Pocket

Van Marguerite Yourcenar is Quoi? L'Eternite verschenen (Folio fl.16,50), het derde deel van haar herinneringen en bespiegelingen. Het eerste deel Souvenirspieux ging over haar moeder, het tweede Archives du Nord over haar vader. In dit deel staat weer de figuur van de vader op de voorgrond. Yourcenar vertelt niet expliciet over zichzelf, ze laat eigen ontwikkeling als kind en adolescente alleen maar doorschemeren. Haar andere geschriften krijgen daardoor wat meer persoonlijk relief en dat lijkt vooral de bedoeling.

In Quoi? L'Eternite beschrijft zij onder andere een vakantie aan zee in Scheveningen met haar vader en zijn vriendenkring, onder wie zijn vriendin Jeanne, die haar altijd zeer intrigeerde. Het zijn prachtig geschreven passages over hoe de mensen er zwemmend uitzagen, hoe de huizen tussen Den Haag en Scheveningen erbij stonden, over het Kurhaus met zijn koperwerkorkest, 'a l'allemande', en over veel te veel eten, want de zee maakt hongerig.

Yourcenar wisselt de verhalen af met ideeen en vermoedens over wat er gebeurde en wat haar als kind ontging. Die stukken zijn minder concreet en veel zwaarder en ingewikkelder geformuleerd. Het lijkt of zij telkens weer probeert beter vat te krijgen op wat haar gevormd zou hebben.

Dit laatste deel is postuum verschenen, maar voor het meeste al door haarzelf publiceerbaar gevonden. Misschien zou zij anders in het geheel nog wat geschrapt hebben om herhaling en te veel uitweiding eruit te halen.

De Nederlandse vertaling van Quoi L'Eternite is in vertaling verschenen bij Ambo, prijs fl.39,50 (pap.) en 57,50 (geb.). L'Exposition coloniale van Erik Orsenna (Points roman f. 20,25), in 1988 bekroond met de Prix Goncourt, is zelf een lange expositie van merkwaardige gebeurtenissen gedurende meer dan een halve eeuw, met Frankrijk en de Fransen als middelpunt.

Hoofdpersonen zijn een bezeten boekhandelaar Louis en zijn zoon Gabriel. De zoon werd snel tussen de boeken geconcipieerd en is daardoor ondermaats gebleven. De vader blijft zich daarvoor zijn leven lang verontschuldigen, want hij wil juist een goede vader zijn.

Dit zet meteen de toon voor het boek. Het is een aaneenrijging van absurde, ontroerende en waar gebeurde verhalen. Vader en zoon dromen van een ideale maatschappij. Louis werkt mee aan Frankrijks glorie in de opzet van de Exposition coloniale, die inderdaad in 1931 georganiseerd is. Gabriel reist de wereld rond met twee zusters, die hem, de kleine man, steeds tussen zich in hebben. Niet een maar twee vrouwen beminnen is zijn ideaal van de liefde.

Alle lijnen in het verhaal leiden naar de tegenstelling tussen droom en werkelijkheid. Orsenna fantaseert spitsvondig en maakt op lichtvoetige wijze belachelijk. Soms barst hij uit in een tirade over Frankrijk in de jaren dertig. Hij geeft commentaar op oude kranteberichten en op verhalen over Frankrijks bevrijding. Hij sleept de lezer als een medereiziger mee door een fragment van de recente geschiedenis, soms adembenemend, soms zeer vermoeiend.'Vakantie-lectuur' is een barbaars begrip: de meeste mensen vinden geen tijd om te lezen en tijdens vakanties willen ze iets luchtigs. Dan zouden ze juist zin moeten hebben in aandachtig lezen.

Maar goed: Les vaisseaux du coeur van Benoite Groult (Livre de poche fl.17,50) is luchtig lezen, maar dan wel in de schaduw.

Het is de liefdesgeschiedenis van een Bretonse jonge zeeman en een Parijse studente, die in haar vakanties 'en famille' in Bretagne al naar elkaar keken en voor elkaar vielen. Er ontstaat een meer dan dertig jaar durende liefde. De twee trouwen in eigen kring, maar ontmoeten elkaar met regelmaat in Parijs, later in Canada, waar de vrouw af en toe colleges moet geven. Hun fysieke passie trotseert culturele verschillen en huwelijksbanden.

Groult beschrijft jubelend en openhartig hun 'rendez-vous'. Vooral in de tweede helft krijgt het verhaal een helder en stevig fond na het sappige begin van de romance. De combinatie van ouder worden, vriendschapsbanden en verliefdheid gaat een rol spelen in de samenkomsten, die telkens moeilijker afgebroken worden.

Zojuist is Les vaisseaux du coeur vertaald in Zout op mijn huid (Uitg. Arena, prijs fl.39,50). Beide titels zinspelen op de liefde, zee en varen.

Ook voor de vakantie zou La Ronde van Le Clezio (Folio f. 14,50) goed kunnen: het zijn namelijk korte verhaaltjes, de schrijver noemt ze zelf 'faits divers'. Le Clezio zet elk verhaal schijnbaar onbeduidend en vriendelijk in, maar telkens loopt de belevenis uit op iets desastreus: een verkrachting, een verkeersongeluk, een roofoverval. Het overkomt jonge mensen, die juist op zoek zijn naar contact met anderen en naar een remedie tegen eenzaamheid.

De lichte toets waarmee de schrijver ingenuiteit en ondoordachtheid beschrijft, maakt het onafwendbare des te gruwelijker.

In de biografie Cocteau, prince sans royaume van Monique Lange (Livre de poche fl.19,50) zegt de schrijfster in haar voorwoord: 'J'ai donne la parole a l'ecriture.' Zo gaat zij per kort hoofdstuk in op wat Cocteau zelf over zijn relaties met onder anderen Picasso, Gide, Strawinsky, Raymond Radiguet, Jean Marais vertelde in zijn autobiografische geschriften zoals Portraits-Souvenir en Le passe defini.

Cocteau, geboren in 1889 (toen de Eiffeltoren voltooid was en Chanel en Guerlain de mondaine toon aangaven), kwam al jong door zijn grootvader in aanraking met muziek en literatuur. Hij frequenteerde de salon van Anna de Noailles, maar hij heeft nooit tot een bepaalde groep kunstenaars behoord en werd door hen nooit goed genoeg bevonden. Zijn ongenoegen daarover komt telkens ter sprake in Lettres a sa mere. Die band met zijn moeder was zeer hecht. Zij verwende hem en hield hem om zich heen, hij stortte zijn hart uit en kreeg geldelijke steun.

Toen fotografie, film en boeken illustreren tot de kunsten gingen behoren, brak voor Cocteau de zo heftig begeerde waardering en bewondering door, met als hoogtepunt de film La Belle et la Bete, met Jean Marais.

In de sprankelende en vlug geschreven biografie geeft Monique Lange, zelf romanschrijfster, blijk van haar fascinatie voor de spirituele, soms opschepperige, soms bouderende geest van Cocteau, die naar haar idee het middelpunt is geweest van een hoofdstuk in de Franse cultuur en die daaraan in zijn boeken nog een extra dimensie geeft.

In de Garnier-Flammarion pocketeditie zijn weer een aantal klassieke romans uitgegeven, goed voorzien van een zakelijke introductie. Een recent voorbeeld is Germinie Lacerteux, van Edmond et Jules de Goncourt (f. 16,50). Het is de geschiedenis van een Parijse 'bonne', in werkelijkheid het dienstmeisje van de Goncourts. Na haar dood bemerken zij wat voor leven Germinie eigenlijk leidde: omdat zij lelijk was en provinciaals, vond ze geen amant en geen man. Ze begon geld te stelen van haar meester, dronk absinth en kocht zich minnaars.

De freres Goncourt, zelf ongetrouwd en hecht met elkaar verbonden, waren nieuwsgierig naar het lot van de vrouw, die een dubbel leven moest leiden om zich te weren tegen vernedering. Zij hebben daarover zowel essays als romans geschreven.

In Germinie Lacerteux zetten zij tegenover de dienstbode een oude dame, een 'vrijgezel' uit de tijd van het Ancien Regime, die haar vader en later ook zijn tweede vrouw moest dienen.

De beschrijvingen in deze roman zijn heel precies. De interesse van de schrijvers was groter dan hun betrokkenheid. Per slot hadden zij op het moment zelf weinig of niets gemerkt van het dubbele leven van iemand uit hun directe omgeving.

De roman werd slecht ontvangen. Hij zou scabreus zijn, maar, zoals de Goncourts in hun Journal schreven over een vriendin die het boek verguisde: ... wat haar het meest tegenstond was het idee dat dames 'faire l'amour de la meme maniere que ses malheureuses'...