Israelische kinderen worden op handen gedragen

TEL AVIV, 11 aug. 'Ik was zo in de ban van het spel met mijn zoontje dat ik vergeten ben je te bellen.'

Voor Amnon is dat een vanzelfsprekend excuus. Zijn zoontje is zijn leven. Amnon werd verminkt in de Grote Verzoendagoorlog toen zijn tank in brand werd geschoten. Tientallen huidtransplantaties hebben hem weer een betrekkelijk normaal uiterlijk gegeven. Getraumatiseerd door zijn in het vuur verteerde handen werd Amnon gedreven door het verlangen een ongeschonden zoon tot de 'prins' van zijn leven te maken. Die wens is in vervulling gegaan. Amnon is het gelukkigste mens ter wereld en zijn zoontje wordt tot over de oren verwend.

Amnon's oneindige vaderliefde is symbolisch voor de extreme kindercultuur die door Israels tragische geschiedenis is veroorzaakt. De dood ligt in het collectieve joodse en Israelische bewustzijn zodanig op de loer dat kinderen als de projectie van het leven op handen worden gedragen. Daarom, zo zeggen psychologen, is Israel 'een bewolkt kinderparadijs'.

Het kind komt in het gezinsleven op de eerste plaats. Als kinderen aan tafel spreken, zwijgen de ouders.

In het joodse gezinsleven heeft het kind door de eeuwen heen altijd in het middelpunt gestaan. De beroemde 'jiddische mama' beschermde het tegen een vijandige buitenwereld en koesterde de hoogste ambities voor het maatschappelijk succes van het kind. In een wereld van jodenvervolgingen kreeg het kind vanuit een gevoel van onzekerheid in het gezin maximale aandacht en liefde. In deze kleinste maatschappelijke cel kon het zich veilig voelen. De zionistische revolutie en de holocaust hebben de plaats van het kind in het Israelische gezin nog verder geaccentueerd. De zionistische pioniers die in het begin van deze eeuw al uit Oost-Europa naar Palestina kwamen, zetten doelbewust een dikke streep door de 'galoeth', de ballingschap. In de joodse staat, die toen in wording was, zou een nieuwe joodse mens moeten verrijzen, bevrijd van de last van het verleden. De 'tsabre', het in Israel geboren kind (genoemd naar de van buiten stekelige, maar van binnen zachte cactusplant) werd een levende mythe. Om dit 'wonder' ontstond een mystieke kindercultuur. De 'tsabre' de tegenpool van de als 'neerbuigend' beschouwde 'galoeth-jood' verpersoonlijkte de nieuwe hoop van het joodse volk dat na tweeduizend jaar ballingschap naar zijn land terugkeerde. Ook nu weer zijn de onlangs uit de Sovjet-Unie geimmigreerde joodse vrouwen er trots op in Israel het leven te schenken aan een tsabre. 'Een tsabre', zegt de vroedvrouw die de enkele seconden eerder geboren baby volgens Israelisch gebruik op de buik van de stralende moeder legt. Dit produkt van de Israelische samenleving is een vrijgevochten, eigenzinnig, dapper ventje dat ondanks deze eigenschappen over een sterk ontwikkeld sociaal gevoel beschikt. Overeenkomstig dit stereotype deed hij als een avontuurlijk super-mannetje zijn intrede in de rijke Israelische kinderliteratuur. In het ontwikkelingsproces van de staat Israel opgericht in 1948 zijn deze tsabre-eigenschappen, die vroeger sterker werden gecultiveerd dan nu, wel wat bijgeschaafd. Toch onderscheiden de in Israel geboren kinderen zich van kinderen in andere landen door hun gedrag nogal opvallend.

De tsabre-cultuur kwam tot bloei in de 'kibbutsiem' (collectieve nederzettingen) die tientallen jaren voor de oprichting van de staat Israel werden gesticht in Palestina, dat toen onder Brits mandaat stond. Aan de opvoeding van de kinderen werd door de pioniers bijzondere aandacht besteed. Ook om de moeders vrij te maken voor het produktieproces werden de kinderen heel jong ondergebracht in kindertehuizen waar ze leerden, leefden en sliepen. De nadruk van deze kibboetsopvoeding lag en ligt nog steeds op het 'samen-zijn en blijven'. Dit gemeenschapidee 'chewre' (groepsvriendschapsbanden) heeft de ontwikkeling van de Israelische samenleving sterk beinvloed. Om het groepsverband niet te verbreken, blijven scholieren slechts bij hoge uitzondering op de lagere en middelbare school een klas zitten. Ook met slechte rapporten wordt in Israel overgegaan! Dat bespaart heel wat ellende in de lange zomervakanties.

De tsabre-cultuur floreerde al toen na de Tweede wereldoorlog tienduizenden joden die het Nazi-tijdperk hadden overleefd vaak regelrecht uit de bevrijde concentratiekampen naar het 'beloofde land' kwamen. Voor deze bijzondere groep nieuwe Israeliers had het leven, op het krijgen en opvoeden van kinderen na, zijn betekenis verloren. De in Israel geboren kinderen van wie de ouders overlevenden waren van de holocaust zijn dan ook vanuit een diepe emotie in de watten gelegd en buitengewoon beschermd opgevoed.

De kinderadorering, opgebouwd in de tsabre-cultuur, werd er op het niveau van de samenleving verder door versterkt. Psychologen hebben over deze excessieve centrale positie van het kind in het gezin en in de samenleving ernstige bedenkingen. Israels kinderen hebben daar natuurlijk geen boodschap aan. Zij genieten in dit zonovergoten mooie Middelandse-zeeland van hun jeugd en vinden het normaal dat ouderen voor hen in de bus opstaan.

Misschien zou de kinder-obessie die min of meer door de joodse geschiedenis werd gedicteerd in het normaliseringsproces van de staat Israel een andere wending hebben genomen als het land de smaak van vrede zou hebben geproefd.

De vele oorlogen hebben deze psychologische gesteldheid weliswaar minder uitgesproken dan in het verleden het geval was bestendigd. Ouders worden nog gedreven door het gevoel hun kinderen, vooral zonen, alles te moeten geven voordat het 'te laat is'. 'Onze leerlingen hoeven niet zo hard te leren omdat ze binnenkort worden opgeroepen. Laat ze maar plezier hebben', zei het hoofd van een middelbare school tegen de ouders van een leerling die zich kwamen beklagen over het peil van het onderwijs.

Met de opvatting die achter deze uitspraak schuilgaat, heeft zich bij Israels jeugd een 'het-komt-mij-toe'-mentaliteit ontwikkeld. 'Geef me een auto', zei een zeventienjarige jongen die de oproep van het leger had gekregen tegen zijn tamelijk welgestelde vader. 'Volgend jaar kan je het misschien niet meer doen. Nu heb je nog een kans.'

De jongen heeft de auto gekregen en daardoor zijn vader van het opgeroepen schuldgevoel bevrijd.

Dit voorval typeert de algemene dienstbaarheid van de ouders aan hun kinderen. Israelische ouders steken zich vaak diep in de schulden om hun kinderen bij het huwelijk een woning te geven of te laten studeren. Dat is de norm, en geen dochter of zoon zal dit weigeren. Onze werkster, die het beslist niet breed heeft en voordat zij 's ochtends om half tien komt nog ergens anders heeft gedweild, kan geen weerstand bieden aan de eis van haar zoontje voor hem de duurste geimporteerde gymschoenen en mooiste kleren te kopen. 'Mindere kwaliteit wil hij niet', zegt ze.

De keerzijde van deze verwenningsmedaille is doorgaans een blijvende hechte band tussen ouders en kinderen. 'Alles voor het kind doen' wordt een algemeen aanvaard sociaal patroon en deze dienstbaarheid schept geen bijzondere spanningen tussen ouders en kinderen. De ouders halen bij hun kinderen geen verhaal met het, in Israel als een dooddoener klinkende , argument 'kijk eens wat wij allemaal voor je hebben gedaan'.

Voor Israels kinderen is dat een normale zaak en zij zullen op hun beurt hun nageslacht zoveel mogelijk proberen te geven.

Natuurlijk is het onderwijs op de behoeften van de jeugd en de zionistisch gemotiveerde Israelische samenleving afgestemd. Wat in het gezin geldt, gaat ook op voor de grote aandacht die het kind ondanks de vaak overvolle klassen op school krijgt. Een leger van psychologen staat klaar om kinderen die worstelen met moeilijkheden van allerlei aard te begeleiden. Volgens pedagogen neemt Israel voor zover het gaat om het percentage inzetbare psychologen per kind zelfs de eerste plaats in de wereld in, nog voor de Verenigde Staten.

De druk van de ouders op de scholen om de kinderen tot topprestaties te brengen is enorm. Tevreden zijn ze nooit. Daarom worden piepjonge kinderen nog voor de leerplichtige leeftijd naar bijzondere cursussen gestuurd. Ter verdere stimulering van de ontplooiing van hun kinderen worden de planken in de kinderkamers gevuld met boeken. Vijftig procent van de omzet van boekwinkels bestaat uit kinderboeken. Het valt Israelische moeders zwaar hun droom dat ze geniale kinderen op de wereld hebben gezet, op te geven. Tot het tegendeel is bewezen, kent de inspanning het kroost te introduceren in de wereld van het 'weten en begrijpen' geen grenzen. Hun zonen en dochters moeten artsen, advocaten, piloten worden om een paar beroepen te noemen die in hoog aanzien staan.

De dorst naar kennis is zo groot, dat de Israelische universiteiten speciale cursussen hebben geopend voor 'leergierige kinderen' tussen de dertien en achttien jaar. Lectoren geven tijdens deze cursussen na schooltijd onderwijs in vrijwel alle vakken die aan de universiteit worden gedoceerd. De belangstelling voor dit programma is zo overweldigend dat uitsluitend de allerbesten worden toegelaten. Sportbeoefening is het kind van de rekening van deze mentaliteit. Op de scholen wordt sport nauwelijks gestimuleerd en gymnastiek komt als een bijvak op de laatste plaats. Intensief sporten na schooltijd is lange tijd een uitzondering geweest, maar met de stijging van de levensstandaard en de opening van veel country-clubs begint daar verandering in te komen. Tennis, basketbal en voetbal zijn de sporten die de jeugd prefereert. Dat jonge Israelische tennissers de laatste jaren op internationaal vlak opvallende resultaten boeken, is toe te schrijven aan de inspanningen van enkele financieel draagkrachtige Zuidafrikaanse immigranten die bij de grote steden hyper-moderne tennisfaciliteiten hebben opgezet.

Wat doen Israelische kinderen dan als ze geen georganiseerde sport beoefenen en niet dag en nacht in de studeerkamer zitten ? Vaak zijn ze dan lid van politiek georienteerde jeugdclubs, zoals de linkse 'Hanoar Haoweed' (de werkende jeugd), of de rechtse Beitar-beweging. Bij grote politieke demonstraties staan de jongeren van deze jeugdbewegingen voorop. In het kader van de jeugdbeweging worden veel kampeer- en trektochten gemaakt. Ook op individueel niveau is dat een van de populairste bezigheden. De Israelische jongeren zijn gek op avontuurlijke tochten in binnen- en buitenland. Na de zware diensttijd maken tienduizenden jongens en meisjes langdurige reizen naar de jungle van Zuid-Amerika en naar het Verre Oosten om zich geestelijk te verfrissen en aan de zware druk van dagelijks leven te ontsnappen. In Tel Aviv is een grote sportwinkel waar jongeren die deze tochten hebben gemaakt hun bevindingen in dikke schriften opschrijven en routes en adressen opgeven voor de volgende generatie avonturiers. Israelische kinderen groeien beslist in een bijzonder kindervriendelijk klimaat op. Ze genieten hoog aanzien, krijgen veel aandacht en vrijheid. Tot hun achttiende jaar de leeftijd waarop jongens en meisjes voor de dienstplicht worden opgeroepen leven ze gelukkig en heel intens, ook op seksueel gebied. Op het moment dat de jongens hun uniformen voor drie jaar moeten aantrekken, wordt abrupt afscheid genomen van de mooie jeugd. Het verouderingsproces voltrekt zich dan opvallend snel. Kinderen die net van school komen, worden van vrolijke jongeren in een ommezien serieuze mannen. Ze zijn zich dan bewust van de zwaarte en de risico's van het dienen in het Israelische leger dat zich voorbereidt op de volgende oorlog en gelijktijdig de intifadah moet bestrijden.

Serie kinderen Kinderen vormen ongeveer de helft van de wereldbevolking. Maar in de dagelijkse berichtgeving komt het lot van de kinderen weinig aan bod. Deze zomermaanden publiceert NRC Handelsblad een reeks artikelen over de jeugd, geschreven door onze correspondenten. In deze vijfde aflevering aandacht voor de 'verwende kinderen' van Israel, voor de gelukkige jeugdjaren die abrupt eindigen.