Het Indische Nederlands; Niemand vraagt nog om manga's

Ruim acht jaar was ik niet in Londen geweest. Over wat er is veranderd en hetzelfde gebleven is van alles te zeggen, maar wat mij misschien het meest frappeerde was het veranderde accent van de Indiers. Je krijgt in Londen in het dagelijks leven vrij veel met Indiers te maken in winkels, bij benzinepompen e.d.

en inplaats van het oude vertrouwde Indiase Engels spraken zij bijna allemaal een onvervalst Cockney, vol glottal stops en met het irritante zeurderige toontje dat er bij hoort, precies als de inboorlingen.

Zo'n toontje bestaat merkwaardig genoeg ook in het Amsterdams; ik heb nooit een bevredigende verklaring gehoord voor het feit dat er opvallende gemeenschappelijke elementen bestaan tussen het grotestads-plat van onderling tamelijk verschillende talen; dat plat 'gemakzuchtiger' zou zijn, en op een soort luiheid bij het uitspreken zou berusten, zoals wel wordt gezegd, lijkt mij als verklaring niet ernstig te nemen en dat het verdwijnen van het Indische Engels verklaarbaar zou zijn uit een grotere gemakkelijkheid van Cockney wil er bij mij niet in.

Maar het is zeker dat ook bij ons het Indische Nederlands wordt verdrongen door de grotestads-accenten, en ik zal wel niemand verrassen als ik zeg dat ik dat innig betreur. Indischmensen of Nederlandstalige Indonesiers, die ik altijd zo heb bewonderd om hun aristocratische manieren en hun prachtige zuivere Nederlands, blijken niet immuun, en als ik hun kinderen authentiek plat Amsterdams of plat Haags hoor spreken treft mij dat als vanuit een hinderlaag; ik heb een soort schrikreactie als ik het hoor, alsof het eigenlijk niet kon, in de betekenis van fysiek onmogelijk; alsof de Indische anatomie daar niet voor was gemaakt, niet tot het voortbrengen van zulke rauwe polderkreten in staat was. Ik moet dan de gedachte van me afzetten dat die hier geboren Indische jongeren bezeten zijn, dat de geesten van grote zwaarlijvige Hollanders met de koppen van gekookte varkens in die delicate lichamen zijn gevaren en dat ze er uit zouden kunnen worden gedreven met een of ander bezweringsritueel. Dan zie ik de uitpuilende ogen en uit gestoken tongen van de Javaanse maskers voor me die in mijn ouderlijk huis aan de muur hingen; ik denk aan de slametans die soms om voor ons onbekende redenen in de bijgebouwen werden gegeven en huiver.

Het vreemde is dat die Indische families, in de paar mij bekende gevallen, er veel minder zwaar aan tillen dan ik. Soms bekruipt me de gedachte dat ze er zelfs heimelijk een beetje trots op zijn, met iets van: zie je wel, we zijn nu toch echte Hollanders geworden. En dat was immers wat in de grauwe jaren van de repatriering van hen werd gevergd; de Indische identiteit werd door de diverse Nederlandse commissies en instanties ongeveer gelijkgesteld aan onmaatschappelijk. Nog kort geleden vertelde een Indische dame in deze krant hoe maatschappelijk werkers dat met oogkleppen uitgeruste slag mensen dat altijd op ieder moment de modieuze denkbeelden van het ogenblik er in wil timmeren de contract-pensions bezochten om de mate van vernederlandsing van de nieuwkomers te meten: 'Zelfs toen we al een huis hadden toegewezen gekregen kwamen ze nog twee jaar lang onaangekondigd kijken of we soms geen rijst kookten' (geciteerd door Hans Moll, Achterpagina, 19 juni '89). En in tegenstelling tot de bekende klacht over het 'ontkennen van onze oorlogservaringen' is dit geen mythe; in een 'zeer geheime nota' uit het begin van de jaren vijftig van het Ministerie van Uniezaken en Overzeese gebiedsdelen werd in zoveel woorden gezegd: 'Veel van deze lieden zijn nimmer in Nederland geweest, hebben afwijkende levensgewoonten, zodat samenwoning met Nederlandse gezinnen, ook blijkens de opgedane ervaring, op grote bezwaren stuit. In het algemeen ook zijn deze personen minder geschikt om in het arbeidsproces in Nederland te worden ingeschakeld... Zij blijven kinderen van een tropisch land met een daaraan inhaerent verbonden laag arbeidstempo en andere specifieke Oosterse eigenschappen en gedragingen..'

(geciteerd door Peter Schumacher, Achterpagina, 7 febr. '90). Zulke opvattingen schokken ons nu, maar er wordt zelden bij gezegd dat dat de gangbare gezichtspunten in Nederlands-Indie waren. Het waren de opvattingen waar de hele Nederlands-Indische maatschappij op berustte en die een idee geven van de geweldige druk die op de Indische gemeenschap werd uitgeoefend om zich te conformeren naar het model van de autochtone Nederlander.

Er staat tegenover dat deze druk vermoedelijk ook verantwoordelijk was voor de hoge kwaliteit van het Nederlands dat door de Nederlands opgeleide Indonesiers en de bovenlaag van de Indo-Europese gemeenschap werd gesproken. Nog altijd, heb ik de indruk, is het taalgevoel van Indischmensen meestal onmiskenbaar beter dan dat van geboren Nederlanders.

Helaas, dit mij zo dierbare Indische Nederlands, met zijn zuivere klinkers, zo licht en voor in de mond uitgesproken, en zijn enigszins afwijkende gebruik van voorzetsels, is nu snel bezig te verdwijnen, je hoort het minder en minder. Het prachtigste Nederlands wordt nu denk ik gesproken door oudere Indonesiers in Indonesie, waar het niet blootgesteld is geweest aan de steeds verder voortschrijdende platheid en overschilligheid tegenover de taal in Nederland zelf.

Het verdwijnen van die taal vervult mij van een grote treurigheid. Er is niets aan te doen, het is volstrekt onherstelbaar, zoals het uitsterven van een diersoort; over afzienbare tijd zal er niemand meer bestaan die dit Nederlands spreekt.

Zoals er allang niemand meer is die in een winkel of op de markt om pisang vraagt, en nog minder om manga. Driehonderd jaar Indisch verleden, en in Nederland wordt die vrucht hardnekkig op zijn Engels mango genoemd. Mangosap. Het klinkt mij even krankzinnig in de oren als 'pindokaas'. Soms kijk ik met morbide fatalisme door de overlijdensadvertenties van de Nederlandse kranten, en noteer de Indische geboorteplaatsen; '... geboren te Salatiga', '... geboren te Modjokerto', '... geboren te Makassar', '... geboren te Batavia'. En dan zijn er natuurlijk ook waarvan je 't niet weet, omdat de geboorteplaats lang niet altijd vermeld wordt. Broeders en zusters uit het verloren paradijs, laat instructies na dat vermeld wordt waar u geboren bent wanneer het zover is. En sta er op dat manga's hier bij hun Nederlands-Indische naam worden genoemd! Een kwestie van trots.

Indie verloren, rampspoed geboren. In dit land van winkeliers werd dat al gauw voor een weerlegde voorspelling aangezien; waar die rampspoed in werkelijkheid uit bestaat is aan 'autochtone' Nederlanders bijna niet uit te leggen.l'Histoire se repete: toen Hendrik Heusken in 1855 Ceylon (Nederlands tot 1802) bezocht, op doorreis naar Japan, waar hij was aangesteld als Nederlandse tolk van de eerste Amerikaanse ambassadeur Townsend Harris, noteerde hij in zijn dagboek dat de Ceylonese bevolking nog zulk prachtig Bijbels Nederlands sprak. Dat is nog geen honderdveertig jaar geleden! Ondertussen was dat dagboek wel geschreven in het Frans.