IEA-directeur: Koeweiti's maakten Hussein razend

PARIJS, 10 aug. 'De Koeweiti's hebben Saddam Hussein het laatste jaar pas echt razend gemaakt met hun oliepolitiek. Koeweit wilde de olieprijs laag houden, niet hoger dan 18 dollar, om de vraag op peil te houden. Maar Saddam vocht voor een hogere prijs omdat Irak maar een lage produktie had. Dat was denk ik de aanleiding voor de invasie, al ligt de oorzaak van het conflict veel dieper.'

George Quincey Lumsden, de Amerikaanse directeur oliezaken van het Internationaal Energie Agentschap, analyseert de 'Irak-crisis' met een grote kennis van zaken van het Midden-Oosten. Vier jaar was hij ambassadeur in de Verenigde Arabische Emiraten en daarvoor werkte hij vier jaar als hoofd van de economische afdeling op de ambassade in Koeweit. Ook in Libanon en Jordanie deed hij diplomatieke ervaring op. Lumsden adviseerde gisteren het bestuur van het IEA over het eerste antwoord van de olie-importerende landen op de gevolgen van de boycot tegen Iran. 'Saddam Hussein kreeg op de OPEC-vergadering van 27 juli, toen een richtprijs van 21 dollar per vat ruwe olie werd overeengekomen, eindelijk half zijn zin. Maar Koeweit had hem met een aanhoudende overproduktie te lang in de wielen gereden. Hij wil een dominante positie in de Arabische wereld, politiek, economisch en militair.

Daarvoor waren zijn olie-opbrengsten natuurlijk essentieel. Die bereikten bij lange na niet de grote boom die na de Golfoorlog werd verwacht, nog geen drie miljoen vaten per dag aan export. Daarmee moest de oorlogsschade snel hersteld worden. Maar Irak kan dat eenvoudig niet, want ze hebben de infrastructuur niet. Het ontbreekt ze vooral aan maritieme exportmogelijkheden.' De belangrijkste reden dat de olie-export niet groots kan worden aangepakt, is volgens Lumsden dat Irak niet sterk uit de Golfoorlog tevoorschijn is gekomen, 'de grote frustratie van Hussein', legt hij uit. 'Ze hebben geen vrede met Iran en daardoor ontbreekt het ze aan voldoende vrije scheepvaartrechten en aan bekwaamheid en manoeuvreerruimte om een grote oliehaven aan te leggen. Iran wilde niet aan Husseins ambities toegeven, de grens is in het akkoord van Algiers in 1975 bepaald in het midden van de rivier de Sjatt al-Arab en dat noodzaakt olietankers die Iraakse havens willen aandoen om door Iraanse wateren te varen. Dat betekent nog steeds een zeer belemmerende politieke druk. De invasie en de inlijving van Koeweit heeft Saddam nu een veel langere kustlijn opgeleverd, en ook Koeweitse havens.' Hussein is nu in de positie om met Iran over een vredesverdrag te onderhandelen, denkt Lumsden, 'maar zegt dat iets? Heeft hij nu ook zijn dominante positie werkelijk veroverd? Heeft hij zijn hand niet overspeeld? Niemand weet hoe dit zal aflopen. Het is afwachten wie er een stap terug zet in dit militaire spanningsveld, of wie net een positie te ver kiest. '

Mogelijke politieke veranderingen binnen Irak zullen volgens de IEA-directeur uiteindelijk weinig uitzicht bieden: 'Dat land heeft geen constitutionele traditie, en welke nieuwe regering er ook aantreedt, vindt dat ze nog nationalistischer moet zijn dan de vorige. De oppositie is niet sterk. De Iraniers dachten dat de shi'itische meerderheid in de Iraakse bevolking voor een oppositie zou zorgen, maar ze kwamen bedrogen uit.' Lumsdens visie op de toekomstige betekenis van het Midden-Oosten als olieleverancier wijkt fors af van de mening die de Britse energie-expert professor Peter Odell woensdag in deze krant gaf. Odell vindt dat de Westerse wereld met deze crisis de derde en laatste waarschuwing heeft gekregen, en dat ze zich nu onafhankelijk moet maken van het Midden-Oosten. 'Laten we realistisch zijn', zegt Lumsden, 'het blijft de belangrijkse oliebron, al blijft het ook onstabiel, maar olie is vitaal voor de Westerse economieen, hoe je het ook bekijkt, en zo'n belangrijke bron vervang je niet even.

Trouwens, de geschiedenis bewijst dat politieke instabiliteit vaak leidt tot meer olieproduktie en niet minder. We kampen met het nieuwe probleem van de milieuvervuiling, maar ik voorspel dat we met dit oude probleem van het Midden-Oosten blijven zitten. De hele wereld verandert, maar in dit gebied zie ik geen wezenlijke veranderingen. De olieprijs zal wel stijgen, ook als deze crisis weer wat geluwd is. Dat zal betekenen dat er meer kolen en gas worden ingezet, meer energiebesparing en de winning van olie in velden waar de produktie duurder is, zoals in de Verenigde Staten, Alaska en de Sovjet-Unie.' 'Niets activeert mensen meer dat het gevaar dat het licht dreigt uit te gaan, maar je zult zien dat het Midden-Oosten de belangrijkste positie blijft innemen voor de energievoorziening. Als de prijs zich over een tijdje stabiliseert op het niveau dat de OPEC wil, 21 dollar per vat of nog wat hoger, zal men nog volop olie uit het Midden-Oosten kopen.'