Hussein-strop van tien procent voor Amsterdam

ROTTERDAM, 11 aug. Nu de eerste Amerikaanse soldaten de lijn in het zand om Koeweit hebben getrokken die Saddam Hussein niet mag overschrijden heeft de aandelenmarkt een weekeinde de tijd om de schade is op te nemen.

Die is nog beperkt, maar dat zou aan gebrek aan alertheid kunnen liggen. De op de optiebeurs verhandelde fondsen deden het immers slechter dan de rest. De eoe-stemmingsindexdaalde in de loop van gisterochtend tot 256,58, het laagste niveau van dit jaar.

De CBS-stemmingsindex, vorige week woensdag voor de Iraakse inval op 119,2 stond vrijdag rond het middaguur op 108, een Hussein-verlies van nog geen tien procent (het veel olie-afhankelijker Tokio verloor deze week 11 procent). Maar Amsterdam bleef vijf procent boven het niveau van begin dit jaar.

Koren op de molen van wie meent dat de optiehandel fluctuaties in de aandelenkoersen alleen maar versterkt, maar niet genoeg bewijs om een veroordeling uit te spreken.

Ook zonder Hussein had de beurs deze week overigens genoeg om over na te denken. De winst van Koninklijke Olie werd behalve door verliezen door de lage olieprijs pre-Hussein, gedrukt door de enorme kosten verbonden aan het sluiten van installaties bij Shell oil en de resultaten in de chemie zijn niet over naar huis te schrijven. In de chemie scoorde Unilever met enige trots hogere resultaten, om nog eens duidelijk te onderstrepen dat er in de specialiteiten ook in moeilijke tijden geld te verdienen is. Al blijft Unilever op lange termijn indrukwekkend Unilever verdiende in de eerste helft van 1990 even veel als over heel 1983 toch moest ook de de koers van Unilever tien gulden Hussein-verlies incasseren.

De grootste verliezer van de week was Nedlloyd dat de vorige maand op 75 gulden afsloot, voor het bericht van de sombere prognose al een tientje kwijt was en vrijdag nog eens een veer van bijna tien gulden moest laten.

Omdat die strop op vrijdag viel is Nedlloyd niet opgenomen onder de grootste dalers in het bijgaande staatje. Die eer is weggegelegd voor Internatio-Muller dat al wel kon vertellen dat de winst tegen zou vallen, maar niet waarom of hoeveel. De beurs rekent op een terugval van de winst per aandeel tot ongeveer zeven gulden, waarmee Internatio om maar eens net zo'n vergelijking als bij Unilever te maken onder het niveau van 1985 uit zou komen.

Onder de grootste verliezers van deze week zijn overigens nogal wat fondsen die in theorie aan de aanwezigheid van een grootaandeelhouder steun in moeilijke tijden zouden moeten kunnen ontlenen. Dat hielp Westinvest (het oude Westhaven, 48 procent Investermingsmaatschappij Nederland) niet, noch Schuttersveld (60 procent Wolters en Schaberg) of Hunter Douglas (voor 90 procent van de familie Sonnenberg) of NBM-Amstelland, waarin DSM op niet geheel duidelijke wijze zijn belang van de hand heeft gedaan op zo'n manier dat de aandeelhoudersvergadering nu door Britse instituten wordt gedomineerd.

De winnaars van de roerige week komen op Smit Internationale na uit de kneuzenkant van de beursvloer en de winsten bleven beperkt.