Bhutto's mislukking

PAKISTAN IS NA het ontslag van premier Benazir Bhutto weer terug bij af. In 1988, na de even plotselinge als mysterieuze dood van generaal Zia ul-Haq, leek het land onder het nieuwe democratische bewind van Bhutto aan het begin te staan van een nieuw tijdperk. Haar ambitieuze plannen om de democratie vast in Pakistan te vestigen en het land meer welvaart te verschaffen zijn echter op een totale mislukking uitgelopen. Meer dan ooit is het land immers in de greep van een verlammende corruptie en welig tiert het nepotisme, tot op de hoogste niveaus. Zo omvangrijk was het misbruik van openbare fondsen dat de Wereldbank onlangs dreigde om haar programma's in Pakistan te staken indien hierin geen verbetering zou komen. Afgezien van enkele buitenlands politieke succesjes kan de ontslagen regering niet op enige daden van betekenis bogen. De gemiddelde Pakistaan is niets beter geworden van het bewind van Bhutto. Typerend is dat het analfabetisme op het ogenblik weer stijgt. En, wellicht het meest alarmerende in een land dat een nationale identiteit mist, de verschilende etnische groeperingen in Pakistan staan scherper tegenover elkaar dan in lange tijd het geval is geweest. Dit geldt in het bijzonder voor Bhutto's eigen provincie Sind.

BLOEDIGE ongeregeldheden eind mei in Sind, waarbij het leger moest ingrijpen, werden uiteindelijk de nagel aan Bhutto's doodskist. De machtige strijdkrachten en de eveneens zeer machtige president Ghulam Ishaq Khan meenden dat het zo niet verder kon. Daarin hebben ze gelijk: Pakistan heeft wederom dringend behoefte aan een nieuw begin. De episode met Benazir Bhutto bleek een valse start te zijn. Niet duidelijk is echter wie nu de leiding zou moeten krijgen. Benazir Bhutto is zonder meer in diskrediet geraakt, de leiders van de sterk verdeelde oppositie vormen evenwel geen echt alternatief. De meesten van hen zijn precies even corrupt en incompetent als de kopstukken uit de regering-Bhutto. Zonder acht te slaan op het landsbelang hebben voor- en tegenstanders van Bhutto de afgelopen paar jaar een niets ontziende vendetta gevoerd.

ONDER ZULKE omstandigheden kunnen de militairen, die door sommigen worden gezien als de laatste overgebleven instantie die zich niet alleen om de eigen belangen maar ook om die van het land als geheel bekommert, zich geroepen voelen het roer weer in handen te nemen. Geen aanlokkelijk perspectief, want militaire regimes hebben ook in Pakistan de neiging problemen te onderdrukken en niet op te lossen. Twee jaar na het veelbelovende begin van de nieuwe regering-Bhutto en het herstel van de democratie, ziet de toekomst er voor Pakistan somber uit.