De Russische Eastern

In Archangelsk of liever gezegd in Malye Karely vlak bij Archangelsk is een koelakkenkabak te bezichtigen. Eerder heb ik die nog niet gezien in de Sovjet-Unie. Koelak was het bolsjewistische scheldwoord voor 'rijke boer' en de koelakken waren het eerste slachtoffer van de collectivisatie van de landbouw. Tienduizenden koelakken werden van huis en haard verdreven en stierven op transport naar verre streken. Koelak was je overigens al gauw: een beetje boer met een koe en een paard kwam al voor 'dekoelakisering' in aanmerking.

Een kabak is een kroeg en die bestaan niet meer in de Sovjet-Unie. Ik zag die kroeg in het openluchtmuseum van Malye Karely. Hier zijn een heleboel voorbeelden van houten bouwkunst uit Noord-Rusland verzameld, kerken met de beroemde onverslijtbare houten koepels, izba's of boerenhutten, windmolens, waterputten. De dorpsschrijvers van het type Raspoetin, Belov en Astafjev lopen weg met de noord-russische architectuur. Ze zien er het bewijs in van de gezondheid van de Russische mens en het Russische boerenleven van voor de revolutie.

Maar mij gaat het om die koelakkenkabak, omdat ik die nog nooit gezien had. Een mooi, groot, stevig boerenhuis met twee verdiepingen uit de tweede helft van de negentiende eeuw, met die lekkere lucht van hout vermengd met rook. Boven woonde de koelak met zijn vrouw en kinderen en, inderdaad, zijn huisraad wijkt af van de gewone potten en pannen, het spinnewiel en de houten hangwieg van de doorsnee boerenwoning. Hij had stoelen met stoffen bekleding, hij had kleden op de vloer, een berookte spiegel en een echt bureau! Hij had een divan, een glazen kastje voor het zondagse serviesgoed en een met koper beslagen dekenkist voor zijn geld. Maar het mooiste is beneden: de boerenkroeg-annex-winkeltje, met een houten bar en een samovar en verschillende grutterswaren. Hier moet de wodka hebben gevloeid in stromen.

Elk Nederlands kind weet hoe een Amerikaanse saloon uit de vorige eeuw er uit zag, met de houten klapdeurtjes waarachter de dood op de loer lag. Elk kind kent de cowboyhoed en de rinkelende sporen aan het been van de ongeschoren bink, de dames van plezier en de dubbele whisky met ijs. Maar terwijl we van de Rus wel weten dat hij altijd dronken is, weet geen hond hoe een Russische kroeg er uit ziet. De Russische Eastern speelt zich hoofzakelijk af in de tijd van de burgeroorlog, met veel heldhaftige paardrijdende partizanen die voor een beetje kroegleven geen tijd hadden. De bekendste kinderheld is Vasili Tsjapajev, die met zijn in talloze grappen vereeuwigde knecht Petja ten strijde trok tegen de witte legers. Maar bij navraag blijkt niemand zich een kroegscene uit het leven van Tsjapajev te kunnen herinneren.

De bolsjewieken sloten de Russische kroegen en ze zijn sindsdien nooit meer opengegaan. Ze braken ook de Archangelske boer en zijn kroeg, want drank was bourgeois en van de duivel en aan een huis met twee verdiepingen was er ten minste een teveel. En neer zegen de Russische boerenwoningen tot hun nederige niveau. Ze zijn er nooit meer bovenuit gestegen.

Aan de kroeg moeten we denken als we smachtend door Archangelsk lopen. Geen cafe, geen snackbar, geen broodjeszaak in de verre omtrek en wat hebben we een honger en dorst. Van Archangelsk, waar eens de Nederlanders duchtig zaken deden, is niet veel meer over. Aan Nederland herinnert alleen nog een affiche voor de film Flesh and Blood met Rutger Hauer ('Roetger Gauwer') in de hoofdrol. In de stad aan de Noordelijke Dvina, die uitstroomt in de Witte Zee, staat nauwelijks nog een oud gebouw overeind. Uit de handelstijd dateren nog een Duitse Kirche, heel ongebruikelijk in het Russische landschap met zijn torenspits, maar wel naar inlands gebruik roze geverfd, de markthallen waar de eerste Russische geleerde Michail Lomonosov stichter van de eerste Moskouse universiteit met zijn vader placht te shoppen en de Solovetskoje Podvorje, een soort handelsmissie van de monniken van Solovki, een eilandengroep 350 km verderop in de Witte Zee. Hun klooster was een van de rijkste van Rusland, tot het in 1920 door de bolsjewieken werd gesloten en omgevormd tot het eerste concentratiekamp.

Het streekmuseum van Archangelsk, dat uitsluitsel zou moeten kunnen geven over de handelsbetrekkingen met Nederland, is helaas in 'kapitalny remont' (grote restauratiebeurt), zodat de deuren voorlopig gesloten zullen blijven. In het museum voor schone kunsten hangt wel een portret van Willem van Oranje, naast een paar doeken van Leon Bakst, Doboezjinski en zelfs een aantal Repins. In Archangelsk werd de Russische vloot geboren. Peter de Grote met een standbeeld aan de haven vereerd koos Archangelsk uit als bouwplaats voor zijn eerste schepen. Hij kwam zelf eenmaal bijna om toen hij op weg naar de Solovki-eilanden in een storm verzeild raakte. Na de revolutie bezetten de Engelsen korte tijd Archangelsk, om te voorkomen dat de Russen, die in 1918 immers vrede hadden gesloten met de Duitse vijand, hun wapentuig aan de Duitsers zouden verkopen. Van deze interventie, die in de Sovjet-geschiedschrijving altijd tot grote proporties is opgeblazen, getuigt nog een schitterende Engelse tank uit het begin van de eeuw, een koekblik helemaal omrand met ijzeren rupsbanden, die nu als oorlogstrofee een parkje aan de Dvina siert.

LAURA STARINK

Briefkaart uit Archangelsk;