Voorheen De Sluis

In het voormalige methadoncentrum aan de Amsterdamse Van Baerlestraat zetelt sinds september vorig jaar galerie De Sluis uit Leidschendam. Twaalf jaar geleden begon galeriehouder Wim Vromans daar met geometrisch-abstracte werk van kunstenaars als Joost Baljeu en Fre Ilgen en met de lyrische abstractie van Bram van Velde en Hans Hartung.

Met de ontwikkeling van de kunstenaars is ook de koers van de galerie veranderd. De huidige accrochage in de Van Baerlestraat geeft een aardig overzicht van de verscheidenheid daarvan. Peter van den Akker werkte oorspronkelijk in geometrische trant, maar maakt nu schilderijen waarin menselijke figuren en herkenbare voorwerpen ritmisch over het vlak zijn verdeeld. Van de uit Suriname afkomstige John Lie A Fo zijn er vrolijke kleine reliefs in metaal van dieren en mensen die met elkaar leven als voor de zondeval. Zijn motieven herinneren aan Cobra, maar ook aan 'naieve' kunst uit Midden- en Zuid-Amerika. Ad Arma werkte vroeger ruwe, primaire vormen uit in brons terwijl hij nu met behulp van steen, brons en boomtakjes meer poetische beeldjes maakt met titels die verwijzen naar de mythologie. Een nieuwkomer is Nicola Rozenmeijer (1955), van wie meer dan manshoge houten palen zijn opgesteld als een soort raketten. Door de groene schubben aan een kant krijgen ze het aanzien van voorwereldlijke reptielen, de 'mutsjes' van keramiek op de palen suggereren uitheemse vogels die hun nek strekken en een kreet slaken. 'They do not dare cry out', dat op de foto is afgebeeld, hoort in dezelfde serie thuis. Ditmaal vormen de 'raketten' een sprookjesachtige burcht van hout en keramiek.

T/m 6 september wisselende presentaties uit de collectie van galerie Vromans, Van Baerlestr. 156 Amsterdam. Wo. t/m za. 1218u, zo. 13-17u.

Paul Fleming

Al meer dan tien jaar houdt tandarts Dirk Vermeulen exposities in zijn praktijk aan de Amsterdamse Zieseniskade. Hij begon in een levendige tijd, toen kunstenaarsinitiatieven zoals Aorta en The Living Room (nu een 'gewone' galerie) ontstonden en er 'in de marge' de leukste dingen gebeurden. Hoewel zijn klanten grotendeels uit het hoofdstedelijke kunstwereldje afkomstig zijn, probeert Vermeulen geen tentoonstellingen te maken met bekende namen. Hij vraagt geen percentage van de verkoop. Hij heeft een zwak voor gepensioneerde mannen die zich alsnog met ambitie aan de kunst wijden. Zoals de heer Dilg, een ex-suppoost uit het Stedelijk Museum, aan wiens schilderijen men kan aflezen in welke zalen hij veel heeft gestaan. Dilg werkt in een ratjetoe van geleende stijlen, 'maar heel serieus en interessant', aldus Vermeulen. Ook vraagt hij muzikanten en acteurs om iets te maken. Onlangs exposeerde de New Yorkse toneelspeler Michael Kirby zijn computerprints, in het komende seizoen heeft hij een Nederlandse theatercoryfee op het oog. In die 'interdisciplinaire' opzet past ook een presentatie van foto's gemaakt door galeriehouder Paul Andriesse, volgende maand. Maar ook bekende fotografen, onder wie Paul Blanca, Maarten Korbijn en Helena van der Kraan verzorgden presentaties.

Op dit moment zijn er in De Praktijk zwart-wit foto's van de net aan de Rietveldacademie afgestudeerde Paul Fleming te zien. Zonder uitzondering spelen honden de hoofdrol. Ineens besef je dat ze afstammen van de wolf. Ogen glanzend van kwaadaardigheid, ze hebben blikkerende tanden en gekromde lichamen, klaar voor de aanvalssprong. Het is een schok dit huisdier 'in het wild' te zien. Toch hoefde Fleming voor zijn opnames niet verder dan het plaatselijke park. Of het nu labradors, bulldogs, dalmatiers of ordinaire 'vuilnisbakken' zijn, elkaar of een stuk speelgoed bevechten doen ze allemaal. Een prachtige opname is die van een hond die zich net afzet aan de rand van een vijver om het projectiel te volgen dat hij dadelijk zal apporteren. Zoals alle foto's is deze van onderen genomen waardoor de imposante duikvlucht van het dier angst inboezemt. Maar er is ook een voortsjokkend gevlekt exemplaar dat, de kop treurig langs de grond slepend, op een levenswijze, oude zwerver lijkt. Het best is de foto waarin een hondekop vanuit de hemel, omkranst door wolken, op aarde neerkijkt. Een deel van de 'wolken' wordt echter gevormd door een witte speelkameraad die door zijn beweging is veranderd in een vage nevel. Het resultaat is een surrealistische foto, verkregen door een 'gewone', documentaire opname van honden in een park. Een bijzonder debuut.

T/m 31 aug. in De Praktijk, Zieseniskade 20 Amsterdam. Ma t/m vr 8.30 - 12.30 en 13.30 - 16.30u. OOK'Operatie Onmisbare Kunst' maakt zichzelf bekend via een uitnodigingskaart van de Verenigde Spaarbank-galerie. De stichting met deze provocerende naam, kortweg OOK genoemd, 'wil een lans breken voor de figuratieve kunst van deze eeuw', die 'toegankelijker' wordt geacht dan wat het publiek doorgaans krijgt voorgeschoteld in musea. Tentoonstellingen, liefst op grote schaal, moeten deze kunstvorm, die volgens OOK weinig 'officiele' waardering krijgt, meer onder de aandacht brengen. Utopisch is vooralsnog de uitgave van een boekwerk en de inrichting van een permanent museum voor wat men noemt 'de levende traditie', het authentieke vakmanschap dat de kunstenaar niet meer leert op de kunstacademie. Het 'grensverleggende abstracte werk', dat tot de kunst is verheven, hoeft echter niet te worden verdrongen; beide kunstvormen moeten een gelijkwaardig bestaan naast elkaar krijgen.

Helemaal miskend is de figuratieve kunst niet. Daarvan getuigen alleen al in Amsterdam galeries als Lieve Hemel, Mokum en Petit die een flinke klantenkring hebben en met wie de Stichting samenwerkt. Ook het Singermuseum in Laren en het Zutphense museum Henriette Polak en Drs. Loek Brons genieten OOK's waardering. Brons heeft met zijn kunsthandel Hollandse moderne klassieken als Carel Willink en Pyke Koch meer aanzien bezorgd in het 'officiele' kunstcircuit, aldus voorzitster en ex-ballerina mevrouw Hans Snoek. Evenals de door hem bewonderde kunstenaar Herman Gordijn behoort Brons overigens tot de 300 Vrienden van OOK. Subsidie heeft de stichting, die door vrijwilligers wordt geleid, tot nu toe niet gekregen omdat in de subsidiecommissies 'dezelfde mensen zitten die ook bepalen wat er in de musea gebeurt'. De stichting zou graag een aantal onlangs overleden kunstenaars eren met een tentoonstelling, onder wie Paul Citroen, Joop Sjollema en Dick Elffers.

In Amsterdam tonen nu 14 kunstenaars hun werk, in leeftijd varierend van 35 tot 88 jaar. De oudste is Louis Schrikkel (1902) die nog op het atelier bij Breitner heeft gewerkt. Zijn dromerige 'Orpheus', het midden houdend tussen een naieve en een magisch-realistische stijl, is het interessantste stuk op deze expositie. De aquarellen die Rene Tonneyck (1915) maakte van de kathedraal van Bath zijn niet meer dan aardige getuigen van een reis, net als de sfinxen van Astrid Engels. De traditionele stillevens van Ed Masseus flesjes op een tafel laten zien dat hij het fijnschilderen uitstekend beheerst. Hyperrealistisch is het doek 'Elly en het Wedgwood' van Toine Moerbeek (1949) waarop we een vrouw op een bank zien met voor zich haar theeservies. De collages van Bessel Kok ogen heel modern en zijn hier het minst op zijn plaats. Met zijn uitgeknipte fragmenten die een kitscherige wereld oproepen staat hij dichtbij de geensceneerde fotografie. Voor hem moeten er genoeg andere expositiemogelijkheden zijn. Maar de kans dat een conservator van het Stedelijk Museum komt kijken in de Spaarbank, is heel klein.

T/m 7 sept. in de Verenigde Spaarbank-galerie, Singel 548 Amsterdam. Ma t/m vr 9 - 17u, do ook 18.30 - 20u.