Een begeerte als een hoos; Brieven en gedichten van Anna Blaman

Haar eerste gedicht schreef Anna Blaman toen ze zeven was, op een koude winterse ochtend. De tekst luidde als volgt:

Het is buiten verschrikkelijk koud De vogeltjes hebben het ook benauwd.

De jonge dichteres was er enthousiast over, en het vers werd in de huiselijke kring goed ontvangen, maar er was toch ook enige kritiek. 'Dat woordje benauwd kon je beter gebruiken als de vogeltjes ongeveer uit de boom vielen van de hitte. En ik nam me voor om in 't vervolg te proberen het juiste woord op de juiste plaats te zetten, ' zo schreef zij jaren later in een terugblik op haar jeugd.

In dat heldere voornemen om het juiste woord op de juiste plaats te zetten is Blaman eerder als romanschrijfster dan als dichteres geslaagd. Haar poezie heeft altijd iets onvolkomens en onbeholpens gehouden, en het lijkt erop dat ze dat zelf op een gegeven moment ook is gaan inzien. Van de ruim honderd gedichten die ze schreef werden er maar twintig gepubliceerd, in tijdschriften, in de jaren 1939-1948, dus voordat zij met de roman Eenzaam avontuur bekend zou worden. De poezie heeft haar geen roem kunnen brengen. Hans Warren nam in zijn Spiegel nog twee gedichten van haar op; Gerrit Komrij een; maar in de bloemlezing vrouwenpoezie van Maaike Meijer en Annettje Dia Huizinga ontbreekt zij.

Onder de tien gedichten die Aad Meinderts uit de nalatenschap opdiepte hoeft men dan ook geen verborgen juwelen te verwachten ook niet als men weet dat deze tien vrijwel zeker voor publikatie bestemd en zelfs ingezonden zijn geweest. Het wemelt er van de onhandigheden. Een man 'verdrinkt' er in 'een begeerte als een hoos', want het moest rijmen op 'ademloos'. In een ander gedicht is er honger, en wel 'zere honger', naar het bewijs 'dat jouw mond de mijne begere': een conjunctivus uitgelokt door het rijmwoord 'keren'. Hompelende regels, stoplappen, woordherhalingen en een overdadig gebruik van adjectieven trekken hier de aandacht. Daaronder gaat veel eenzaamheid en onvervuld verlangen schuil. Op lieven volgt steevast lijden en (wat erger is) op lijden rijmt steevast scheiden. Zelfs een liefhebber als Meinderts heeft nattigheid gevoeld: aan het eind van zijn toelichting moet ook hij bekennen meer van de romanschrijfster dan van de dichteres te houden.

Wulps

Rest: de documentaire waarde. Dit bundeltje is wellicht interessant voor Blaman-fans of voor wie gedichten wil lezen als verslagen van het leven van een lesbienne in de jaren veertig, zoals Maaike Meijer in haar proefschrift De Lust tot Lezen deed. Het hier opgenomen gedicht 'Droomkoningin' lijkt wel een bewerking van het door Meijer besproken 'La Prisonniere'. Bij 'Fleur du mal', ogenschijnlijk handelend over een wulpse kat, mag men wel bedenken dat Baudelaire Les Fleurs du Mal aanvankelijk Les lesbiennes wilde noemen. In het tongetje van de gapende zwarte kat ziet Blaman 'een klaproos in fluweel verzonken'. Een mooi en dubbelzinnig beeld.