Jan Voss en de kunst van de Boekie Woeki; Schilderen metspaghetti

De kunstenaar Jan Voss houdt van IJsland, van boeken maken, van improviseren en van taal. Sinds de nieuwe garde als zakenman in het internationale kunstcircuit opereert, heeft het begrip kunstenaar een inhoud gekregen die nogal ver afstaat van zijn eigen activiteiten. In zijn winkeltje Boekie Woekie is de kunst te koop waar Voss van houdt.

Van de badgast is alleen het hoofd zichtbaar. Zijn lichaam is gehuld in een royaal walvisvormig badkostuum, merk Jonas. Deze tekening, afgedrukt in de Tagliche Einfalt van 16 juli jl., is exemplarisch voor de allerminst zwaarwichtige inhoud van dit sinds 1 januari verschijnende dagblad. Het wordt in Amsterdam gedrukt door middel van een speciaal rasterloos offset-procede en verschijnt liefst zeven keer per week waarbij zowel de ongewone verschijningsvorm als berichtgeving opvalt. Het aan twee zijden bedrukte, dubbelgevouwen blad, in A-2 formaat, toont dagelijks een in kleur gedrukte tekening die omschreven zou kunnen worden als een speels, niet zelden absurdistisch getint, op zichzelf staand beeldverhaal.

De zijde die als 'cover' fungeert, is tevens een gesigneerde en genummerde prent uit een reeks die aan het eind van het jaar 365 exemplaren zal omvatten. Op de abstracte voorstellingen die soms heel mooi zijn, is te zien hoe kleuren op een subtiele wijze in andere kleuren overgaan. De Tagliche Einfalt is een nieuw project van de in Nederland wonende tekenaar Jan Voss (1945 Hildesheim, Duitsland) die als (hoofd-)redacteur, directeur, drukker en uitgever optreedt. Een positie die hij overigens deelt met ex-Kabouter Julius Vischjager die zijn met authentieke politieke commentaren gevulde Daily Invisible bovendien persoonlijk in de Amsterdamse binnenstad pleegt uit te venten. Tagliche Einfalt wordt gedrukt in een oplage van 100 exemplaren en aangezien Voss opziet tegen de rompslomp van dagelijkse verzending aan eventuele belangstellenden heeft hij de prijs van een jaarabonnement voor het gemak op 9125 DM gesteld. De ruimte in het bescheiden stulpje, waar de tekenaar woont en werkt, is dan ook voor een belangrijk deel gevuld met de enorme stapels papier die de dagelijkse afleveringen van de Tagliche Einfalt in de afgelopen zeven maanden hebben opgeleverd.

Al vroeg ging het Voss meer om het spel dan om de knikkers. Een niet onbelangrijke factor in deze ontwikkeling was zijn kennismaking als student aan de kunstacademie in Dusseldorf, in 1967, met een van zijn leraren, de kunstenaar Diter Rot met wie hij bevriend raakte. Laatstgenoemde heeft de theorie over de eeuwigheidswaarde van kunst overtuigend ondermijnd met kunstwerken die ondermeer gevormd worden door uit chocolade vervaardigde boeken of in plastic doosjes bewaarde schimmelende stukjes bananeschil.

Voss deelt met Diter Rot, die een gedeelte van het jaar in Reykjavik pleegt te wonen, een voorkeur voor IJsland en voor het maken van kunstenaarsboeken hoewel zijn oeuvre ook wel schilderijen en beeldhouwwerken omvat. Zo creeerde Voss tijdens een recent bezoek aan IJsland een multiple van een op een grillig gevormde pannekoek lijkende, witte verfsubstantie waarin een aantal zwarte stenen en een in rood uitgevoerd, aan een peen herinnerend staafje opvallen. Het betreft hier een bodemsculptuur van een gesmolten sneeuwpop met de allure van een door oververhitting enigszins misvormde plastic keukenklok. Het beeldend materiaal waarmee Voss schildert, is onder meer spaghetti die hij op het dak van zijn huis langdurig aan zonlicht blootstelt. Met deze gekrompen, kroesende en van een verflaag voorziene spaghetti maakte hij twee schilderijen, getiteld Landkaart van de Aarde die de aardbol ieder van een andere kant belichten. Een paar oude schoenen, waarvan de zolen in acrylverf werden geplaatst, diende onlangs als materiaal voor enkele voetspoor-schilderijen. Zijn wand-installatie 'Auflagenobjekt' omvat een aantal aan de muur opgehangen, met veren gevulde kussenslopen die voor de gelegenheid van ongebruikelijk borduursel zijn voorzien door de echtgenote van een met Voss bevriende kunstenaar.

Grillig

Het gebruik van andere beeldende middelen dan verf en marmer is, zoals bekend, sinds het begin van de twintigste eeuw ingeburgerd geraakt maar het gaat Voss in de laatste plaats om kunsthistorische nouveautes. Hij geeft gehoor aan zijn grillige invallen en zijn hang naar improviseren die vooral tot zijn recht komt in zijn tekeningen. Voss is de avonturier van de lijn en zijn virtuose techniek stelt hem in staat om zijn onderwerpen tot in de meest bizarre details te visualiseren.

In de afgelopen jaren liet hij meer dan vijftig boeken ontstaan die duidelijk maken dat hij zich tijdens zijn omzwervingen op papier steeds nieuwe uitdagingen stelt. In 200 virages serres, (1988), een boek van 400 pagina's in offset-druk, wordt de afbeelding van een auto op iedere bladzijde nauwelijks merkbaar verschoven waardoor er op de snijrand van het boek een nieuwe tekening ontstaat. In Detour (1989) strekt een doorlopende inkttekening zich over 360 pagina's uit. Voss, die zich voor het maken van dit kunstwerk vier maanden in een IJslands gehucht terugtrok waar hij dag in dag uit tekende, geeft toe dat dit een monnikenwerk inhield dat nauwelijks voor herhaling vatbaar is.

Het fascinerende van het boek is dat de lijnen haast autonoom andere verschijningsvormen lijken aan te nemen waardoor een de weg overstekende slak tenslotte in een zee kan uitmonden die weer naar een treinstel en een instappende reiziger voert. Ook speelt Voss het beeld en de taal graag tegen elkaar uit. Zo liet hij een boekje ontstaan waarin de woorden pa en moe en een tekening van een wip geheimzinnige verplaatsingen en verdwijningen tot gevolg hebben. De afdruk van een hak en een zool kunnen op een tekening als de blokletter a en de hoofdletter D optreden. Een plaatsnaam als Boekarest wordt gevisualiseerd als een 'book at rest', een in bed liggend boek dus.

In Tagliche Einfalt zijn het eveneens meer de klanken van woorden dan hun betekenissen die getekende associaties opleveren. Hoewel Voss sinds 1974 in Nederland woont, is zijn moedertaal de voornaamste prikkel bij het opborrelen van de beelden uit zijn onderbewuste. Typisch taaleigen pointes in sommige tekeningen zijn dan ook niet altijd even gemakkelijk te doorgronden. Overigens is Voss er niet helemaal achter of zijn tekeningen hun oorsprong vinden in de taal of in zijn waarnemingen van de buitenwereld. 'Misschien ben ik een verkapte dichter', luidt zijn filosofische commentaar.

Welke naam hij aan zijn beroep moet geven, weet Voss eigenlijk ook niet. Sinds de nieuwe garde als zakenman in het internationale kunstcircuit opereert, heeft het begrip kunstenaar een inhoud gekregen die nogal ver afstaat van zijn eigen activiteiten. De oplossing die zijn vriend, de etser en tekenaar Pieter Holstein voor het probleem van de begripsverwarring vond, spreekt Voss wel aan. Pieter Holstein staat in de telefoongids als detective vermeld. Zelf opteert Voss voor de beroepsnaam 'Tischler', zoals handwerkslieden vroeger in het Duits genoemd werden, maar dan in de letterlijke betekenis van het woord als iemand die aan tafel werkzaamheden verricht.

Konijnekeutels

De houding van de tekenaar tegenover het leven en de kunst heeft een passend verlengstuk gevonden in het verschijnsel 'Boekie Woekie'. Boekie Woekie is een piepklein, in de Amsterdamse Gasthuismolensteeg 16 gesitueerd winkeltje met een streng geselecteerd aanbod aan kunstenaarsboeken en een enkele multiple zoals een uit konijnekeutels geboetseerd konijn van Diter Rot. Maar tevens fungeert Boekie Woekie als het eenzame eiland voor de verre familie van de Franse kunstenaar Marcel Duchamp wiens artistieke ingrepen de knellende vraag wat kunst is en wat niet, voor goed op scherp gesteld hebben.

Rond Boekie Woekie, dat nu een jaar of vier bestaat, heeft zich een kleine groep kunstenaars verzameld die zich ongeacht de heersende mode sinds jaar en dag bezighoudt met het vorm geven aan humoristische of poetische invallen hoewel daar in het officiele kunstcircuit nauwelijks belangstelling voor bestaat. Zo organiseerde het Stedelijk Museum in 1982 onder directeur Edy de Wilde een tentoonstelling over de Amerikaanse kunstenaar Neil Jenney die zijn onderwerpen bij wijze van spreken afgekeken zou kunnen hebben van de reeds in de jaren zestig ontstane gekleurde etsen van zijn Nederlandse voorloper Pieter Holstein. Laatstgenoemde op loopafstand van het museum wonende kunstenaar bleek echter aan de aandacht van de museumdirecteur ontsnapt. Ook de overleden kunstenaar-apotheker Oey Tjeng Sit, wiens werk kortgeleden in het Amsterdams museum Fodor te zien was, maakte deel uit van de verademend lichtvoetige Boekie Woekie-mentaliteit. In de etalage prijkt nu ondermeer zijn multiple van een in hout uitgevoerd boek. Andere bij Boekie Woekie betrokken kunstenaars zijn onder anderen Voss' vriendin Henriette van Egten, die eveneens een respectabel aantal kunstenaarsboeken op haar naam heeft staan en de IJslanders Runa Thorkelsdottir en Kristjan Gudmundsson. Van Gudmundsson is in Boekie Woekie het 318 pagina's tellende, geheel met rechte lijnen gevulde boek 'Down' (1989) aanwezig. Aaneengesloten schijnen deze lijnen de ware afstand van het hoogste punt op aarde tot het diepste punt in zee te presenteren. Het boek is echter inmiddels aan revisie toe. De IJslandse dr. Trolly Ottenhausen bracht de kunstenaar namelijk onlangs op de hoogte van een nog dieper gat in de zeebodem waardoor Gudmundssons overigens oncontroleerbare metingen correctie behoeven en het boek met enkele pagina's lijnen zal moeten worden uitgebreid.

Jan Voss zelf houdt regelmatig de wacht in het tijdens de middaguren geopende winkeltje waar volgens zijn zeggen geen kip binnenkomt: 'Ach die idiote naam Boekie Woekie zegt al genoeg. De mensen denken meteen: zoiets kan alleen maar kinderachtige onzin zijn. Kunst, dat is een schilderij dat je aan de muur hangt. Ik ben geen kunst-vijand maar ik ben tegen etikettering, tegen handigheid en tegen de overmaat aan theoretisering waarmee kunst omhangen wordt. Kunstenaarsboeken is een gebied dat nauwelijks geobserveerd wordt. Toch leent het boek zich beter voor het tot uitdrukking brengen van de complexiteit van het leven dan een schilderij waarop het beeld gefixeerd is. Een schilderij is een ding waarin je gelooft, dat is religie. Een boek blader je door en dan vergeet je de kunstenaar die er achter zit. Wat ik doe met beeld, taal en met klanken van woorden is misschien wel een verzet tegen fixatie en tegen eenzijdige interpretaties. Mijn ouders waren in Duitsland in 1933 communisten. Nou dat hebben ze geweten. Tegenover de ideologie van het fascisme hadden ze gelijk maar na de oorlog zijn ze even star in de ideologie en bijbehorende terminologie van het communisme blijven steken. Mijn wantrouwen tegen de taal is daardoor gegroeid. In mijn ivoren toren tracht ik het beeld en de taal dan ook van zoveel mogelijk betekenissen te voorzien.'

Een expositie van het werk van Jan Voss is tot eind september te zien bij galerie Spiecker, Marktstrasse 22 te Viersen, gelegen halverwege Venlo en Dusseldorf.