Hobby's

Verzamelt u postzegels? Ik wed van niet. Postzegels verzamelen is een beetje uit, het is te gereguleerd geworden, vondsten zijn vrijwel uitgesloten, het avontuur is een beetje weg nu de wereld zo klein geworden is en de vliegtuigen zo groot (de Berlijnse luchtbrug, die met honderden vliegtuigen werd uitgevoerd, in die tijd, had het vandaag met drie vliegtuigen aangekund. Wel grote). Veel mensen leerden aardrijkskunde en zelfs geschiedenis door het verzamelen van postzegels. Maar zodra zij filatelisten werden genoemd nam de belangstelling wat af en het vooroordeel toe. Hoewel ik vroeger zo'n beetje postzegels verzamelde, omdat mijn vader dat voor mij deed, ben ik er een keer mee opgehouden, uit geldgebrek, en heb toen in een kwade bui alle albums en verzamelde buitenlandse zegels verkocht. (Even er tussendoor: dit stuk gaat niet over postzegels). Sindsdien vind ik postzegels verzamelen naargeestig, geestdodend en saai. Dat is het natuurlijk niet, haast ik mij te zeggen, maar zo staat het bij mij, en bij veel andere mensen, geregistreerd.

Ik denk dat voor de meeste sporten, liefhebberijen of spelletjes geldt: de deelnemers vinden het enig, kunnen er niet genoeg van krijgen en worden helemaal ondergedompeld in een gelukzalig gevoel als zij ermee bezig zijn - en de buitenstaander beziet het sceptisch en met een zeker dedain. Kan niks wezen.

Dit geldt voor kanovaren, parachutespringen en korfbal tot en met carrouselrijden en klaverjassen. Wat is daar nu aan? Tot je het doet.

Er zijn in het leven drie grote hobby's: de kinderlijke, ontspannende, zoals postzegels verzamelen en sport, dan is er het huwelijk, nou waar dat uit voortkomt weten wij, en drie, de verslavende hobby. Ook al redelijk bekend.

Wie aan de tweede hobby, het huwelijk, begint, loopt kans de vierde hobby te krijgen: kinderen. En dan raken de hobby's pas echt door elkaar.

De grootste grief die mijn vader (hobby's 1, 2 en 4) tegen mij had was dat ik niets gaf om jagen en vissen, nee, het zielig vond. Voor mijn vader was er, buiten voetbal, bridgen en pokeren-op-de-societeit, niets leukers. En ik merk dat ik vooroordelen heb over vissen en jagen, waar natuurlijk best leuke kanten aan zitten, en dat de kloof tussen mij en vissen en jagen groot is, zodat ik mij nu nog beter de teleurstelling van mijn vader kan indenken, die waarschijnlijk tijdens mijn kinderjaren een toekomstbeeld voor ogen had waarin hij, samen met zijn zoon, ging jagen of vissen. Zoals moeders zich altijd voorstellen hoe zij met hun dochter samen gaan winkelen en thee drinken in de stad. Gezellig.

Om die reden worden kinderen grootgebracht en getroosten ouders zich grote zorg: want later gaan zij samen bowlen (vader en zoon) of naar de kapper (moeder en dochter) als beloning.

Als de kinderen eenmaal van de middelbare school afkomen en geen interesse in bowlings noch kappers schijnen te hebben, althans niet in gezelschap van hun ouders, richt de blik zich verderop. De ouders weten nu dat 'samen' niet meer zo samen is. De kinderen willen best naar Vlieland of Walcheren of de caravan, maar geenszins met ma of pa. Zij willen met Bianca en Jonathan. Of Heinrich.

De ouders zien hun wereld kleiner worden en richten nu hun hoop op de kleinkinderen.

Wat wij daarbij vergeten is dat je kinderen, om kleinkinderen te maken, niet meer thuis kunnen wonen. Zij maken ze elders, naar wij hopen op een eigen flatje en niet in de caravan of Walcheren, maar in ieder geval niet thuis. Zij zijn, dan, zoals dat heet, het huis uit. 'Ze groeien van je af, niet?', zeggen moeders dan meewarig, maar dit hadden zij toch niet echt zien aankomen. Wel in theorie maar niet in de praktijk.

Dus terwijl de vaders zelden met de zoon vissen en de moeders niet wekelijks naar de Bijenkorf gaan met hun dochter, in tegenstelling tot wat de reclame ons mag doen geloven, van Beerenburger tot Era, worden de ouders in arrenmoede maar kleinkindgericht, wat wij de vijfde en vrijwel laatste hobby zullen noemen.

Het aantal ouders dat zich niet op kleinkinderen verheugt is te verwaarlozen. Meestal vlassen zij er vanaf de eerste keer dat Truus 'naar huis gebracht wordt' op, uiteraard pas na de trouwdag.

Hele industrieen drijven tegenwoordig op kleren-voor-de-kleintjes, waarbij de prijzen ver boven die van de groten uitstijgen, maar daar let niemand echt op, want grootmoeder staat geduldig met de beurs klaar of de credit card van haar man. Het is het begin van de schoolpleinmode die uiterst nauwgezet gevolgd dient te worden, en waar Kees de Jongen een kind bij is.

Nu komen wij aan een teleurstellende factor in dit alles. Van de derde hobby, de verslavende, is moeilijk af te komen, zo lezen wij in de krant. Van de vijfde hobby, kleinkinderen, is evenmin gemakkelijk afstand te doen. En toch is dit de minst beschermde.

Ik bedoel dit. Als de huwelijkshobby mislukt zijn er wettelijke regelingen opdat de ouders toch hun kinderen kunnen zien. Bij verschil van mening zijn echter de grootouders de klos. Hen wordt, om allerlei redenen, van kwaadheid tot chantage, vaak de kleinkinderen onthouden, soms ook al als de ouders nog bij elkaar zijn, in een samenspannende actie om iets af te dwingen, of om te straffen. 'Goed, moeder, dan zie je de kleinkinderen niet zondag', is een van de zwaarste straffen die aan ouderen kan worden uitgedeeld.

Dit komt meer voor dan u denkt - ook in sociale gezinnen, bij zgn. nette families, kortom in alle gelederen van de bevolking en er zijn dan twee groepen enorm gedupeerd: de kleinkinderen en de grootouders. Als het gezin de hoeksteen van de samenleving is, dan mag u zelf bedenken wat de kleinkinderen vis-a-vis de grootouders zijn.

Kinderen worden mondiger, met meer rechten. Zij kunnen zich in voorkomende gevallen rechtstreeks tot de rechter wenden. Grootouders kunnen dat ook, maar hebben geen been om op te staan (no pun intended). Het wordt hoog tijd dat hun rechten ook wettelijk worden vastgelegd. Want postzegels verzamelen is ook niet alles, zeker als je hand trilt en je ze slecht kunt zien.