Het wilde oosten

Het volk wordt dezer dagen vaak als getuige in en om de DDR aangeroepen. 'Vraagt u maar aan de mensen daar', zei de Westduitse bondskanselier Kohl ter verdediging van zijn inmiddels mislukte plan de Duitse verkiezingen te vervroegen. 'Het volk neemt het niet langer', roepen de kleine linkse groeperingen binnen de DDR, die zich door de grote partijen aan de kant zien gezet.

'De mensen in de DDR' worden ook regelmatig door premier Lothar de Maiziere aangeroepen. Het volk zelf laat zich inmiddels zelden zien in de stille straten van de 'nog-DDR'. Of het moest zijn in de nieuwe West-auto op weg naar West-Berlijn of de Bondsrepubliek, om daar inkopen te doen. Of het volk zit thuis en staart naar brieven als deze: 'Mijn opdrachtgevers hebben mij gevolmachtigd, het stuk grond in bezit te nemen en over te gaan tot ontruiming van wederrechtelijke gebruikers, pachters of huurders, of hoe u zichzelf in dit verband ook moge beschouwen. Namens mijn opdrachtgevers ontzeg ik u hierbij het gebruik van de grond met onmiddellijke ingang en draag u op de grond voor 20-08-1990 te ontruimen. In het geval van een ontijdige of onordelijke ontruiming zullen we terzake een strafklacht indienen. Bij tijdige en ordelijke ontruiming zullen mijn opdrachtgevers ervan af zien van u voor de afgelopen jaren een passende vergoeding voor gebruik van de grond te eisen.' Was me dat schrikken voor het gepensioneerde echtpaar, dat het stuk grond sinds het eind van de jaren vijftig van de gemeente had gepacht en er zelfs een huisje op had laten bouwen! Komt me daar een Westerse eigenaar, waarvan zij nooit gehoord hebben, uit het niets opduiken met zo'n advocatenbrief. Gelukkig maar, dat de DDR-regering heeft beloofd dat de rechten van gebruikers zullen worden gerespecteerd en schadevergoedingen aan rechtmatige, in de DDR al lang vergeten eigenaars, niet voor de sociale belangen van nietsvermoedende DDR-gebruikers van grond of onroerend goed gaan. Jammer alleen, dat nergens staat wie de schadevergoedingen gaat betalen, en dat ook nog maar de vraag is wat straks de gezamenlijk-Duitse wetgever, en niet te vergeten de gezamenlijk-Duitse rechter van dit soort zaken zullen vinden. Nu al komt in de Bondsrepubliek een beweging op gang die de onteigeningen onder het Sovjet-bestuur voor 1949 wil terugdraaien. Die onteigeningen worden door de DDR-regering nu nog voor rechtsgeldig gehouden.

Geen rechtspraak

De bedreiging van de levensvreugde der DDR-burgers komt niet alleen van het naar schatting half miljoen Westduitsers dat landmetend en fotograferend door de DDR trekt op zoek naar bezit waarop men nog aanspraken kan laten gelden. Een echtpaar in een buitenwijk van Maagdenburg dreef al meer dan twintig jaar een soort van snackbar. Particuliere zaakjes van die soort, dat bestond in de DDR, nog net. Je moest wel 90 procent van de omzet aan de belasting afdragen, maar ach, in een socialistisch land was het bezit van geld toch al van relatief belang. Met de invoering van de D-mark dacht het echtpaar dat er betere tijden waren aangebroken. Geheel conform de oproep van de nieuwe overheden van de DDR, flink aan te pakken en woorden van de premier zelf 'de geboden kansen te benutten', leende het echtpaar geld van de bank om de snackbar op nieuw, Westers niveau te brengen: twee magnetrons, een koeltoonbank, tafeltjes en stoeltjes in frisse kleuren. Toen kwam de brief van het woningbedrijf waarvan zij de winkel huurden: de maandhuur werd verhoogd van 110 mark tot 1150 mark per maand. Ingaande 15 juli jongstleden, zodat er in de aankondigingsbrief meteen al een navordering van 262,50 D-mark stond. Zoveel curryworst kan het echtpaar met geen mogelijkheid verkopen. Zij meenden trouwens begrepen te hebben dat de huren tot 1 januari aanstaande in de DDR niet verhoogd zouden worden. Maar bij nader inzien geldt dat alleen maar voor woonpanden. Er is juridische hoop in deze beide gevallen.

Op formele gronden zijn de vorderingen niet rechtmatig. Jammer alleen dat er in de DDR op dit moment geen sprake meer is van civiele rechtspraak, evenmin trouwens als van arbeidsrechtspraak, terwijl ook de meeste strafzaken op de lange baan worden geschoven. De rechters wachten op de zuiveringen in hun midden, of wachten op de nieuwe, nog nergens gepubliceerde nieuwe wetgeving die ze hoogstens uit de krant kennen. Vuistrecht behoort dan ook alleszins tot de mogelijkheden in de DDR, zoals de werknemers van het Oostberlijnse aannemersbedrijf Benoba deze week merkten. Toen die maandag naar hun kantoor gingen voor de nieuwe werkweek, bleek de gehele inventaris, inclusief administratie, onverhoeds op straat gezet. De huiseigenaar had het lokaal verhuurd aan een concurrerend, Westberlijns aannemersbedrijf, Impuls geheten. Wel vermoedend dat het weleens tot moeilijkheden zou kunnen komen, had Impuls bovendien een particuliere bewakingsdienst ingehuurd voor het nieuwe kantoor, die echter de benen nam toen een menigte arbeiders van de oude firma met ijzeren staven en bijlen aanstalte maakte het kantoor voor hun oude werkgever te heroveren. Dat ging de Volkspolizei, over het algemeen als de dood zich in conflicten te mengen waarvan de afloop niet vaststaat, nu toch echt wat te ver. De zaak is nog in onderzoek. Voor voorvallen als deze is al een nieuw woord uitgevonden: 'Wildost'.

Woekerprijzen

Wie wil weten wat het volk in de DDR vindt, doet er bij gebrek aan opiniepeilingen in de DDR ook goed aan de dagelijkse brievenrubriek in het vakbondsdagblad Tribune te lezen. Briefschrijver na briefschrijver roept de overheid op, nu eindelijk eens krachtig in te grijpen - zo kan het niet langer. Wat heeft het voor zin dat duurzame consumptiegoederen goedkoper zijn dan vroeger, als het dagelijks voedsel zo'n 50 procent duurder is geworden? Woekerprijzen, luidt al vlug het verwijt, en de overheid maakt zelf de indruk deze visie te delen door in snel tempo allerlei commissies te benoemen die onrechtmatige prijsopdrijving moet opsporen en strafvervolging instellen. Zo'n strafvervolging is overigens nog niet gemeld, wat niet onlogisch is want de wetten van de markt regeren nu en een prijsmaatregel was per 1 juli niet genomen, behalve bij de huren.

Juist-ontslagenen, alleenstaande moeders, gepensioneerden allen klagen in de krant dat zij het per 1 juli juist slechter hebben gekregen en lijken daar oprecht verbaasd over. Tenslotte had premier De Maiziere, het wordt hem dezer dagen vaak nagedragen, beloofd dat niemand het slechter zou krijgen per 1 juli. De voor de hand liggende conclusie is dan ook: de regering moet beter haar best doen. Je krijgt toch sterk de indruk dat die regering, en ook de regering van de Bondsrepubliek, bij de invoering van de D-mark een aantal dingen heeft vergeten te vertellen.

Hongaren, Polen en zelfs Sovjet-burgers zijn nu al jaren doodgegooid met debatten en verhandelingen over economische hervormingen en de daaruit voortvloeiende moeilijkheden en al of niet tijdelijke welvaartsdalingen en persoonlijke risico's. Zo'n psychologische voorbereiding heeft in de DDR van Honecker natuurlijk ontbroken. De D-mark is onverhoeds geintroduceerd op dezelfde manier als andere zegeningen uit het Westen, zoals de opening van de Muur, of 'het begroetingsgeld' dat na de opening van de Muur de DDR-burgers in het Westen konden ophalen. De euforie heeft tot het laatste moment geduurd toen, tegen deskundige adviezen in, de DDR-burgers toch nog hun aanzienlijke spaargelden 1: 1 mochten inruilen. Nu het spaargeld slinkt door de onverwacht hoge kosten van levensonderhoud en verminderde inkomsten, is de euforie al bij toverslag verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor het grote mopperen, diffuus nog, maar onmiskenbaar.

Het is zelfs niet waar dat, zoals men begin juli in de rij voor de D-Mark dacht, de DDR-bevolking nooit meer in de rij hoeft te staan. Bij de bank staat men nog steeds in de rij, waarom weet niemand, en in de supermarkt bijvoorbeeld, waar je niet in mag zonder karretje en om de een of andere reden zijn er daar maar tien van. En voor het arbeidsbureau natuurlijk, om je als werkloze aan te melden.

Oneigenlijk

Wederom nergens weersproken door haar eigen regering, zoekt de Oostduitse bevolking haar heil in wat nu algemeen 'sociale bescherming' heet. Dat houdt over het algemeen in dat je een failliete werkgever middels een staking of een demonstratie prest tot betaling van duurtetoeslagen, enkele honderden Mark per maand en liefst met terugwerkende kracht tot 1 juli jongstleden, en de belofte dat hij het komend jaar niet tot ontslagen zal overgaan. Het sociaal mededogen van de directies van staatsbedrijven die nu juist in NV's zijn omgezet, kent geen grenzen. Zij willigen de eisen meteen in, te meer daar de directies eveneens van mening zijn dat de regering nu eindelijk eens ernstig moet worden en met het geld over de brug komen.

Op korte termijn worden de salarissen betaald met de voorhanden liquide middelen, ook die welke door de overheid eigenlijk als kredieten voor investering of rationalisering van de bedrijfsvoering waren gedacht. Betalingsverkeer tussen bedrijven onderling bestaat nauwelijks meer, de Westerse economen die door de regering zijn belast met het privatiseren of verkopen van het DDR-bedrijfsleven hebben dat met verbazing vastgesteld. Bedrijven voldoen geen rekeningen meer aan elkaar, voor zover ze tenminste nog niet zoals in de chemische industrie die ooit een oogappel van de DDR-economie was gewoon alle bestellingen aan elkaar hebben gestaakt, omdat ze daar nu toch geen geld voor hebben. Een bekend trucje om te proberen nog wat omzet te maken, is om nu onverhoeds achterstallige leveranties uit de tijd van de goede-oude-planeconomie alsnog uit te voeren met een mooie rekening in D-Mark uiteraard.'Glasnost' ontbreekt in de huidige DDR, maar uit verspreide aanwijzingen blijkt dat de oneigenlijke aanwending van door de overheid verstrekte middelen heel ver gaat. Zestien miljard D-Mark bijvoorbeeld heeft de DDR-regering ter beschikking gesteld van het bouw- en woningwezen, uit te keren via de gemeenten. Die gelden zijn tot nu toe niet te bestemder plaatsen aangekomen, met als gevolg dat steeds meer woningbouwverenigingen en andere organen van woningbeheer het warm water afsluiten, reparaties niet meer uitvoeren, en de huismeesters die het huisvuil in containers verzamelden spoorloos verdwijnen - om over het staken van de renovatie-arbeid nog maar te zwijgen. Het vermoeden bestaat dat de gemeenten het geld gebruiken om hun eigen apparaten overeind te houden, en het ministerie heeft dan ook al een controlecommissie ingesteld.

De drie miljard structuurhulp die de regering in Bonn voor de hervorming van de DDR-economie in de tweede helft van dit jaar ter beschikking had gesteld, zijn daarentegen nog niet verdwenen, bleek deze week: niemand heeft voor de besteding van dit geld nog een aannemelijk plan ingediend.

Ook bij de centrale overheid viert het sociaal gevoel, deze veel geroemde eigenschap van de DDR-burgers hoogtij. En natuurlijk vooral ten eigen bate. Een bekend geval is het maandinkomen van de afgevaardigden van de Volkskammer, het parlement, dat 6000 D-Mark per maand bedraagt. Een doorsnee DDR-burger die nog werk heeft, vangt zo'n 600 tot 1200 per maand. Opmerkelijk is ook dat de Volkskammer zichzelf in deze bange tijden een maand betaald verlof heeft toegekend, want het recht op vakantie is heilig.

Maar het meest onthullende is misschien nog wel dat de regering van een land dat over een paar weken niet meer bestaat, nog niets heeft gedaan aan de beperking van de omvang van de eigen ministeries. Kennelijk speelt hier de verwachting een rol dat het mogelijk zou zijn de ambtenaren straks in het genot te stellen van het Westduitse ambtenarenrecht, een eis die evenwel bij de lopende onderhandelingen over het verenigingsverdrag door Bonn niet wordt ingewilligd. Het ministerie voor staatsveiligheid is, zoals bekend, onder de vorige regering van de communist Modrow ontbonden. Onder het huidige regime zijn slechts bij Defensie en Buitenlandse Zaken plannen voor sanering ontwikkeld, maar nog niet uitgevoerd.

Samenzwering

Opmerkelijk is ook de handelwijze van de Oostberlijnse gemeenteraad. Maandenlang is dit orgaan doende geweest met het opstellen van een eigen grondwet, vol prachtige sociale grondrechten als werk en medische verzorging. Heeft West-Berlijn soms ook niet een eigen grondwet, en is dit voorrecht het oostelijk deel van de stad door de centralistische SED-regering niet decennia lang onthouden? De Oostberlijnse gemeenteraad, financieringstekort van de stad 1,2 miljard heeft zichzelf trouwens nu al een douceurtje toegekend voor het geval de normale zittingsperiode niet kan worden afgemaakt, wat wel zeker is. Elke afgevaardigde krijgt 1050 D-Mark.

Zoiets zet kwaad bloed bij de alleenstaande moeder van twee kinderen die, juist ontslagen als administratrice bij een of ander bedrijf, druk doende is met het terugleggen van op kinderhoogte bij de kassa uitgestalde snoepgoederen - alweer een verworvenheid van de sociale markteconomie.

Veel gesprekken, op straat en tot in de Volkskammer toe, gaan over de vraag wie er nu eigenlijk schuldig aan is dat het niet gaat, want dat het niet gaat ontkent eigenlijk niemand meer. 'Men moet de remedie niet met de kwaal verwarren', roept premier De Maiziere steevast als hem wordt verweten iets verkeerd te hebben gedaan. 'Veertig jaar SED-regime hebben dit land economisch naar beneden gehaald.'

Daar is iedereen het roerend mee eens, in het bijzonder de vroegere leden van de SED zelf. Het vroegere kader van de DDR verzekert zonder uitzondering het al lang te hebben zien aankomen, ook wel te hebben gewaarschuwd in kleine kring, 'maar ja u weet dat het vroeger bij ons gevaarlijk was openlijk je mening te zeggen'.

Men heeft ook zonder uitzondering grote moeilijkheden gehad vroeger maar is nog juist door het oog van de naald gekropen.

Een andere, populaire theorie, nu eentje van niet-SED'ers, is dat de oude kameraden de nieuwe economische verhoudingen in het geheim saboteren, elkaar de gelden toeschuiven en zo meer. Het is de these van de samenzwering, waarvoor eigenlijk geen harde bewijzen bestaan. Hij is ook niet zonder gevaar voor een politicus die hem openlijk te berde brengt, want natuurlijk speelde bijna iedereen in de vroegere verhoudingen zijn rol, niet in het minst de leden van de 'blokpartij' CDU. De PDS, opvolger in rechten van de SED in de Volkskammer, mag dit duiveltje graag even uit het doosje laten, als een CDU-afgevaardigde het wat erg bont maakt met verdachtmakingen aan het adres van de DDR. 'Kunt u zich nog herinneren, hoe we een paar jaar geleden samen gezellig een weekend-symposium over ideologische arbeid in het onderwijs hebben bezocht?', vroeg een vrouwelijke PDS-afgevaardigde per interruptie aan een CDU-spreker die buitengewoon retorisch tegen de PDS tekeer was gegaan.

Overleven

Op zo'n moment ontstaat in de Volkskammer grote vrolijkheid, maar verder gebeurt er niets. Bijltjesdagen, dat is kennelijk het laatste wat men over de DDR wil afroepen. En dat geldt niet alleen voor het SED-verleden, maar ook ten aanzien van de erfenis van de Stasi, de voormalige geheime dienst. De commissie van de Volkskammer, die dit parlement moet zuiveren van Stasi-agenten, klaagt over een gebrek aan medewerking van de minister van binnenlandse zaken, die de oude Stasi-archieven beheert. Maar als een verdenking bij de commissie opkomt, dan wordt hij snel in de kiem gesmoord. Drie ministers en 25 afgevaardigden vroegere Stasi-medewerkers? Ach, meende staatssecretaris Gunther Krause op een persconferentie, 'het is bij de Stasi moeilijk een onderscheid te maken tussen slachtoffers en daders'.

Eenzelfde lot was de ontdekking beschoren dat maar liefst 2000 'Stasi-officieren in bijzondere dienst' in 1986 op sleutelposten in het bedrijfsleven waren geplaatst, een voorzorgsmaatregel voor als de Sovjet-perestrojka aan de machtspositie van de DDR-leiding zou gaan knagen. Ja, gaf de minister van binnenlandse zaken toe, ze zitten er nog steeds, maar we weten niet wie het zijn. En daar is het bij gebleven.

Het mag eigenlijk nauwelijks verwondering wekken dat het in deze atmosfeer meer dan een maand heeft geduurd voordat in de DDR zelf hardop door DDR-politici werd gezegd dat de invoering van de D-Mark en de daarmee verbonden maatregelen nu niet leiden tot sanering van de DDR-economie maar de ineenstorting daarvan, ook de gedeelten waarvoor in principe nog een toekomst zal bestaan. 'Alsof iemand een raam heeft opengezet', zeiden deze week een aantal afgevaardigden in de Volkskammer, toen minister van arbeidszaken Regine Hildebrand, antwoordend op de beschuldiging dat zij en anderen paniekberichten de wereld instuurden, haar visie uiteenzette. Maar zij is dan ook een farmacologe, die met politiek nooit iets van doen heeft gehad en ook in de toekomst niet zal hebben. 'Natuurlijk is het prachtig wat er gebeurt in dit land. Maar als ik hoor dat mijn kinderen nu naar Frankrijk of naar Spanje reizen, wie van ons had dat een jaar geleden kunnen denken. Maar het probleem is: we moeten deze tijd ook kunnen overleven'.