Buitenstaanders hebben het vaak heel zwaar in de Kuip; Feyenoords aanhang 'zwart-wit'

ROTTERDAM, 11 aug. Van de dertien voetballers die gisteravond bij Feyenoord tegen Stuttgart werden ingezet spelen er maar twee langer dan twee seizoenen in de Kuip. Regi Blinker en Ruud Heus staan al vier jaar onder contract bij de Rotterdamse club, maar ook zij zijn geen echte Feyenoorders. Joop Hiele is dat wel. Hij stond drie dagen geleden nog in zijn stadion in het doel; als keeper van zijn nieuwe vereniging SVV. Sjaak Troost is nu nog de enige echte clubman in de A-selectie van Feyenoord. Hij herstelt echter van een beenbreuk en wordt door technisch directeur Bengtsson pas in oktober in het elftal terugverwacht.

De 30-jarige Troost behoort al twintig jaar tot Feyenoord. Hij speelde 310 competitiewedstrijden in het eerste elftal. 'De supporters', zegt de verdediger, 'komen in eerste instantie niet voor Troost, Hiele of Wijnstekers naar het stadion. Ook niet voor de club, want het is geen club meer. De profs behoren tot een Stichting die in commerciele handen is, noodgedwongen. Nee, de mensen komen voor de naam, het embleem, de kleuren rood en wit. Daarmee voelen ze zich verbonden. En als het Feyenoord goed gaat maakt het ze niet uit wie er meespelen. Of dat nou echte Feyenoorders zijn of niet.' Troost weet echter ook uit ervaring hoe zwaar buitenstaanders het kunnen hebben bij Feyenoord in mindere tijden. Dan zijn de fans niet mild voor de spelers die de meest grove verwensingen naar hun hoofd krijgen. 'Ik geef toe dat ik op zo'n moment meer krediet heb dan anderen', vertelt Troost. 'Ze kennen mij door en door en weten dat het met mijn inzet wel goed zit. 'Hij zegt nooit bang voor de eigen aanhangers te zijn geweest. Ook de angst die andere spelers vaak hebben is volgens Troost ongegrond. 'Rotterdammers zijn recht door zee. Ze schelden je verrot, dreigen, maar daarmee houdt het dan ook op. De volgende week zitten ze gewoon weer op de tribune, acht van de tien supporters zeker.'

Ajax

De glorietijd dat er gemiddeld meer dan 40.000 toeschouwers naar Feyenoord kwamen kijken is al lang voorbij. Maar ook tijdens de competities dat de club uit Rotterdam-Zuid in de subtop of zelfs de middenmoot stond bleef het publiek in respectabele aantallen komen. Slechts een seizoen in al die jaren van malaise trok Ajax, beschouwd als de populairste club van Nederland, echt meer toeschouwers dan Feyenoord. Dat was in 1981-82. Johan Cruijff maakte toen op 6 december zijn rentree in Amsterdam en met een gemiddelde van 21.706 per duel zat Ajax ver boven zijn normale aantallen.

Voor het komende seizoen heeft Feyenoord al duizend seizoenkaarten meer verkocht dan vorig jaar, 5.506 om precies te zijn. En de praktijk leert dat er in de periode tussen een succesvol verlopen AD-toernooi en de competitiestart altijd nog een aantal vaste klanten bijkomt. Gisteravond zaten en stonden er 21.046 toeschouwers in De Kuip. Dat waren er duizend minder dan op de eerste dag van het toernooi van '89, maar toen was de tegenstander van Feyenoord, het Belgische Anderlecht met De Mos als trainer en Van Tiggelen in de verdediging, veel aantrekkelijker dan die van deze keer, Stuttgart. Het Rotterdamse bestuur toonde zich dan ook tevreden.

De supportersvereniging Feyenoord is de grootste van Nederland en heeft bijna 6.000 leden, afkomstig uit het hele land, van Terschelling tot Limburg. Opvallend genoeg zijn dat er veel meer dan in het laatste jaar, 1984, dat de club kampioen werd. Toen waren er maar 1.700 aangeslotenen. 'In slechte tijden zoeken de supporters meer steun bij elkaar, zoeken samen naar oplossingen en gaan samen lekker zitten klagen', verklaart Bert Vrijhof, de voorzitter van de supportersvereniging.

Vrijhof beaamt dat de Feyenoord-aanhang zeer kritisch is. 'De Rotterdammer wil werkvoetbal zien. Dat hoort bij hem. En zo gauw dat niet gebeurt laat hij zijn afkeur horen. Het valt ook niet mee om jarenlang koeien met gouden hoorns beloofd te krijgen. Aan het begin van elk seizoen werden de mooiste beloften gedaan; Feyenoord komt weer terug in de Europese top en meer van die dingen. En als die dan niet uitkomen valt dat verkeerd bij de toeschouwers. Die voelen zich elke keer bedonderd.'

Tegen Stuttgart keek het legioen in ieder geval weer op positieve wijze toe hoe Feyenoord de zoveelste nieuwe start maakte. Zelfs een simpele terugspeelbal werd met applaus ontvangen. De bekende clubliederen werden gezongen en de Roemeen Sabau werd al meteen tot publiekslieveling gebombardeerd.

Richard Budding

Ras-Feyenoorder Troost heeft het verscheidene keren meegemaakt dat een speler niet tegen de druk van het spelen in de Kuip bestand bleek te zijn. 'Richard Budding', herinnert hij zich, 'was op de training de beste rechtsbuiten van Nederland. Maar bij de wedstrijden bleek hij altijd ziek van de zenuwen. Vooraf zat hij in de kleedkamer te trillen als een rietje. Hij was bloednerveus. Rene Hofman was er ook zo een.'

Troost zegt zelf nog steeds voor elke wedstrijd de druk te voelen die blijkbaar zwaar op een speler van Feyenoord rust. 'Dat is niet te omschrijven. Ik heb het vaak geprobeerd, maar het lukt me niet. Voor een wedstrijd gaat dat luik in de Kuip open, je stapt het stadion binnen, ja, dan krijg je dat gevoel, he.' Van de huidige selectie heeft John Metgod, de aanvoerder nota bene, het soms zwaar te verduren. Hij hoeft maar een bal verkeerd te spelen of hij wordt voor rotte vis uitgemaakt. Met name in zijn eerste seizoen bij Feyenoord keerde de aanhang zich vrijwel massaal tegen de verdediger. Metgod: 'Als er een keer kale klootzak wordt geroepen, oke. Leuk is het niet, maar daar kan je mee leren leven. Dat is anders als het een soort hetze wordt. Dan moet je toch steeds even slikken. Ik was bij wijze van spreken al voordat ik een bal had geschopt vier meter onder de grond gedrukt.'

Toch heeft Metgod nooit overwogen naar de trainer of het bestuur te stappen en om een transfer te vragen. 'Ik ben gelukkig nuchter. Ik heb niet hetzelfde nare gevoel als Hofman gehad.' Supportersvoorzitter Vrijhof zegt het onbegrijpelijk te vinden dat Metgod zo op de korrel wordt genomen. 'Het is zo'n aardige jongen. Hij staat altijd voor ons klaar. Hij komt zelfs weleens een dagje wedstrijden fluiten bij toernooien van de supporters.'

Een oplossing ziet Vrijhof niet. 'We zouden met een formuliertje bij de ingang van bepaalde vakken kunnen gaan staan. Maar ik ben bang dat dat averechts zou werken en dat de mensen alleen maar harder gaan roepen. Een speler valt in de smaak of niet. Daar worden geen afspraken over gemaakt. Dat gebeurt gewoon.' Metgod heeft toch sterk het idee dat hij het vorig seizoen, zijn tweede in Rotterdam, beduidend beter geaccepteerd is door de aanhang. Hij zegt daar echter geen conclusies aan te verbinden met het oog op de toekomst en 'voor honderd procent' voorbereid te zijn op een volgende 'aanval'. 'Op het moment dat er wordt gefloten en dingen naar je worden geroepen neem je je voor ze daartoe geen aanleiding meer te geven. Je speelt zo simpel mogelijk, je neemt geen risico's. Dat vergt concentratie. Later probeer je dan weer iets, steeds een beetje meer.'

Ongeduldig

Metgod is de laatste die zal bestrijden dat de supporters van Feyenoord trouw zijn. 'Ze laten de ploeg niet in de steek', weet hij. 'En Feyenoord hoeft maar een beetje succes te hebben en ze stromen met duizenden toe. Dat zag je vorig jaar tegen Ajax, zaten er ineens 55.000 toeschouwers in de Kuip. Maar op het moment dat het slecht gaat zijn ze zo ongeduldig. Dan slaan de stoppen door en gaan er steeds meer mensen roepen en fluiten. Dan is er geen houden meer aan. Dat is eigenlijk heel tegenstrijdig.' Metgod typeert het Feyenoord-legioen dan ook als 'een zwart-wit aanhang'. De 32-jarige aanvoerder heeft verleden jaar een aantal supporters proberen uit te leggen dat het weinig zin heeft om een speler uit te fluiten na een foute actie. 'Daardoor is de kans groot dat hij de volgende bal ook verkeerd speelt.'

Metgod wijst op de situatie in Engeland waar hij voor Nottingham Forest en Tottenham Hotspur uitkwam. 'Daar ga je bijna altijd onder applaus van het veld. Ook als met 0-2 of 0-3 hebt verloren. De supporters blijven je steunen, vooral de harde kern. Dat is ook de manier. Je hebt juist steun nodig op momenten dat het slecht gaat. Als je goed speelt en wint gaat alles toch vanzelf.' Volgens Metgod zal een Feyenoord-elftal het niet meteen gemakkelijker hebben als er een aantal clubmensen, zoals Sjaak Troost, in het veld staat. 'Ook in de tijd dat er echte Feyenoorders speelden was er kritiek van de supporters.'

Ook technisch directeur Bengtsson zegt het niet als een probleem te ervaren dat zijn ploeg spelers met een rood-wit hart ontbeert. 'Het is mooi meegenomen als je ze erbij hebt', zegt de Zweed. 'Maar ik kan er niets aan doen dat ze er niet zijn. Kijk, als ik zou moeten kiezen tussen een Feyenoorder en een speler van buitenaf van hetzelfde niveau dan kies ik natuurlijk voor de Feyenoorder.'