'Olievoorraad van maatschappijen moet fors omlaag'

PARIJS, 10 aug. Oliemaatschappijen moeten voorlopig hun grote voorraden aanspreken en geen ruwe olie of olieprodukten hamsteren, en consumenten moeten zuinig zijn met energie. Er is nog geen aanleiding voor noodmaatregelen zoals een verplichte verdeling van de aanvoer. De olievoorraden zijn zo groot dat de Westerse wereld de gevolgen van de boycot van Irak maandenlang zonder problemen kan verwerken. Dit heeft het bestuur van het Internationale Energie Agentschap (IEA) in Parijs gisteren geconcludeerd. Voorlopig hoeven alleen de commerciele voorraden olie te worden aangesproken en is er geen reden om de strategische reserves die de regeringen hebben gevormd in te zetten voor het verbruik.

Wel zal het IEA-bestuur zich binnen twee weken opnieuw op de situatie beraden. Intussen bekijkt een technische werkgroep welke maatregelen mogelijk zijn. Daarbij gaat het erom hoe de strategische voorraden desnoods snel beschikbaar kunnen komen, hoe de vraag naar olieprodukten verminderd kan worden, welke bijdrage van een omschakeling van olie op gas en kolen in de industrie en elektriciteitsopwekking verwacht kan worden en in hoeverre de olieproduktie kan worden opgevoerd.

Het IEA sprak gisteren vertrouwen uit in het vermogen en de bereidheid van de oliemaatschappijen om de oliestromen zodanig te verdelen dat alle landen voldoende toevoer krijgen. Het gaat hierbij vooral om Turkije, Denemarken, Nederland en Italie, die tot vorige week sterk afhankelijk waren van olie-import uit Irak en Koeweit.

Volgens het IEA-bestuur, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de OESO-landen behalve Frankrijk, Finland en IJsland, is de huidige hoge olieprijs louter een gevolg van speculatie op de markt. 'Er is geen druppel te weinig olie in de markt. De prijs wordt opgedreven door volstrekt onnodige vrees over een mogelijk tekort', zei de Nederlandse vertegenwoordiger in de vergadering in Parijs, mr. drs. C. Dessens, gisteren. Het IEA vindt dat de oliemaatschappijen en de consumenten de rust op de markt kunnen herstellen. Volgens Dessens, directeur-generaal energie van het ministerie van economische zaken, zou het Westen zonder extra maatregelen vijf maanden kunnen teren op zijn olievoorraden, die de afgelopen tien jaar nog nooit zo hoog zijn geweest. De voorraad is gelijk aan de import in 150 dagen en de consumptie in 100 dagen, plus nog 30 dagen consumptie aan strategische voorraden. In Nederland is de voorraad zelfs gelijk aan de import in 200 dagen.

Pag.13: Vervolg