Minder snelle snelweg maakt crisis dragelijk

ROTTERDAM, 10 aug. Een nieuwe oliecrisis zou het wonen en werken in Nederland veel minder snel in gevaar brengen dan in 1973 het geval was, vooropgesteld dat automobilisten bereid zijn hun rijsnelheid aan te passen.

Op de strategische voorraad aan aardolie, diesel en benzine die overheid en bedrijfsleven na 1980 hebben aangelegd kan het land, volgens opgave van het ministerie van economische zaken, zeker 167 dagen vooruit. De commerciele voorraden van de oliemaatschappijen geven nog meer speling. De elektriciteitscentrales gebruiken helemaal geen olie meer en ook voor de verwarming van woningen wordt geen olie meer ingezet. In absolute zin verbruikt Nederland als geheel veel minder olie dan in 1973. De olie die wordt aangevoerd komt nu al voor bijna veertig procent uit niet-OPEC-landen.

Nu een nieuwe oliecrisis niet onwaarschijnlijk is kan men zich afvragen wat er sinds de oliecrisis van 1973 en die van 1979, los van goede voornemens, eigenlijk tot stand is gebracht om de afhankelijkheid van aardolie te verminderen. Een indrukwekkende hoeveelheid statistisch materiaal, verzameld door het ministerie van economische zaken, het Internationale Energie Agentschap en de Europese Gemeenschap, geeft daarop het antwoord.

Vooropgesteld moet worden dat Nederland, dank zij het aardgas van Groningen, naar verhouding minder olie verbruikt dan welk ander Europees land ook. In 1987 kwam slechts 34 procent van alle 'energiedragers' die Nederland verbrandt of inzet voor produktie van (bijvoorbeeld) plastics uit aardolie, voor de EG als geheel geldt een percentage van 45. (Landen als Portugal, Italie en Griekenland zijn voor meer dan 60 procent van olie afhankelijk.) Omstreeks 1973 kwam nog ongeveer 47 procent van het 'binnenlands verbruik' van aardolie.

De eerste oliecrisis bracht een abrupt en historisch eind aan het tot dan toe bijna exponentieel stijgende energieverbruik van Nederland. Na 1973 is, over de lange termijn gemiddeld, een stabilisatie, ja zelfs een geringe daling van het energieverbruik zichtbaar. Het betekent dus dat Nederland ook in absolute zin geleidelijk steeds minder olie is gaan gebruiken.

Voor een klein deel vindt dat zijn verklaring in de geleidelijk verder verhoogde inzet van aardgas, dat overigens ook in 1973 al fors aan de bel van Slochteren werd onttrokken, voor een belangrijker deel in de vergrote inzet van steenkool. Dat is het resultaat van het diversificatie-beleid van de overheid waartegen de laatste jaren, door milieu-groeperingen, zoveel verzet is geboden.

Het diversificatie-beleid strekte zich, na 1973, voornamelijk uit tot de sector waarop de overheid rechtstreeks invloed had: de elektriciteitsvoorziening. (De aansluiting van woningen op het aardgasnet was in 1973 al grotendeels voltooid.) Diversificatie daar heeft altijd maar een beperkt effect, want de centrales gebruiken samen maar zo'n twintig procent van de energie die Nederland als geheel verbruikt, een gegeven dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Pag.13: Vervolg