Formulering van vereisten voor beroep leraarschap

ZOETERMEER, 11 aug. Staatssecretaris Wallage wil de aansluiting van de lerarenopleidingen op de praktijk van het onderwijs verbeteren door de formulering van 'beroepsvereisten' voor het leraarschap. Drie nog in te stellen commissies met vertegenwoordigers uit de onderwijspraktijk, het bedrijfsleven, onderwijsorganisaties en lerarenopleidingen moeten de bewindsman adviseren hoe die vereisten er precies uit moeten zien. Wallage schrijft dit in een concept-beleidsnotitie die hij gisteren naar een aantal onderwijsorganisaties heeft gestuurd.

De overheid stelt nu ook al beroepsvereisten aan enkele medische beroepen en architecten. In het onderwijs is dat niet het geval. Daar kan iemand zich officieel leraar noemen als hij of zij het examen van de lerarenopleiding met goed gevolg heeft afgelegd.

Deze examens zijn volgens Wallage aan teveel regels onderworpen en te weinig toegesneden op de beroepspraktijk. Bovendien past deze procedure niet in de nieuwe besturingsfilosofie waarbij de overheid globaler en meer op afstand de kwaliteit van het onderwijs bewaakt.

In plaats van op de examens zouden de opleidingen hun programma's moeten richten op de globaler geformuleerde beroepsvereisten waarover leraren aan het begin van hun beroepsuitoefening dienen te beschikken. Daarbij gaat het om vakinhoudelijke en onderwijskundige kwaliteiten.

Onafhankelijke visitatiecommissies en onderwijsinspectie moeten controleren of de opleidingen hun programma ook daadwerkelijk aan de beroepsvereisten aanpassen. De student die het programma doorlopen heeft, krijgt een getuigschrift. Maar ook wie niet deze officiele opleidingen volgt, zou via een combinatie van andersoortige opleidingen, werkervaring en zelfstudie zo'n kwalificatie moeten kunnen verwerven, aldus Wallage.

De staatssecretaris wil voor de beroepsvereisten drie verschillende commissies instellen omdat hij aparte adviezen wil over de invulling van de beroepsvereisten voor leraren in het basisonderwijs, in het voortgezet onderwijs en in het hoger beroepsonderwijs.