Iran levert Japan olie, compenseert effect boycot Irak

TOKIO, 9 aug. De diplomatie in Japanse stijl werpt haar vruchten af. Iran heeft Japan aangeboden om extra olie te leveren om de gevolgen van de boycot van Irak mee op te vangen.

Zelfs toen in Teheren de Amerikanen op de Amerikaanse ambassade werden gegijzeld, weigerde Japan zich aan te sluiten bij het embargo van de VS. Tokioheeft ook altijd zorgvuldig vermeden partij te kiezen in de precaire conflicten in het Midden-Oosten. De reden daarvoor was dat het land zich niet kon permitteren vijanden te maken, omdat Japan veel meer dan anderen afhankelijk is van olie uit de Golfstaten. Een onofficieel maximum van de olie-import uit Iran was de enige maatregel die Japan invoerde ten tijde van de gijzeling. Zelfgenoegzaamheid overheerst nu, na het aanbod uit Teheran.

Jim Squiers van Shell international relativeert die interpretatie. 'Had Iran het niet aangeboden, dan zou Japan erom vragen. De deal ligt zo voor de hand. Iran heeft olie en Japan kan het betalen.' Om op het Iraanse aanbod in te kunnen gaan heeft het ministerie voor internationale handel en industrie (MITI) het plafond, dat de invoer bevroor op het toenmalige nivo van 300.000 vaten per dag, nu verhoogd tot 550.000 vaten. Het gaat volgens het MITI om een noodmaatregel. Ook heeft het MITI de oliemaatschappijen gevraagd tijdelijk niet te kopen op de spot-markt, om te voorkomen dat de prijzen op de wereldmarkt verder worden opgejaagd.

Hoewel de veronderstelling voor de hand ligt dat de gevolgen van de boycot bij Japan het hardst aankomen is bijna het tegenovergestelde het geval. Bij de vorige oliecrises heeft Japan aan den lijve ondervonden hoe kwetsbaar zijneconomie is voor fluctuaties in de olieprijs. Maar het land is er nu beter tegen bewapend omdat sindsdien hard is gewerkt aan energiebesparing, overschakeling op kernenergie en het opbouwen van een buffer. Japan zou het 142 dagen kunnen uitzingen op zijn voorraad. Na de eerste oliecrisis van 1973 was dat slechts 50 dagen.

Verrassend genoeg zal ook een hogere olieprijs in Japan minder effect hebben op de prijzen dan elders, omdat de Japanse industrie een zuinige energieverbruiker is. De VS gebruiken tweeeneenhalf keer zoveel energie per persoon voor commercieel gebruik als Japan. Een stijging in de olieprijs van 10 procent zou in Japan tot een prijsstijging van 0,2 procent leiden, tegen 0,6 procent in de VS. Een verandering in Japan's industriele structuur heeft daar ook toe bijgedragen. Vormden ten tijde van de eerste oliecrisis energievretende industrieen zoals staal en scheepsbouw de spil van de economie, deze plaats is nu ingenomen door de dienstensector en de hoogwaardige technologische industrie.

Behalve op de beurs van Tokio is er dan ook koelbloedig gereageerd op de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Van de paniek die in de jaren zeventig leidde tot een massale stormloop op de supermarkten om allerlei goederen tot en met WC-papier te hamsteren, is niets te bespeuren.

Tekenend is dat de benzineprijzen nog niet zijn verhoogd. De Japanse oliemaatschappij Cosmo verwacht dat pas op zijn vroegst over zes weken, wanneer de duurdere olie wordt aangevoerd. Mocht in die tijd de crisis zijn overgewaaid, zegt de woordvoerder optimistisch, dan is het zelfs mogelijk dat Japan zonder stijging van de brandstoffenprijzen door de huidige crisis heen manouvreert.

De kans is klein dat de huidige crisis aanleiding zal zijn voor een toenadering tussen het olie-arme Japan en de Sovjet-Unie met zijn lonkende Siberische olievelden. 'De nood is nog lang niet hoog genoeg om ons territoriale dispuut te begraven in ruil voor olie', zegt Shigeki Nishimura van het Internationale Instituut voor Wereldvrede.

Moeilijker is het om de reactie van de Japanse Bank in te schatten. Voor de Iraakse invasie van Koeweit werd gespeculeerd op een verhoging van het disconto in september om de Japanse economie, die met een ernstig tekort aan arbeidskrachten kampt, voor oververhitting te behoeden. De stijgende olieprijzen werken nu al als rem, waarmee een discontoverhoging overbodig zou worden. Aan de andere kant neemt het risico van inflatie erdoor toe, wat aanleiding kan zijn voor de Bank om in te grijpen. Minister van financien Ryutaro Hashimoto heeft verklaard dat er geen noodzaak is voor een monetaire koerswijziging.

De koers van de yen houdt zich relatief goed ten opzichte van de dollar. De positieve kant daarvan is dat de toch al duurdere olie niet nog kostbaarder wordt door een duurdere dollar. Dat de dollar niet meer stijgt, ondanks de onzekere tijden, zou een indicator kunnen zijn voor de zwakte van de Amerikaanse economie. Een economische crisis in de VS ten gevolge van de crisis in het Midden Oosten heeft ook repercussies voor de Japanse economie.

Temidden van alle onvoorspelbare factoren zakte de Nikkei index, de barometer van de Beurs van Tokio, vandaag naar 27.329,55 yen, een nieuw diepterecord voor dit jaar. Voor een van Tokio's financiele analisten reden om zich af te vragen of de laconieke reactie in Japan wel gerechtvaardigd is. 'Het is niet ondenkbar dat precies het tegenovergestelde gebeurt als bij de vorige oliecrisis. Toen maakte iedereen zich zo verschrikkelijk druk en er werd in paniek gehandeld. Nu zit iedereen zelfgenoegzaam achterover alsof ons niets kan gebeuren. Straks komt de klap des te harder aan.'