Politieke archeologie

Heeft iemand de omwenteling in Midden-Europa al eens vergeleken met de Beeldenstorm? Het ligt zo voor de hand, het moet wel: een geloof dat de priesters op aarde vooral dient om hun zakken te vullen een fatsoenlijker uitdrukking is er niet; barbaarse zuiveringen; voortwoekerende afgoderij waarin het verband met de oorspronkelijke leer onvindbaar is; economische stagnatie en een bedrogen proletariaat; dat allemaal uit naam van de paradijselijke toestanden die onherroepelijk in het verschiet liggen...

Hebben we het over de Roomse Kerk in de eerste helft van de zestiende eeuw of over het marxisme-leninisme in de tweede helft van de twintigste? Maar er is een groot verschil: vergeleken met onze calvinistische voorouders hebben de Polen, Hongaren, Tsjechen en al degenen die nu in de Sovjet-Unie in verzet zijn, hun omwenteling aangepakt alsof ze van het Rode Kruis en Monumentenzorg waren. In augustus 1566 werden binnen drie weken in Vlaanderen 400 kloosters verwoest, om van de kloosterlingen niet te spreken. Daarna is het nog maanden op dezelfde voet verder gegaan.

Nu zag ik een foto in de krant van het Eigentijds Museum in Boedapest, de ingang geflankeerd door twee ouderwets-reusachtige portretten van Stalin en Rakosi, de man die tussen 1949 en 1953 Hongarije heeft gestaliniseerd. Er werd een tentoonstelling gehouden over de 'rode terreur': afbeeldingen van iedereen die toen het leven der Hongaren heeft vergald, met het gereedschap, de rekwisieten en relikwieen die ze daarbij gebruikten. De eerste twee dagen waren er 10.000 bezoekers geweest en nu nog altijd 700 tot 800 per dag. Menige vitrine is gevuld met de cadeaus die Rakosi destijds spontaan van het volk kreeg. Er ligt ook een hand van Stalins bronzen beeld, het enige onderdeel van de maarschalk dat ze nog konden vinden. De eigenaar wilde het na lang aandringen voor ongeveer fl.1500 verkopen. Ik weet nog een stukje te liggen, bij mij op zolder, in die dagen onder mijn toezicht van de snor afgezaagd. Dat moet ook heel wat waard zijn.

Een van de opmerkelijkste kanten van de Middeneuropese revolutie is, dat de standbeelden gespaard zijn gebleven. In Praag stond van Stalin het grootste ter wereld, een onverbiddelijke kolos van steen die jaren geleden geruisloos is verdwenen. Maar zeker 99 procent van alle duizenden Lenins in de Sovjet-Unie staat er nog. Heel af en toe is er een fotograaf bij als er een van zijn sokkel wordt getrokken. Bij ons zijn de heiligen er vierhonderd jaar geleden heel wat minder goed vanaf gekomen. Later hebben we dat natuurlijk betreurd.

Het communisme heeft een ontzaglijke hoeveelheid beeldende kunst en wat als zodanig was bedoeld geproduceerd. Vroeger hebben we medelijdend gelachen om de baksteenkleurige tractorchauffeurs, de overgezonde boerinnen en de soldaten met hun enorme onderkaken. Dat wordt nu allemaal niet meer gemaakt en intussen heeft het vrije-marktmechanisme zijn intrede gedaan: nieuwe verzamelaars dienen zich aan, de prijzen stijgen.

Dat is iets anders dan het Eigentijds Museum. Daar wordt niet aan kunst of aan verzamelen gedaan; men gaat er kijken naar de gruwelen van gisteren; men is er de politieke archeoloog van zijn eigen verleden.

Een eigenaardige foto, die van het Eigentijds Museum. Het doet meer denken aan de ingang van een bioscoop ter zijde waarvan twee filmhelden in Cecil B. Demille-formaat zijn uitgevoerd. Te oordelen naar de lengte van een binnentredende bezoeker laten we hem op 1.70 schatten moet Stalins hoofd wel drie meter hoog zijn. Dat was in zijn tijd dan ook zijn ware grootte. Zelfs door dat krantefotootje kreeg ik respect voor zijn oren. Wat een oor! Hoeveel zou het Eigentijds Museum daarvoor hebben willen geven! Waar is het of: waar zijn die oren? Net als de snor natuurlijk verspreid over heel Europa.

Waarom scheuren de Hongaren die twee opgeblazen hoofden niet meteen van de muur? Waarom worden beelden die zo uitnodigen tot een bestorming juist opgesteld in een museum, het oord waar het bestormen het strengst van alles verboden is? In Parijs is juist een museum geopend, een soort Madame Tussaud waar zo natuurgetrouw mogelijk in beeld is gebracht drie dimensies welke gemeenheden mensen elkaar kunnen aandoen. Een en ander gaat gepaard met geknars, gehuil, gekreun, gerochel, en schroeilucht. Het is allemaal echt gebeurd en toch is het een Grand Guignol van de geschiedenis en niet de geschiedenis zelf. Is het Eigentijds Museum ook zo'n Grand Guignol? Ik denk dat je de directie en de bezoekers van het Eigentijds Museum zou beledigen als je dit veronderstelde. Maar het blijft moeilijk te begrijpen. Geen Beeldenstorm, geen Grand Guignol. Misschien is het de permanente demonstratie van een groot, onopgelost raadsel.