Een dag om het te leren

In oktober 1987 werd de financiele wereld voor het eerst sinds lange tijd opgeschrikt door een wereldwijde val van de aandelenkoersen die inzette op de Amerikaanse beurzen. Het eind der tijden leek nabij, dacht bijna iedereen. Direct na de schok gingen er commissies aan het werk om uit te zoeken wie al die ellende veroorzaakt had. Bovendien werden er allerlei maatregelen bedacht om herhaling te voorkomen.

Oudere handelaren zeiden toen over hun geschrokken jonge onervaren collega's: een mooie tijd om het vak te leren voor die broekjes, want de koersen kunnen niet blijven stijgen.

Ook in oktober 1989 gingen de koersen in een paar dagen tijd en over de hele wereld fors naar beneden. De reacties waren heftig maar van korte duur. Alles went.

Afgelopen maandag veroorzaakte de overrompeling van Koeweit voor een nieuwe klap op de beurzen. Maar de heftige reacties van beleggers en handelaren bleven tot nu toe uit.

Handelaren op de Optiebeurs die hun baas op kantoor belden kregen te horen: doe het rustig aan, neem niet te veel hooi op je vork, zie het maar als een mooie dag om het te leren.

De rollen lijken nu omgedraaid. De jonge snelle broekjes met hun opstandige zon- of kunstmatig gebleekte surfkapsels zijn zo vertrouwd met instrumenten als termijncontracten en opties dat zij schokvaste posities aan kunnen houden die altijd winst opleveren als de koersen flink op en neer bewegen. De 'ouderen' die zich uitsluitend op Beursplein 5 (de Effectenbeurs) richten en niet zo uit de voeten kunnen met de moderne afgeleide produkten, hebben het nog steeds moeilijk als de koersen in elkaar klappen.

Wat je vooral kan leren op een 'procentendag' (dat is een beursdag waarop de koersen met procenten tegelijk naar boven of naar beneden gaan), is hoe menselijk beleggers en handelaren reageren op nieuws en het koersverloop van andere beurzen. In de loop van maandagmorgen zakte de index van de Optiebeurs naar een laagste dagstand van 256,84 gulden, vijf procent onder het slot van vorige week vrijdag.

Niemand weet op dat moment natuurlijk dat het een laagste dagstand is, want er gaat geen bel om dat aan te geven. Maar er was voor de professionele liefhebbers die hun dagen door plegen te brengen achter beurs- en nieuwsbeeldschermen iets vreemds aan de hand. De koers van het index-termijncontract dat in augustus afloopt, was meer dan een gulden goedkoper dan de index zelf, op het moment dat deze onder de 260 dook.

Met andere woorden: de Financiele Termijnmarkt (de FTA) was goedkoper dan het onderliggende mandje aandelen waaruit de index wordt berekend.

Als dat het geval is, en op beide markten zijn partijen zo actief dat er concurrentie is, vindt er arbitrage plaats.

In dit geval kopen handelaren en beleggers het 'goedkope' termijncontract en verkopen ze 'dure' mandjes met aandelen. Net zo lang tot prijzen weer in evenwicht zijn. Wanneer de overige omstandigheden intussen niet veranderd zijn, gaat de index weer omhoog. Zo ging het maandag ook.

Langzaam kropen de koersen omhoog, omdat er geen nieuws binnenkwam, de FT-100 index van de beurs in Londen op min 50 bleef staan en de Duitse DAX-index rond de min 70 punten schommelde. Even na enen kwam er een kink in de kabel. De DAX zakte in rap tempo naar de min 100 punten. Je zag de andere beurzen even inhouden: weten de Duitsers meer dan wij? (zo'n beursdag kan je even spannend verslaan voor de thuisblijvers als een voetbalwedstrijd) Niemand durfde meer te kopen en de eerder gekochte termijncontracten werden snel met winst verkocht. Wie het snelst reageert, verdient het meest. In beurstaal heet het nauwlettend volgen van de index en de onderliggende waarden waar de index uit is samengesteld, met of zonder computer, index-arbitrage, een op Wall Street ontwikkeld specialisme voor vakmensen, dat probeert te profiteren van prijsverschillen op verschillende markten.

Vooral een bloeiende termijnmarkt kan deze praktijken bevorderen omdat termijncontracten (futures) als het index-contract (zeg maar: het koerspeil van de Amsterdamse Effectenbeurs) snel en goedkoop te verhandelen zijn. Daarom kunnen de koersen op de FTA wel eens te ver naar beneden of naar boven doorschieten. Wordt het te gek, dan wordt de handel voor een halfuur stilgelegd. Arbitrage trekt de verschillen weer recht en zorgt voor extra geld in de markt.