de universiteit van Leuven, menen van niet. Zij zien de Meiji-restauratie als 'een poging tot aansluiting bij de rest van de wereld' en concluderen: 'Deze poging is nog aan de gang, maar is toch al in zoverre gevorderd dat Japan een volwaardig lid is van de internationale gemeenschap. [..] Wat echter ook nu weer opvalt [..] is het schijnbare onvermogen om die aansluiting echt te realiseren. De diep verankerde insulariteit lijkt wel een stille kracht te zijn die het uiteindelijk toch [wint] van de bewuste pogingen om de Japanse grenzen te doorbreken, voorlopig ten minste.' Het boek van Meyvis en Vande Walle behoort tot het genre waarin K. G. van Wolferens vorig jaar verschenen The Enigma of Japanese Power (in het Nederlands getiteld Japan, De onzichtbare drijfveren van een wereldmacht geheten) op dit moment de prominentste plaats inneemt.

Het is een genre boeken waarin aan de hand van grote hoeveelheden met mierevlijt verzamelde gegevens, cijfers, feiten, voorbeelden en andere wetenswaardigheden meer of minder geslaagde pogingen worden ondernomen de vele raadselen die de Japanse maatschappij rijk is, voor een westers publiek te ontsluieren.

Meyvis en Vande Walle hebben hun boek opgezet rond een aantal kernthema's en begrippen - 'scharnieren', zoals zij het zelf noemen - om het functioneren van Japan inzichtelijk te maken, zonder te vervallen in 'een zoveelste 'Inleiding op Japan, met alles wat u over dat gekke land weten wilde'.

Een nadeel van hun hoofdstuksgewijze aanpak van onderwerpen als het Japanse groepsconcept, religies, de rol van de keizer, de rol van de vrouw, discriminatie van minderheden, het onderwijsstelsel, de grondprijzen en de Kurilen, is dat overzicht en samenhang ontbreken. Door de afwezigheid van een (cultuur)historisch hoofdstuk krijgen de Kamakura-, Muromachi- en Edo-perioden nergens de benodigde toelichting.

Zeer opvallend in de pogingen tot ontraadseling van Japan is de korzelige toon die de auteurs hierbij veelal aanslaan - al geldt dit overigens nauwelijks voor Meyvis en Vande Walle. Exemplarisch is ook in dit opzicht Van Wolferen. Zijn vuistdik, grimmig expose over corruptie, nepotisme, afhankelijkheid, discriminatie, machtsmisbruik en andere misstanden eindigt alsvolgt: 'Met succes is het moeilijk redetwisten en het economische succes van Japan heeft in de rest van de wereld veel bewondering gewekt. Ik wil niets afdingen op de bewonderenswaardige prestaties van het Japanse volk [..] maar [..] ik moet tot de slotsom komen dat het totaalbeeld tamelijk somber is en vol gevaren.' Roy Thomas sluit zich in zijn Japan, The Blighted Blossom (de verwelkte bloesem) hierbij nauw aan, zowel in onderwerpenkeuze als in benadering. Als hij al bewondering voor de prestaties van het Japanse volk heeft, weet hij die nog beter te verstoppen dan Van Wolferen. Thomas legt vooral de nadruk op aspecten als corruptie en vriendjespolitiek, gangsterdom (' The yakuza are rapidly becoming the world's largest gangster network'), het terugkerend nationalisme en de verdoezeling van Japans aandeel in de oorlog, het Japanse besef van Japanse superioriteit en uniciteit, etc. Thomas schrijft droog en zorgelijk, waardoor zijn boek regelmatig in meeslependheid het spoorboekje benadert.

Het Raadsel Japan - en voor niemand van de hier besproken auteurs blijkt het grootser, ontzagwekkender, onbedwingbaarder te zijn dan voor Michael Shapiro. In zijn Japan, In the Land of the Brokenhearted is geen dorre feitenvergaarder en wrevelige opsteller van aanklachten a la Thomas aan het woord, maar een volbloed romanticus die zich geen raad met zijn gevoelens voor het land weet en daarvan op een geheel eigen wijze verslag uitbrengt.

Om vorm te geven aan zijn liefde en afkeer, zijn verbijsteringen en, vooral, zijn verwarring, heeft Shapiro een aantal hulpconstructies in het leven geroepen in de vorm van zes mede-Amerikanen, vijf levende en een dode, door wier ogen hij facetten van Japan beschrijft. De dode is Lafcadio Hearn, een ongewoon kleurrijke persoonlijkheid die in 1890 op 40-jarige leeftijd de baai van Tokyo binnenvoer, de kegel van de Fuji zag en sprak: 'Hier wil ik sterven.'

Dat gebeurde in 1904, nadat hij talloze boeken, artikelen en brieven over de Japanners, 'forty millions of the most lovable people in the universe', had geschreven. (Een bloemlezing uit zijn werk is onder de titel Writings from Japan in de Penguin Travel Library verkrijgbaar). De andere figuren die Shapiro introduceert om Japan voor hem te helpen temmen, zijn aanzienlijk minder fascinerend dan Hearn (achter wie Shapiro geleidelijk geheel verscholen raakt). Het resultaat is een bij vlagen aardig, kunstmatig geconstrueerd boek met hier en daar mooie observaties.

Zoals deze, als Shapiro zich afvraagt 'why the Japanese couldn't have just left things the way they once were so that newly arrived foreigners might have their romantic illusions fulfilled'.

The Rise of Modern Japan door W. G. Beasley 306 blz., Weidenfeld and Nicolson 1990, f33,55 ISBN 0297797212 Japan, The Blighted Blossomdoor Roy Thomas 299 blz., I. B. Tauris en Co 1989, f52,50 ISBN 1850431256 Japan, In the Land of the Brokenhearted door Michael Shapiro 245 blz., Henry Holt and Co 1989, f65,55 ISBN 0805003959 Japan, Het onvoltooide experiment door Ludo Meyvis en Willy Vande Walle 224 blz., geill., Lannoo 1989, f49,50 ISBN 9020916610