De vissers

Er stonden vier vissers langs de sloot Drie hadden ereen nieuwe hengel en die ene had helemaal niets De drie met nieuwe hengel stonden stil te hengelen Maar die ene zonder hengel die ving veel vis! De volgende na de andere hij gooide ze achteloos omhoog en hij vrat ze smakelijk op De andere drie met nieuwe hengel keken verveeld voor zich uit De Reiger ving vis en zij zaten mis de sloot was niet erg groot