Met boek en busrit maakt de streek zich sterk voor Staring

ALMEN, 10 aug. Volgende week is het 150 jaar geleden dat A. C. W. Staring is overleden, de dichter die bekend geworden met zijn gedicht Het Hondengevecht, De Jaromir-cyclus en een aantal puntdichten. Om dit te gedenken, vinden er in de Gelderse Achterhoek, waar Staring een groot deel van zijn leven heeft gewoond en gewerkt, diverse activiteiten plaats. In het najaar verschijnt bij De Walburgpers een gedegen gedenkboek, verzorgd door het in Doetinchem gevestigde Staring Instituut. Maar deze week al gaat wat luchtiger toe in het Gelderse plaatsje Almen, waar hotel-restaurant De Hoofdige Boer een Staringweek heeft georganiseerd onder het motto 'Ode aan Staring'. Tot en met zondag heeft het hotel dat zijn naam aan een gedicht van Staring ontleent, een kleine tentoonstelling in huis van boeken, gravures en foto's, ingericht door het Staring Instituut. De resultaten van een teken- en schilderprijsvraag zijn te zien (veel: sikkels klinken, sikkels blinken). Het hotel heeft samen met een hotel in Vorden een instructief boekje uitgegeven met gedichten die Staring over de Achterhoek schreef. En er vinden deze week twee Staring-avonden plaats, met voordrachten, lezingen, verkleedpartijen en liederen.

Op de eerste Staringavond, gisteravond, werd nog eens duidelijk dat A. C. W. Staring (1767-1840) in de Achterhoek niet alleen als dichter wordt geeerd. Ook zijn betekenis als landbouwkundige en regent wordt hier geprezen. Mijn buurman in het feestzaaltje vergelijkt in de pauze Starings verdienste op dit gebied met de ruilverkaveling in deze eeuw. 'Zonder zijn bemoeienis met de afwatering had de Achterhoek nooit de welvaart bereikt die het nu heeft.' Het dichten is voor Staring altijd iets geweest wat hij erbij deed. Het grootste deel van zijn dag was hij bezig met het beheer van zijn landgoed De Wildenborch. Verder bekleedde hij bestuurlijke functies en had hij een omvangrijk gezin. Na een rechtenstudie aan de Gelderse Universiteit in Harderwijk, had Staring nog enige tijd landbouw in Gottingen gestudeerd, waar hij de nieuwste oogst- en afwateringstechnieken leerde kennen, en in aanraking kwam met de Duitse dichters van zijn generatie. De tijd die Staring besteedde aan werkzaamheden voor de streek was voor de literatuur geen verloren tijd. Ze brachten hem in aanraking met volksvertelligen die hij in zijn gedichten kon verwerken. Zijn ervaringen als regent inspireeerden hem bovendien tot enkele satirische verzen, waarvan De Hoofdige Boer de bekendste is. Dit lange vers, dat gisteravond met veel verve werd voorgedragen, vertelt de vermakelijke geschiedenis van een Almens boertje dat zich tegen de aanleg van een nieuwe brug verzet. Zijn voorvaderen, zo zegt hij, hebben ook nooit een brug gehad, en hij laat zien hoe je ook aan de overkant kunt komen: met lieslaarzen door modder heen.

Over Staring schrijven de handboeken dat hij door zijn verblijf op het Gelderse land niet de gelegenheid heeft gekregen om volledig tot zijn recht te komen. Dat mag zo zijn geweest tijdens zijn leven, de keerzijde van dit isolement is dat er nu een streek is die zich nog voor hem sterk maakt. Staring leeft in Gelderland. Veel mensen zien hem als een dichter waar ze iets mee te maken hebben. Hij schrijft over plaatsen die ze kennen. Veelzeggend is dan ook beide Almense avonden in korte tijd waren uitverkocht.

Uit de verte

Ter gelegenheid van de Staring-herdenking verzorgde de Gelderse Streekvervoer Maatschappij eerder deze week de eerste 'Staringtocht', een busrit langs plaatsen waar de dichter heeft gewoond en gewerkt. Helaas is dit 'rijden langs' wel erg letterlijk genomen. De dagtocht voert weliswaar door veel weelderig natuurschoon, maar de plaatsen die voor Staring van belang zijn geweest, worden door de gids alleen uit de verte aangewezen. Zo blijft de bus op een halve kilometer afstand van het landgoed De Wildenborch met ronkende motor staan, terwijl de gids een verklarende tekst en enkele dichtregels voorleest. Ik hoor dat het heel moeilijk is om op het door Staring ingerichte landgoed te worden toegelaten. De huidige bewoner, een achter-achterkleinzoon van de dichter, houdt van rust. Dat verklaart echter niet waarom ook andere monumenten uit het leven van Staring letterlijk voorbijgereden worden. De kapel van Staring en het fraaie schooltje dat hij heeft gesticht voor kinderen uit het dorp zien we op volle snelheid voorbijflitsen. In Zutphen waar in de Librije de voetafdrukken zijn te zien van een weerwolf waar Staring over schreef is helaas geen tijd om uit te stappen. Vaak blijft de gids rijkelijk vaag over diverse locaties. Over een vroege woonplaats van de dichter wordt gezegd dat deze in een straat verderop is, en dat het huisnummer onbekend is. En het gehucht Klein Starink, onder Zutphen, waar de familie Staring oorspronkelijk vandaan komt, wordt met een wijds armgebaar aangeduid. Bij een splitsing wordt gezegd dat we het zouden kunnen zien als we linksaf zouden gaan, maar de bus moet helaas rechtsaf. Het ergst is wel dat zelfs het graf van Staring in Vorden, een must voor dergelijke literaire reizen, wordt overgeslagen. Voor hotel Bakker in Vorden roept de gids om dat het even verderop langs de weg ligt, maar dat we nu thee gaan drinken. Als ik vraag of er tijdens de pauze te voet heen kan, raadt de gids me dit sterk af. De chauffeur moet op tijd terug in Doetinchem zijn. De tweede Staringavond, vanavond in hotel De Hoofdige Boer, is uitverkocht. Informatie: 05751-1744. De volgende Staringtocht vindt plaats op 21 augustus. Boekingen 05440-63200. Het boekje 'Elk weet waar 't Almens kerkje staat' is voor fl.12,50 verkrijgbaar bij enkele Achterhoekse boekhandels, het Staringinstituut, hotel De Hoofdige Boer in Almen en hotel Bakker in Vorden.