De doodlopende weg van de Albanese vluchtelingen; HOTEL TERMINUS

Begin vorige maand waren ze wereldnieuws. Zesduizend Albanezen verschansten zich in de ambassades van Europese landen in Tirana om zo snel hun vertrek uit het land af te dwingen. Overal waren ze van harte welkom. Die gretigheid is tot nul gedaald, nu duidelijk is dat het hier niet direct om politieke vluchtelingen gaat. In de opvangcentra worden ze aan hun lot overgelaten.

Langzaam dringt het besef door dat ze de verschoppelingen van Europa zijn geworden: in eigen land zag men hen maar wat graag vertrekken en in de landen die hen opvingen dreigt eenzelfde bejegening. Een bezoek aan Albanezen in het kuuroord Bad Karlshafen.'In Albanie is de afgelopen maanden al veel veranderd. Ramiz Alia is een goed leider, maar de mensen om hem heen deugen niet. Alia heeft een groot aantal mensen ontslagen, veel corrupte ambtenaren zijn gestraft, het duurt mij allemaal toch te lang. De oude garde is nog steeds trouw aan de ideeen van Alia's voorganger Enver Hoxha. Zij zeggen gewoon: Pas wanneer Hoxha uit zijn graf opstaat en mij ontslaat, dan ga ik. Iets anders is dat het systeem in mijn land verrot is. Ik wil daar niet langer in leven. We zijn jarenlang bedrogen, de beloftes zijn te groot geweest. Hier in Duitsland wil ik vijf jaar werken en dan ga ik terug.' De man met de keurig verzorgde baard gebruikt een schuilnaam omdat zijn vrouw en vijftienjarige zoon in Albanie zijn achtergebleven. 'Bovendien hebben mijn twee broers een belangrijke functie in een groot staatsbedrijf, ik wil niet dat zij schade lijden door mijn vlucht. Noem me maar Roland', zegt hij. Zijn bruine ogen wekken vertrouwen, maar toch is er iets dat ons steeds weer doet twijfelen. Een analyse van het door hem verafschuwde systeem geeft hij niet, dat zou veel te gevaarlijk zijn voor de achterblijvers. Het argument dat hij immers niet herkenbaar is, vindt hij onvoldoende overtuigend. Hij gebruikt het woord 'pluralisme' om aan te geven hoe het toekomstig bestuur van de Albanese staat er uit moet zien, daar blijft het bij. Een extra reden om voorzichtig te zijn is volgens hem dat hij vrienden heeft bij de Sigurimi, de jarenlang zo gevreesde geheime dienst en je kunt er nooit zeker van zijn wat die doen. De man praat rustig, formuleert zorgvuldig en ziet er goed verzorgd uit, ondanks de tweedehands kleren. Alleen de zwarte linnen damesschoenen over zijn witte sportsokken verraden de armoe.

Roland is een van de bijna 3200 Albanezen die begin juli - sommigen zeggen dat zij er al een week eerder zaten - bij de Westduitse ambassade in Tirana over de muur klommen. Ook in de ambassades van andere Europese landen meldden zich die dagen honderden vluchtelingen. De leiders van Albanie schilderden hen af als bandieten, misdadigers die het land maar wat graag kwijt was. Roland, die in Albanie onderhoudsmonteur was, lijkt zich inmiddels te realiseren dat de gebeurtenissen hem tot de verschoppelingen, de paria's van het westen doen behoren: 'Als Alia het niet had gewild, dan waren we het land niet uitgekomen. Hij heeft ons bewust weg laten gaan, wilde van ons af. Zo moeilijk was het niet om de ambassade binnen te komen, er zaten zelfs zwangere vrouwen'. De Duitse autoriteiten brachten hem met 270 landgenoten - onder wie een tiental vrouwen en ruim twintig kinderen - naar het leegstaande hotel 'Fahlenberg', enkele kilometers buiten het kuuroord Bad Karlshafen. Het hotel ligt aan het eind van een doodlopende weg, niemand in het dorp heeft er iets te zoeken. De stad Kassel ligt ruim veertig kilometer verderop, veel te ver om te lopen. 'Hotel Geschlossen' staat op grote borden in de vitrines aan de buitenmuur.

Roland, zich goed bewust van zijn moeilijke positie, maakt zich ernstig zorgen. In de afgelopen dagen zijn er in de omgeving een paar fietsen en wat levensmiddelen gestolen. Ja, door zijn landgenoten. Ongelooflijk stom vindt hij dat. In de uitdrukking op zijn gezicht wisselen verontwaardiging en angst elkaar af. Het is toch niet zo moeilijk voor te stellen dat zoiets de hele groep zal worden aangerekend? Hij rekent alvast niet meer op een goede afloop.

Of het echt zo dramatisch uitpakt is de vraag, maar de burgemeester van Bad Karlshafen heeft het bestuur van de deelstaat Hessen al laten weten dat er snel iets moet gebeuren, zo meldt de woordvoerder in Kassel.

Rolands bezorgdheid en verontwaardiging klinken aan het eind van een lang gesprek waar nog vier andere Albanezen aan deelnemen. Vijf mannen die op 2 en 3 juli duidelijk maakten Albanie te willen verlaten en ruim twee weken later via Italie per trein in de Bondsrepubliek aankwamen.

Walkman

Alle deuren en ramen van 'Fahlenberg' staan bij onze aankomst open, maar de stank is verschrikkelijk. De eerste kennismaking in de donkere hal van het hotel verloopt nogal tumultueus. Een grote groep dromt om ons heen, een jongen met een goedkope walkman dringt naar voren, probeert de anderen jaloers te maken met zijn speeltje. Hij heeft precies een cassettebandje. Allerlei verhalen worden door elkaar geschreeuwd, wat de een vertelt wordt door een ander na enkele regels onderbroken met de kreet: 'Allemaal leugens, blablabla'.

Een paar keer komt het bijna tot vechten, de tropische hitte zal hier ook aan bijgedragen. Al gauw kan zelfs onze tolk Qenan er geen touw meer aan vastknopen. Hij hoort kreten als: 'De politie is het ergst, domkoppen die je voor het minste of geringste oppakken. Ik heb met ze gevochten, kwam steeds weer in de gevangenis'.

En: 'We waren wel gedwongen om te stelen, er was te weinig om gewoon te leven' of: 'Ik vertelde gewoon verhalen, dachten ze dat ik mensen aanzette om te gaan vluchten'.

Maar niemand slaagt er in meer duidelijkheid te verschaffen over de eigen achtergrond; de dorpen of steden waar dit zich allemaal moet hebben afgespeeld, blijven ongenoemd.

De meeste mannen zien er slecht uit, ingevallen ongeschoren wangen, rode ogen, afgebroken of verbrokkelde tanden, lang donker haar, veel armen zijn getatoueerd met ankers, straaljagers en onduidelijke symbolen. Een vol pakje filtersigaretten is in een mum van tijd leeg; of we niet meer hebben. Een enkeling draagt een verbleekt T-shirt met een quasi vrolijke Amerikaanse tekst als 'Fun in the sun'. Het geschreeuw en gedreig in de hal van het kale hotel houden aan. We gaan naar buiten, maar ook dat helpt niet veel. Niemand geeft de ander de kans om uit te praten. De groep blijkt absoluut niet homogeen, men kent elkaars naam en achtergrond niet; maar belangrijker is dat ook de achterdocht veel te groot is voor een rustig gesprek.

Zo komen we niet verder en op ons verzoek worden dan na lang beraad vijf vertegenwoordigers gekozen, plus een echtpaar met hun zoon van drie. Met hen mogen we praten over wat vooraf ging aan de massale vlucht naar de ambassades in Tirana. Een groot deel van de groep vindt een man bijzonder belangrijk: Ylli Mamutai, die samen met chauffeur Ylli Budinaka een kleine vrachtwagen met 37 mensen in de bak door het hek van de Westduitse ambassade reed. Hij was wel niet de eerste, maar deze brutale actie maakt hem tot een zeer gezaghebbend man in de groep. Zijn zware hangende snor en gespierde bovenarmen maken ook veel indruk op de anderen. 'Mamutai is een worstelaar', klinkt het vol ontzag en Ylli grijnst dan trots. Met hem moeten we zeker praten, vinden de meesten. Wij wijzen naar de man met de verzorgde baard, Roland, de enige die niet het doosje sigaretten uit onze handen trekt. Hem willen we er zeker bij. Voor het gesprek met deze vijf zullen we de volgende dag ergens in het dorp een geschikte, rustige plek zoeken.

Collaborateurs

Met Niftar en Nafie Veliu blijven we in de buurt van het hotel, enige tientallen gaan er nieuwsgierig om heen staan. Wanneer ze iets horen dat hen niet bevalt, laten ze dat onmiddellijk weten, maar na een paar harde woorden van de zojuist aangewezen woordvoerders houden ze zich gedeisd. Nu en dan klinkt nog een kreet over het slechte eten en het gebrek aan fruit, over de lakens die al twee weken niet verschoond zijn, of dat 80 mark per maand veel te weinig is.

Niftar is 38 jaar, zijn vrouw Nafie 26, hun zoontje kreeg de prachtige naam Amarildo. De tolk kent deze keer weinig twijfel over de echtheid van die namen, vooral omdat ze hun geschiedenis zonder veel terughoudendheid vertellen. Al snel wordt duidelijk dat zowel de ouders van Niftar als die van zijn vrouw tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerden met de Duitsers of met de Italianen onder Mussolini. Voor deze mensen was geen plaats in de 'partizanenstaat' onder Hoxha en zijn tweede man Mehmet Shehu in het begin van de jaren vijftig. Collaborateurs werden opgepakt, familieleden vluchtten naar Oostenrijk, Australie en de Verenigde Staten. Erger is dat ook de kinderen van deze ouders zwaar werden gestraft. De partijleiders vonden dat zij geen aanspraak konden maken op het staatsonderwijs en Nafie mocht aanvankelijk dan ook niet naar school. Een maatregel die ook onze tolk Qenan een essentiele fout noemt.

Nafie voelt zich even weinig verbonden met Albanie als haar man. Contact maken met kinderen van communisten was al die jaren onmogelijk, niemand wilde iets met haar te maken hebben. Haar man hield het al voor gezien toen hij nog maar zestien was. Zijn vlucht naar Joegoslavie lukte, maar hij werd daar gepakt en belandde voor zes maanden in de gevangenis van Skopje. Daarna werd hij overgeleverd aan het strenge regime in Albanie dat hem tot nog eens twaalf jaar gevangenisstraf veroordeelde. Maar de krachtig gebouwde Niftar was geen man voor de cel. Steeds weer probeerde hij te ontsnappen en iedere keer kregen de bewakers hem te pakken - eenmaal door hem in het onderbeen te schieten. De littekens van de twee schotwonden worden ons ongevraagd getoond. Voor zijn vluchtpogingen kreeg hij er drie jaar cel bij.

Niftar Veliu werkte vele en vooral lange jaren in een chroommijn en in een van de kampen leerde hij zijn vrouw kennen. Vier jaar geleden zijn ze getrouwd. Een oom, 'kleermaker' in Oostenrijk stuurde hen 30.000 lek, ongeveer tienduizend gulden. Een mededeling die verontwaardiging onder de omstanders veroorzaakt: 'Zulke mensen krijgen het zomaar terwijl wij het land moesten opbouwen'.

Het echtpaar reageert niet op die kreet. Voor Albanese begrippen is het huwelijkscadeau voor Niftar en Nafie inderdaad een fors kapitaal, het gemiddelde loon in het land is 600 lek per maand.

Het leven bleef desondanks hard, ze bewoonden een houten barak 'van de staat'.

De inrichting was pover, keukenapparatuur was er niet, wel elektriciteit en water. Toen in 1987 Amarildo werd geboren bleek het huisje eigenlijk te klein. Speelgoed was niet te krijgen, de vader maakte van klei het een en ander op zijn werk. De definitieve beslissing om het land te verlaten, namen Nafie en Niftar toen ze hoorden van de gebeurtenissen in Oost-Duitsland, eind vorig jaar. Alles hebben ze achtergelaten. Nu willen ze graag zo snel mogelijk naar familie in de Verenigde Staten.

Eenvoudige lunch

De volgende dag rijden we vanuit Bad Karlshafen de doodlopende weg af naar het hotel, langs de Hessen Klinik waar, zoals ons wordt meegedeeld, een van de vluchtelingen met verschijnselen van ondervoeding is opgenomen. Zijn toestand is niet ernstig. De temperatuur buiten loopt snel weer op tot boven de dertig graden. De mannen die zijn aangewezen om het verhaal over hun vlucht te vertellen, zitten al klaar in de schaduw aan de rand van het parkeerterrein. Ze geven de voorkeur aan een gesprek ergens in het kuuroord. Een van hen merkt op dat ze door dit alles wel de lunch zullen missen. We beloven daar in te voorzien. Het vergt enig passen en meten maar dan blijkt de stationcar toch acht personen te kunnen vervoeren.

In een van de barokke restaurants van het kuuroord, vlakbij het bijzondere Hugenotenmuseum, bestellen we een eenvoudige lunch. De mannen prikken de schijfjes boter aan de vork en kauwen die zonder reactie weg. Ylli Mamutei, de man die samen met een maat een kleine vrachtwagen door de poort van de Westduitse ambassade reed, mag als eerste zijn verhaal vertellen. Hij gaat er eens goed voor zitten, de dikke bovenarmen op de tafel, maar verontschuldigt zich dan met de opmerking dat hij eigenlijk nooit goed heeft leren vertellen. Ook de familie van Mamutei is naar de Verenigde Staten gevlucht. De tolk denkt dat deze man dezelfde achtergrond heeft als Niftar en Nafie Veliu, maar elke volgende vraag hierover blijft onbeantwoord.

Mamutei heeft een grondige hekel aan de Albanese politie, waar hij vanaf zijn vijftiende jaar regelmatig mee overhoop heeft gelegen. Ach ja, soms vechten, schelden, ook wel eens teveel gedronken. Hij lacht er om. De gevangenisstraf is de ene keer zes maanden, dan 'zomaar' anderhalf jaar. 'De regering die er nu zit is prima, maar de bureaucraten daaronder en de politie, die deugen niet. Ze zijn niet geschoold, trekken zich niets van de nieuwe wetten aan en onderdrukken de bevolking', zegt Mamutei. Hij leunt dan achterover en wacht op een reactie. Veel kritiek had hij op de vorige partijchef Enver Hoxha: 'Ik weet zeker dat iemand mij heeft aangegeven. Ze waarschuwden me dat er een dossier werd aangelegd'.

De vlucht naar de ambassades is volgens hem geen georganiseerde actie geweest. Anderen aan tafel protesteren. 'Nou laten we het dan zo zeggen. Het was geen actie van het hele volk, maar van kleine groepen. Mijn beslissing om te gaan stond vast nadat was uitgelekt dat Simon Stefani (de door Ramiz Alia ontslagen minister van binnenlandse zaken, tevens hoofd van de politie - red.) in het geheim had zitten vergaderen met de politiechefs om hardere maatregelen tegen 'verdachten' af te spreken', vertelt Mamutei. Hij noemt de huidige leider van Albanie 'een beste man', maar hij gelooft er niet meer in. De vrachtwagenchauffeur-worstelaar blijkt de situatie in zijn land niet goed te kunnen beschrijven. Steeds weer stuiten we op de politie die het allemaal zo moeilijk maakt: 'Je kunt doen wat je wilt, maar ze houden je in de gaten'. De wat verlegen kijkende Roland heeft de bewoners van hotel 'Fahlenberg' eens wat beter geobserveerd. 'Er zitten veel onvolwassenen bij die zich nu afvragen of ze er wel goed aan gedaan hebben om te vluchten', zegt hij. Roland heeft geen spijt, maar wat hem nu precies deed vluchten blijft ook onduidelijk. De enige reden die de onderhoudsmonteur opgeeft is: 'Het systeem is verrot, ik heb er een hekel aan. Het schiet niet op, je ziet geen verbetering'.

Zijn vrouw die bij hun vijftienjarige zoon is gebleven, werkt als bouwingenieur. Tot Rolands vlucht leefde het gezin van een dubbel inkomen. Hoe het nu verder moet met de achterblijvers weet hij ook niet. Onzeker, alsof een grote gunst wordt gevraagd, zegt hij dan: 'Hier een paar jaar hard werken en dan terug'.

Daar heeft zijn buurman helemaal geen zin in. Hij wil zijn naam niet noemen, maar we moeten weten dat de Duitsers hem slecht behandelen. De magere blonde man met een witgouden ketting om de hals, trekt zijn shirt wat naar voren: 'Hier voel maar eens, gebruikt spul. Alle kleren zijn tweedehands of nog erger. Alleen het ondergoed is nieuw'. Nee, zijn korte verblijf hier is al een grote teleurstelling. Hij wil nu naar Amerika, daar kun je snel rijk worden. Zijn levensverhaal lijkt sterk op wat we eerder hebben gehoord: 'Van jongs af aan ben ik bezig geweest om te vluchten. Het systeem, de uitkomsten ervan zijn me tegengevallen. Het werk in de mijnen haat ik, dat is veel te zwaar'.

Ook hij heeft meermalen in de gevangenis gezeten, niet vanwege zijn politieke overtuiging.

Taalproblemen

Over de eigen toekomst hebben ze geen duidelijke voorstelling. 'Op de dag dat Albanie pluralistisch wordt, ga ik terug', zegt de een. En zijn buurman vult aan: 'Alia zal niet rustig slapen, die denkt vast en zeker na'.

Voorlopig wonen ze in een kaal hotel, waar niet voor iedereen een kamer is. Ook de vergaderzalen zijn noodgedwongen ingericht als slaapzaal: 'Dat vind ik heel erg, een schande, dat vrouwen op de zaal moeten bij mannen die de hele dag niets te doen hebben'.

Het is duidelijk dat de groep het niet zo heel lang meer met elkaar uithoudt.

Begin vorige maand lag het tempo bijzonder hoog. Italie, Duitsland en Frankrijk wisten alles in een paar dagen te regelen. De Duitse instanties die de asielaanvragen beoordelen werken echter op de vertrouwde snelheid en het blijkt nog maar de vraag of alle 3200 vluchtelingen in de Bondsrepubliek kunnen blijven. 'We zoeken nog naar andere betere verblijven, maar voorlopig mogen ze in Duitsland blijven. De afhandeling van de aanvragen zal zeker maanden duren. Er zijn ook nogal wat taalproblemen, daarom hebben we deze week een tolk aangesteld', zegt dr. Werner Neusel, de woordvoerder van Kassel.

In de ambassades werden de Albanezen omhelsd door het personeel. Het leek of ze in de hele wereld welkom waren. Een maand later en tweeduizend kilometer verder is de werkelijkheid totaal anders. Ook de Nederlandse regering, die begin juli nog aanbood een groep Albanezen op te nemen, heeft geen enkel belang meer bij hun komst. Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken bevestigt dat ons land niets zal ondernemen om een aantal van de vluchtelingen onderdak te bieden.

De bevolking van het kuuroord Bad Karlshafen blijft op veilige afstand van het hotel, niemand bemoeit zich met de vluchtelingen. In de winkels ziet men hen liever niet, ze hebben toch niets te verteren. Meer dan de helft van de groep in hotel 'Fahlenberg' wil direct terug naar Albanie, al beseffen ze dat alleen de naaste familie op hun terugkeer zit te wachten. En misschien die nog niet eens. Ze vragen alleen de garantie dat hun vlucht niet, zoals tot voor kort gebruikelijk was, met tien jaar gevangenis wordt gestraft.