De voedselvergroter

De Chinese dichter in ballingschap Duoduo verblijft in Californie en denkt na over zijn armoedige vaderland. In de jaren 1959-1962 kwamen er twintig miljoen boeren van de honger om. Zo erg is het inmiddels niet meer, maar rijk zijn de Chinezen zeker niet: 'Het systeem is verrot, de natuur is verrot, alleen de mensen zijn nog over.' Aan de Universiteit van Californie kwam ik weer een stel Chinese studenten tegen. Zoals gewoonlijk werd ik meteen uitgenodigd om bij hen thuis tot diep in de nacht te blijven 'discussieren'. Die studenten leiden een goed leven in Amerika. Ze hebben bijna allemaal een auto, ze wonen ruim en naast hun baan of hun studie houden ze nog tijd genoeg over om te reizen, te vissen of te jagen. Een paar hadden er zelfs een geweer gekocht en namen me mee naar de schietbaan, waar ze achter elkaar een paar honderd patronen afvuurden. 'En? Heb je genoten?' vroegen ze na afloop. 'Eh... Als ik een geweer hoor, moet ik eigenlijk meteen denken aan... '

'Goed. Laten we het vanavond dan over iets anders hebben.'

Een student die net in Canada geweest was kwam met een verhaal op de proppen: na 'Vier Juni' is een stroom emigranten van Hong Kong naar Canada op gang gekomen. Een oude Hongkongse dame arriveerde in Vancouver en nam een makelaar in de arm om samen met haar huizen te gaan bekijken. De makelaar liet haar almaar mooiere huizen zien, maar waar ze ook kwam, nooit gaf ze enige blijk van tevredenheid. Na een week, toen ze al meer dan tien huizen hadden bekeken, vroeg de makelaar haar: 'Wat wilt u nu eigenlijk? Vindt u de huizen niet goed genoeg, of zijn ze te duur?' De vrouw antwoordde: 'Ik koop ze allemaal.' Een andere student vertelde een verhaal over zijn Amerikaanse hospita. Om een verjaardagscadeau voor haar dochter, die Jessie heette, te kopen, was ze naar een juwelierszaak, eveneens Jessie genaamd, gegaan en had ze een ring van tweehonderd dollar gekocht. Terwijl ze daar was, had ze een Japanse vrouw gezien, die onafgebroken naar de vitrines wees en dan zei: 'Ik wil deze, en die, en die ook... '

Haar man had een stapel dollarbiljetten uit zijn broekzak gehaald en aan de winkelbediende gegeven: 'Tel jij maar even.'

De winkelbediende had zevenduizend dollar uitgeteld en de rest aan de Japanners teruggegeven.

Een Chinese student die pas in februari in Amerika was aangekomen, vertelde over de viering van Chinees Nieuwjaar in Peking. Vroeger was Nieuwjaar voor Chinezen altijd aanleiding om vier dagen lang stevig te eten en te drinken, Kip, eend, vis, vlees: alles werd in huis gehaald. Dit jaar was die student te gast geweest bij een familielid. Het hele gezin, zeven of acht mensen, zat rond de tafel, waarop slechts een vis lag. De mensen in Peking durven op het moment niks te kopen. Ze bereiden zich voor op moeilijke tijden. Over een paar jaar moeten ze misschien weer honger lijden...

Dunne pap

In China weet iedere boer wat het is om honger te lijden. Een van de studenten was afkomstig uit het armste deel van China, de provincie Ningxia. Tien jaar geleden werd zijn dorp door een natuurramp getroffen, waardoor de graanoogst volledig mislukte. De overheid stuurde voedselhulp: twintig pond graan per persoon per maand, net genoeg om wat dunne pap te kunnen eten. Toch was er toentertijd niemand die zich afvroeg waarom het land er zo beroerd aan toe was en waarom er na dertig jaar communistisch bewind nog steeds niet genoeg te eten was. (Misschien was het anders geweest als die boeren geweten hadden dat de overheid voor haar eigen eten en drinken jaarlijks veertig miljard yuan uitgeeft.) De boeren zeiden toen alleen maar: 'We moeten de partij en de staat dankbaar zijn. Als de regering geen voedselhulp had gestuurd, waren we immers allemaal van de honger omgekomen?' De fatalistische houding van de Chinese boeren is de laatste jaren echter veranderd. Deze ommezwaai is nu juist niet tot stand gekomen in een periode van schrijnende armoede en zware onderdrukking, maar in een tijd van toenemende welvaart en ongekende vrijheid. Een van de studenten vertelde het volgende: een paar jaar geleden was er ergens een boer die op de vrije markt rijst verkocht. Voor hem stonden een zak rijst en een zak zand. Een klant vroeg om dertig pond rijst, waarop de boer zei: 'Goed, maar dan moet je ook voor dezelfde prijs vijf pond zand kopen.'

De klant zei: 'Ik moet geen zand, ik wil alleen maar rijst. ' De boer antwoordde: 'Je weet toch best dat alle boeren tegenwoordig zand door de rijst mengen? De prijzen zijn zo laag; als je geen zand erbij doet, haal je het geld voor de kunstmest en de verdelgingsmiddelen er nooit uit. Maar ik heb liever een rein geweten, dus verkoop ik de rijst en het zand apart.' Zo welvarend zijn de Chinese boeren dus ook weer niet. Een van de studenten wist te vertellen dat er op het moment dertien miljoen boeren zijn die niet genoeg te eten hebben en dertig miljoen die een inkomen hebben onder de armoedegrens van 42,50 dollar per jaar. In de periode 1959-1962, toen China een schuld van 9,5 miljard dollar aan de Sovjet-Unie moest terugbetalen en er ook nog eens een aantal natuurrampen optraden, zijn er twintig miljoen boeren van de honger omgekomen.

Tussen 1990 en 1993 zal China veertig miljard dollar aan buitenlandse schulden moeten aflossen! Het volgende cijfer maakt het probleem in een klap duidelijk: de omvang van de Chinese export naar Amerika is in 1989 met 3,5 miljard dollar toegenomen. Waarom? Omdat onze prijzen zo laag zijn. Dit geeft aan dat de Chinese regering, ongeacht winst of verlies, zo veel mogelijk buitenlandse valuta wil verdienen, zodat de schulden afgelost kunnen worden. Dit zal ongetwijfeld ten koste gaan van de inkomsten van de binnenlandse ondernemingen en zo schade berokkenen aan de economische ontwikkeling. Er gaat al een gerucht dat de regering van plan is om, als de economie instort, de oude munteenheid te vervangen door een nieuwe. Dat zullen de mensen beslist ook in hun portemonnee voelen. Vandaar dat de regering zo'n gigantische leger- en politiemacht in stand blijft houden. De defensiebegroting is in 1990 met 15 procent verhoogd, alleen maar om de onderdrukking te kunnen verhevigen en volksopstanden te voorkomen!

Plunderen

Indien de boeren de komende jaren weer honger te verduren krijgen, zullen ze dat beslist niet nog een keer zo lijdzaam ondergaan. Een andere student gaf een paar voorbeelden van de relatie tussen boeren en overheid in de afgelopen jaren. 'Spoorwegguerillatroepen': tijdens de oorlog tegen Japan waren dat groepjes die Japanse militaire transporten aanvielen. Tegenwoordig bestaan ze weer. In sommige streken leggen boeren zich er speciaal op toe om langs de spoorlijnen staatseigendommen te roven. Hele dorpen, vrouwen en kinderen incluis, doen eraan mee. Zelfs het militaire communicatienet wordt niet ontzien. Tientallen kilometers kabel worden naar beneden gehaald en op de vrije markt verkocht.

'Grafroofexperts': het plunderen van graven is een oeroude bezigheid. In de afgelopen millennia zijn de grafkuilen van Chinese keizers, koningen en hoge ambtenaren al heel wat keren geplunderd, maar de laatste paar jaar worden de oude graven leeggeroofd op een schaal die in de geschiedenis zijn weerga niet kent. De talloze schatten die door de boeren worden opgegraven, worden goedkoop opgekocht door handelaren uit Hong Kong, die ze weer doorverkopen aan het buitenland. In Zuidoost-Azie wordt de markt ermee overspoeld. Er is zo al voor heel wat meer geld gestolen dan honderd jaar geleden door de imperialisten. 'Eten van de Aziatische spelen': in het kader van de organisatie van de Aziatische Spelen in 1990 werkt men in Peking op veel plaatsen aan de bouw van grote sportaccommodaties. Aangezien er niet voldoende fondsen zijn, wordt het volk opgeroepen om donaties te doen. De boeren die in de omgeving van de bouwterreinen wonen, spannen echter samen met de opzichters en de politie bij het op grote schaal stelen van bouwmaterialen, die vervolgens weer hun weg vinden naar de vrije markt. Volgens de statistieken is er tot nu toe al voor meer dan honderd miljoen yuan gestolen. Dat is ongeveer gelijk aan de donatie die is gedaan door een groep van Hongkongse financiers. 'Goudkoorts': de laatste jaren proberen sommige boeren ook rijk te worden door het zoeken naar ondergrondse goudaders. Door de primitieve wijze waarop ze te werk gaan, hebben ze grote hoeveelheden grondstoffen verkwist. Bovendien wordt het goud dat ze boven de grond halen steeds weer door de plaatselijke overheden in beslag genomen.

Vorig jaar trokken meer dan zevenduizend boeren uit het zuidwesten van China naar de 'onbewoonde gebieden' in de provincie Qinghai. (Dat zijn gebieden waar door de natuurlijke omstandigheden niemand kan wonen.) Terwijl ze daar goud aan het delven waren, werden de bergpassen door hevige sneeuwval versperd, zodat ze een paar maanden lang opgesloten kwamen te zitten. Enkele honderden mensen kwamen om het leven.

Het systeem is verrot, de natuur is verrot, alleen de mensen zijn nog over. Vorig jaar zijn er weer vijftien miljoen nieuwe Chinezen bijgekomen. Hoe moet het verder met China? Waar ter wereld is er een land dat in zo'n gevaarlijke crisis verkeert? Noord-Korea! Een student vertelde over zijn bezoek aan Noord-Korea twee jaar geleden. Als lid van een Chinese culturele delegatie bracht hij een bezoek aan Pyongyang. Ze werden als hoge gasten onthaald. Zij verbleven in een chique hotel met een majestueuze eetzaal. Op de grote tafels stonden vier gerechten opgediend. Gezouten groente gold als een gerecht, zure groente als een ander en verder was er nog wat pekelvis. In Noord-Korea is alles op de bon. Voor eieren is het rantsoen een ei per persoon per maand. Op welke dag van de maand moet je het ei dan opeten? Chinezen hoeven aan Noordkoreanen ook helemaal geen dure cadeaus te geven. Met een paar sokken maak je ze al dolblij. Koreanen dragen binnenshuis namelijk geen schoenen, dus verbruiken ze nogal wat sokken. Het jaarlijkse sokkenrantsoen is echter volstrekt onvoldoende.

Vijftien ijsjes

Als je over Noord-Korea begint, moet je het ook over de Sovjet-Unie hebben. De laatste jaren voelen Chinezen die een bezoek aan Oost-Europa brengen zich behoorlijk trots. Voor Chinese jongeren is het bezit van een Japans fototoestel, een Amerikaanse spijkerbroek en Westduitse sportschoenen iets doodnormaals. Als Russische jongeren dat zien, zijn ze echter stikjaloers. Een spijkerbroek van Chinees fabrikaat brengt soms wel meer dan honderd roebel op. Een Russische geleerde, die op bezoek was in Peking, heeft ooit de hele Wangfujingstraat (de drukste winkelstraat van Peking) afgelopen en achter elkaar vijftien ijsjes gegeten. Zulke goedkope en lekkere ijsjes had hij nog nooit gehad.

Zo was het in de afgelopen tien jaar. De komende tien jaar zullen echter een ongekende crisis te zien geven. Waar halen we het voedsel vandaan? Hoe hou je al die Chinezen in leven? Een van de studenten herinnerde zich een bericht uit het Volksdagblad uit 1958 met de produktiecijfers van het district Xushui in de provincie Hebei. Zeshonderdduizend kilo broodwortel per mu (= 1/15 hectare). Chinese kolen van tweehonderdvijftig kilo per stuk, zestigduizend kilo tarwe per mu en vijfentwintighonderd kilo katoen. Mao Zedong was zo blij dat hij tegen de boeren uit Xushui zei: 'Jullie hebben meer voedsel geproduceerd dan de staat nodig heeft, dus kunnen jullie zelf wat meer eten. Wat mij betreft mogen jullie vijf ton per dag eten!' Een Amerikaan, die Chinees studeerde, vertelde in het Chinees de laatste grap. Maar niemand lachte: In 1972, toen China en Amerika net betrekkingen hadden aangeknoopt, bracht de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Kissinger, een bezoek aan een museum in Shanghai. Daar viel zijn oog op een klein zwart apparaat, dat er heel simpel uitzag. Hij vroeg: 'Wat is dat voor een apparaat?' Een Chinese technicus antwoordde: 'Een voedselvergroter. Daarmee kun je een pond voedsel wel tien keer zo groot maken.'

Er ging Kissinger een licht op: zo slaagde China er dus in om een miljard monden te voeden. Ze hadden een geheim apparaat! Hij vroeg hoeveel hij zou moeten betalen om het apparaat mee te mogen nemen naar Amerika voor onderzoek. Een Chinese functionaris antwoordde: 'China en Amerika hebben betrekkingen aangeknoopt. Wij zijn nu vrienden. We schenken het jullie.' Kissinger was in zijn nopjes en liet het apparaat spoorslags met een speciaal vliegtuig naar Amerika vervoeren. Al snel kwam de KGB erachter, waarop de Sovjet-Unie in onderhandeling ging met Amerika en het recht opeiste om deel te mogen nemen aan het onderzoek. De Amerikanen waren al lang klaar met hun onderzoek en stemden er onmiddellijk mee in om het apparaat voor vijftig miljoen dollar aan de Russen te verkopen. De Russen namen het mee en legden het voor een aantal sinologen. Dezen wisten op grond van het bewijs onomstotelijk vast te stellen dat het hier ging om een apparaat dat ongeveer tweehonderd jaar geleden in China verbreid raakte. De moderne benaming luidt: popcornmachine.

Vertaling Michel Hockx