Het Korps Nationale Reserve; 'Wij zijn veel beter gemotiveerddan dienstplichtigen

Het Korps Nationale Reserve, de Natres, verzorgt in kwade tijden de verdediging en beveiliging van vitale objecten. Het hardnekkige beeld van een zootje overjarige rechtse alcoholisten die in naam van Koningin en Vaderland brallend de hei vertrapten, doorkruiste lange tijd een effectief wervingsbeleid. Dat verandert. Commandant Vaes: 'In de toekomst ligt er een grote taak voor de Natres.'

Karina de Vries (20), scholiere, ligt in legergroen en met een helm tot ver over haar oren in een greppel langs een bosrand in Oost Groningen. Parallel aan de greppel lopen een zandpad, een kanaal en een dijkje, waarachter oefenvijanden ongezien hopen te blijven door bukkend voort te snellen. Maar af en toe doemt even een beboste helm of de antenne van een portofoon boven de dijkrand, en geeft soldaat De Vries een stoot losse flodders. Elders in de greppel doen haar pelotonsgenoten hetzelfde. De bijna 5.000 leden van het Korps Nationale Reserve (Natres), de deeltijdvrijwilligers van de Koninklijke landmacht, verzorgen in kwade tijden de verdediging en beveiliging van vitale objecten in hun directe woonomgeving: bruggen, sluizen, electriciteitshuisjes, telefooncentrales - en verder alles wat voor het mobiliseren der troepen belangrijk is, spoorstations en knooppunten van autowegen in het bijzonder. De Natres kan sneller geactiveerd worden dan enig ander reserveonderdeel van de landmacht, terwijl de parate sterkte van het Nationaal Territoriaal Commando - verantwoordelijk voor de verdediging van het Nederlands grondgebied - niet meer bedraagt dan een luttele 2600 man die zich slechts om militaire objecten bekommeren. Na een mobilisatie verandert dat beeld, maar juist in de schemertoestand tussen oorlog en vrede speelt de Natres een essentiele rol.

In hoofdzaak wordt de Natres bemand door dienstplichtigen die er na hun afzwaaien geen genoeg van hebben; sommigen melden zich direct, anderen krijgen jaren later heimwee naar de geur van kruit en canvas. En sinds twee jaar is er ook plaats voor ongeoefende burgers (m/v), die dan wel de drie weken durende algemene militaire opleiding, de AMO, moeten doorlopen alvorens met de reguliere oefeningen te beginnen. De Natres kost een soldaat tussen de 65 en 100 uur per jaar, waarvoor hij/zij ongeveer de helft ontvangt van wat de gemiddelde huishoudster in rekening zou hebben gebracht. Bij hogere rang stijgt de uurvergoeding, en ook het aantal uren per jaar.

Op de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda laat juist een nieuwe lichting vrijwilligers zich drillen: acht dames en 62 heren stampen en marcheren, demonteren geweren, slepen met oefengewonden. 'Ze krijgen een hoeveelheid informatie over zich heen waar je helemaal akelig van wordt, 'meent de (beroeps)kapitein G. R. Buisman die over deze AMO het bevel voert. 'Ze leren hier in drie weken evenveel als een dienstplichtig militair in twee maanden. In de weekends mogen ze naar huis - verder is het van 's ochtends zeven tot 's avonds elf.' Toch, misschien juist daarom, vindt mevrouw S. A. H. Kok (29) het allemaal reuze: 'Ik ben Duitse, en ben vorig jaar genaturaliseerd. Maar toen was ik te oud om beroeps te worden bij de landmacht. Al op mijn tiende droomde ik ervan om soldaat te zijn.'

Omdat haar man al bij de Natres zat, was duidelijk dat de AMO deze droom in vervulling kon laten gaan - met als bonus dat de echtelieden in hun eventuele finest hour in hetzelfde peloton zullen strijden.

Een van haar instructeurs is sergeant-majoor J. R. van der Ploeg (51), filiaalchef van een supermarkt en sinds elf jaar bij de Natres. Net als soldaat Kok heeft hij drie weken vakantieverlof moeten opnemen om hier te zijn - en hij gelooft heilig in deze opzet: 'De Natres moet veel meer gepromoot worden. Er wordt gepraat over dienstplicht afschaffen en een beroepsleger, maar dit is veel goedkoper: gewoon, de vent thuis, met een burgerbaan. Een druk op de knop en hij staat er, gemotiveerd en met kennis van zaken.'

Vanaf de oprichting in 1948, toen Tsjecho-Slowakije onder de voet werd gelopen terwijl meer dan 100.000 Nederlandse militairen in Indonesie vochten, is de Natres meer dan eens met volledige uitschakeling bedreigd. Al in 1957 had minister van oorlog ir. C. Staf voorgesteld de Natres maar op te doeken. Het leefde te weinig onder de bevolking, dacht hij, en numerieke zwakte en matige geoefendheid waren daarvan het gevolg. Een tweede reden was dat de NATO, juist versterkt met de Bondsrepubliek, de Rijn-IJsselverdedigingslinie los ging laten ten faveure van de Elbe, zodat de territoriale verdediging van Nederland minder belangrijk werd en de landmacht met een personeelsurplus kreeg te maken. Dienstplichtigen konden de Natres-taak mooi overnemen. Kamerdebatten, krantepolemieken en een handtekeningenactie van de Natres zelf brachten echter uitkomst: de burgermilitie werd gereorganiseerd. Echter: het hardnekkige beeld van een zootje overjarige rechtse alcoholisten die in naam van Koningin en Vaderland brallend de hei vertrapten, doorkruiste in de volgende periode een effectief wervingsbeleid. De sterkte daalde van ongeveer 6.000 in 1957 tot minder dan de helft in 1972. Opnieuw gingen Natres-vijandige stemmen op - onder meer van PvdA-defensiespecialist Stemerdink (op 14 april 1973 in Trouw) die weinig nut zag voor een 'Nationale Reserve die met de bewaking van allerlei bruggetjes en zo is belast'.

De opheffing van 'dit soort franjes aan Defensie' achtte hij voor de PvdA 'een wezenlijke taak' - hoewel in 1989 bleek dat 23 procent van de Natres op de PvdA stemde (en 24 procent op het CDA, 20 procent op de VVD, 7 procent op D66 en 6 procent op klein rechts).

Opwaardering

Het debat sleepte zich nog een paar jaar voort, totdat minister Vredeling in 1975 de territoriale verdediging van Nederland door een commissie onder de loep liet nemen, wat leidde tot een opwaardering van de Natres. De bewapening werd verbeterd en een massale wervingscampagne - 'Geef een stukje van je vrije tijd' - leverde in drie jaar 10.000 liefhebbers op, van wie overigens de meesten medisch werden afgekeurd. In 1982 verleende Hare Majesteit aan de Natres de korps-status - in de context van het militaire bedrijf een overgang van groot gewicht - en in datzelfde jaar rolde een nieuwe affiche van de defensiepers: een kapitaal edelhert werpt de passant een blik toe die grote overeenkomst vertoont met de oogopslag van de Britse minister van oorlog Kitchener op de bekende poster uit de eerste wereldoorlog. In plaats van 'Your country needs you' luidt het motto: 'Beschermen wat je dierbaar is' - in dit geval een roedel onbekommerd laveiende hindes. Die voorstelling van zaken is dus sinds kort achterhaald, want ook de hindes - om in de beeldspraak te blijven - tijgeren tegenwoordig rond de bedreigde objecten. Een van hen, vrijwilligster Karina de Vries, meldt tussen twee salvo's door dat het het leger haar 'altijd al aardig leek. Maar om meteen voor twee jaar kortverbander te worden vond ik wat te ver gaan. De Natres is een goede gelegenheid om met het leger kennis te maken.'

Op dit moment is ze de enige vrouwelijke Natressoldaat in de provincie Groningen, maar dat bleek geen probleem: 'Ze vangen me heel goed op. Het valt me erg mee, al zou ik het natuurlijk leuk vinden als er meer vrouwen in het peloton kwamen.' De man die in 1983 derde werd bij de landelijke kampioenschappen goochelen, Willy Magnetica (48), binnen de Natres bekend als korporaal Niewolt, komt ondertussen bij van zijn luchtdoop: met enkele collega's heeft hij vanuit een helicopter zijn blikken laten glijden over verspreide eenheden in het terrein, en zag dat de camouflage in sommige gevallen perfect was - of hij keek op de verkeerde plaatsen, dat zou ook kunnen. 'Wij zijn veel beter gemotiveerd dan dienstplichtigen, 'stelt Niewolt. 'Als je ziet hoe die met hun wapens omgaan, dan springen de tranen je in de ogen.' Volle

laag

De goede motivatie van het Natres-personeel wordt door vrijwel alle betrokkenen geroemd - en het moet gezegd: inzet en enthousiasme zijn overal bijna tastbaar aanwezig. De meesten van de ruim 200 deelnemers aan deze oefening hebben vakantiedagen opgenomen, en ervaren die ook als zodanig. 'Je bent er even helemaal uit, 'aldus sergeant-majoor Zuidema, onderwijzer bij het basisonderwijs, die net voor vier jaar bijtekende. 'Jammer dat het niet vaker is, zo'n vijfdaagse oefening.'

Speciale cursussen uitgezonderd, telt het huidige oefenrantsoen gemiddeld een avond per maand, twee 25-uurs oefeningen per jaar, en een vijfdaagse na iedere vier jaar.

Die schaarste wordt ten dele gecompenseerd door het personeel bij een oefening als deze de volle laag te geven. 'We hebben nog een lange nacht te gaan, 'voorspelt omstreeks 19.00 uur de kapitein drs. H. H. Muller (48), compagniescommandant bij de Natres en onderwijs-coordinator bij de faculteit voor wiskunde en natuurwetenschappen van de Groningse Universiteit. 'Give 'm a hot meal, dry socks, and keep 'm moving, 'is zijn recept voor maximaal moreel. Het eerste hebben zijn soldaten net liggend op het gras uit een blik gelepeld, het tweede is te danken aan droog weer, en punt drie wordt een feit zodra de oefenvijand (collega's van de Duitse Heimatschutz) volgens draaiboek een vooruitgeschoven post bij een sluis attaqueert.' Ik heb een kleine verandering in de plannen, 'aldus Muller tegen zijn iets jongere collega-kapitein Scholten, directeur van een transportonderneming, terwijl ze zich over een topografische kaart op de motorkap van een Landrover buigen.

'Je zit hier met een restant van twee groepen, 'wijst Muller. 'Dan kan je met vier groepen een manoeuvre-element gaan inbouwen: een ondersteunings- en een aanvalselement.' Scholten: 'Kunnen we niet omrijden?' Muller: 'Dat zou ik niet doen. Dit gebied is niet kosher. Het hangt af van de rapportage die je van die club krijgt. Misschien kan je ze in de nek pakken, van achteren.' Een dialoog die bij iedere militaire oefening opgetekend had kunnen worden - het verschil op de achtergrond is dat Muller en Scholten al jaren in deze contreien in de weer zijn, en dat hun troepen geen sluis, fabriek, kruispunt, brug of aardgasterrein over het hoofd zullen zien als de vijand toeslaat. De troef die sinds de oertijd door talloze verdedigende partijen met succes tegen hun belagers werd uitgespeeld, betere terreinkennis, blijft bij de verdediging van Nederland practisch onbenut, maar de Natres vormt de gelukkige uitzondering. Anderzijds rijst de vraag wie zich laat afschrikken door een paar verspreide groepjes infanterie met lichte antitankwapens als zwaarste geschut en zonder gepantserd vervoer. Is de Natres, hoe goed bedoeld ook, wel reeel? Prettig voor het korps is dat de recente wijzigingen in de rolbezetting op het militaire wereldtoneel een positief antwoord op die vraag naderbij brengen. Naarmate een confrontatie met het Empire of Evil minder waarschijnlijk wordt, stijgt de relatieve dreiging van terrorisme, van stille infiltraties, en van rapid deployment forces. Wie onze nieuwe vijanden worden is nog onduidelijk, misschien moeten we het zelfs een tijd zonder serieuze tegenstanders stellen - zeker is dat in Natres-kringen optimisme heerst over de eigen perspectieven.

Korps-commandant luitenant-kolonel J. A. M. Vaes (52), tot voor kort leraar bij het HBO (zijn voorganger was accountant bij Philips), is daar in ieder geval duidelijk over: 'Wanneer men kans ziet het korps goed gemotiveerd te houden, denk ik dat voor de Natres, in het kader van de territoriale beveiliging, in de toekomst een grote taak ligt. 'Onze mensen kennen de regio - de personen en de lokaties. Dat is de sterke kant van de Natres. Het is ook gebonden aan de lokale subcultuur: subversieve elementen en afwijkingen in je eigen omgeving zijn makkelijker te herkennen dan wanneer je in vreemd terrein opereert. Daarmee hangt weer samen dat we zeer snel in actie kunnen komen: Natres-leden hebben hun wapen en uitrusting thuis, en door een telefonisch sneeuwbalsysteem horen we binnen vier uur 80% van ons personeel operationeel te hebben.' Daarnaast ziet Vaes subtielere argumenten voor een sterke burgermilitie. 'Ik denk al twintig jaar aan een klein, sterk, en zeer professioneel beroepsleger in Nederland, gesecondeerd door een grote Natres van enkele tienduizenden mannen en vrouwen.'

Die gedachte is geent op een tweeledige vaststelling: 'Ik vind dat een krijgsmacht per se niet buiten de samenleving mag staan. Overal in deze wereld waar de militairen het voor het zeggen hebben zit het fout, fundamenteel fout. Anderzijds ben ik eigenlijk geen voorstander van dienstplicht: het is opgedrongen, en die jongens moeten op allerlei manieren extern gemotiveerd worden om tegen een boze vijand te gaan vechten. Daarbij mag de vraag wel eens gesteld worden of je dit nog aan een kwart van de jongens kan opleggen, terwijl de rest niet hoeft. En in een modernere denkwijze zou je eventueel ook de meisjes daartoe moeten verplichten.' Als eerste concrete stap op een nieuwe weg verstuurden drie Natres-majoors in maart een interne notitie aan de minister, de vaste commissie voor Defensie van de Tweede Kamer, en een aantal hoge officieren, waarin wordt voorgesteld om dienstplichtigen de Natres als alternatief te bieden: een paar maanden full-time, en daarna gedurende enkele jaren de gebruikelijke honderd uur per jaar - uiteraard in de eigen woonomgeving. De eerste voorzichtige reactie, weet Vaes, is bemoedigend.' Het is reeel te veronderstellen dat militaire machtsinstrumenten in de toekomst nodig zullen blijven, 'meent Vaes in de toekomst blikkend. Laverend tussen de huidige opzet van de Nederlandse strijdkrachten en het beroepslegeridee, vervolgt hij: 'Militaire macht moet zeer goed worden ingebed in een goed gecontroleerd stelsel, en liefst ook een beetje overdreven misschien in de harten van de mensen.'