Doppendoos

Over sleutelen bestaan veel misverstanden. Iedereen die er een goede gewoonte van maakt om de zaterdagochtend bij de geopende motorkap door te brengen kent ze. De ergste wordt meestal door een honduitlatende buurman verwoord: 'U heeft wel veel pech met die auto he?' Elk antwoord is nu fout. Toegeven dat die CX uit 1983 inderdaad een miskoop was? Nooit. Maar wat dan? Opbiechten dat die versleten waterpomp een welkome aanleiding was om nou eens te zien hoe die er van binnen uitziet, of dat je het periodieke onderhoud liever zelf doet - toegeven dus dat sleutelen een prettige, ontspannende bezigheid is? Ik heb het mijn buurman wel eens proberen uit te leggen.

Een ander bekend misverstand is dat voor verantwoord sleutelen alleen het beste en duurste gereedschap goed genoeg is. Het zijn meestal slechte sleutelaars die met dat argument indruk proberen te maken. De echte sleutelaar kan in geval van nood met een goedkoop Taiwan-doppensetje, een hamer, een stuk ijzeren pijp en het wrakke boordgereedschap van zijn auto een complete motor reviseren. Maar hij doet het liever niet, want hij gunt zichzelf en zijn motor iets beters. Hij stapt liever met een paar PB-schroevendraaiers, USAG-ringsleutels, Belzer-steeksleutels, een Knipex-knip- en combinatietang, twee VBW waterpomptangen en nog wat edele merken de deur uit. En met een mooie doppendoos: zo'n blauw kistje met een ratel, een wringstaaf, een paar verlengstukken en een stuk of tien losse doppen die je eraan kunt klikken.

Dopsleutels zijn bij sleutelen aan een moderne auto steeds noodzakelijker. Onder de motorkap is het tegenwoordig zo'n warboel van slangen, buizen en leidingen dat de motor zelf alleen maar met een dopsleutel, een verlengstuk en eventueel een cardanisch tussenstuk ('kniestuk') is te benaderen.

Wie zich op de dopsleutelmarkt orienteert valt van de ene verbazing in de andere. Er zijn glimmende doppendozen uit Taiwan met talrijke hulpstukken voor fl.19,95 en er zijn dozen die er bijna net zo uit zien maar 40 keer zo duur zijn. Wie een setje zoekt voor zo heel af en toe kan met een Taiwandoos van een gulden of 50 heel goed uit de voeten. Koop er dan een met zo weinig mogelijk delen. Moeren onder maat 8 (mm) en boven maat 19 komen zelden in een auto voor, dus een doos te kopen die tot ver in de 30 doorloopt is niet nodig. Twee verlengstukken, liefst van verschillend formaat zijn wel vereist, evenals een goede ratel. Een kniestuk is mooi, maar niet per se noodzakelijk. De rest is meestal onzin.

Taiwandozen hebben ook nadelen. De kwaliteit van het staal is voor niet te intensief gebruik toereikend, maar het chroom knapt er gauw af en de doppen hebben een tamelijk dikke wand; in moeilijke hoekjes is dat net te veel. De maatvoering is meestal niet al te precies. Met een machine-instelling worden vele duizenden Taiwandoppen gefabriceerd; duurdere merken houden het op een paar honderd en kunnen binnen veel nauwere toleranties blijven. Een groot nadeel is dat losse Taiwandoppen niet zijn bij te bestellen. Een dop die wegraakt of breekt betekent definitief een lege plek in het plastic relief. Engelse maten (in inches) zijn vaak niet te krijgen. Kortom, een sleutelaar met enig zelfrespect gaat aan de Taiwandoos met opgeheven hoofd voorbij. Hij orienteert zich in de betere ijzerzaak of de goede autoshop en komt er meestal duizelig weer uit, onder zijn arm de dikke catalogus van Elora, Rahsol, Gedore, Stahlwille, Hazet of Belzer. Allemaal Duits en ongeveer in deze volgorde oplopend in prijs en kwaliteit.

Een van de eerste vragen die de verkoper stelt is: 'Kwarts, drie achtste, of een half?'. De man informeert dan naar de gewenste dikte van het vierkante aansluitstuk waar de dop op vast geklikt wordt, en die dikte (in inches) bepaalt ook de dikte van ratels, verlengstangen en doppen. Kwarts (1/4 inch) is alleen voor kleine dopjes, maar als het merk goed is kan wel tot aan maat 14 met kwarts gewerkt worden. Drie achtste (3/8inch) is nu de meest gebruikelijke maat. Hij verdringt daarmee de half (1/2 inch), die tot voor kort de alleenheerschappij had. De goede staalsoorten van tegenwoordig maken het mogelijk van maat 7 tot aan maat 24 met drie achtste te werken. De half werkt met 8 tot 34.'Zeskant of twaalfkant?' Zeskant is meestal beter, de dop heeft dan dezelfde vorm als de moer of bout en die wordt dan op een groter oppervlak gegrepen. Een 3/8 setje van Duits fabrikaat met zeskant doppen van 8 tot 22, een ratel, twee verlengstukken en een kniestukje komt, afhankelijk van het merk, op zo'n twee tot vierhonderd gulden.

Maar er is meer. Er is bijvoorbeeld Facom, een groot Frans merk dat mooi gereedschap maakt. Een van de bijzondere dingen van Facom is de ratel, die zo'n fijne vertanding heeft dat per klikje maar 5 nodig is; met 72 klikjes is de moer pas een keer rond. Een ander pluspunt is het zogenaamde OGV-systeem, de (twaalfkant)doppen hebben dan afgeronde, iets uitwijkende hoeken. Het voordeel is dat de moer of bout niet aan de punten, maar op de zijvlakken wordt gegrepen. Dat spaart moer en bout en de kracht die kan worden overgebracht is groter. Een Facom-setje met OGV-doppen is op dit moment in de aanbieding en kost zo'n fl.275, -Het kan nog mooier. De top in de dopsleutelmarkt is in handen van het Amerikaanse merk Snap-On. Glad gepolijst, dun en taai gereedschap dat op plaatsen komt waar andere sleutels moeten afhaken. Snap-On gebruikt een afwijkende legering (chroom-nikkel-molybdeen in plaats van het gebruikelijke chroom-vanadium) en alle doppen - zeskant zowel als twaalfkant - hebben een systeem dat met het OGV-systeem van Facom is te vergelijken, het heet hier flankdrive. Het standaardsetje kost zo'n zeshonderdvijftig gulden, maar elke sleutelaar die het koele, dunne gereedschap door zijn vingers laat glijden, de solide klik hoort en voelt waarmee de stukken aan elkaar worden gezet en naar het tikken van de ratel luistert begint zachtjes te hoofdrekenen.