Architect en projectontwikkelaar John Portman; de profeet vanhet atrium

John Portman is een uitzonderlijk en omstreden figuur in de Amerikaanse bouwwereld. Hij is niet alleen architect maar doet tegelijkertijd op grote schaal aan projectontwikkeling, bij voorkeur van zijn eigen projecten. In deze dubbele hoedanigheid heeft hij opvallende gebouwen gerealiseerd in een groot aantal steden in Amerika. Tot op heden heeft de kritiek Portmans werk als architectuur niet helemaal serieus genomen; nu doet de Italiaanse uitgeverij l'Arcaedizioni dat wel door er een goed verzorgd en tamelijk duur boek aan te wijden.

Portman is een architect van de massa. Hij heeft een afkeer van wat hij 'steriel intellectualisme' in de architectuur noemt. Hij weet wat 'de gewone man' mooi vindt omdat hij hetzelfde mooi vindt. Zijn kolossen vaak hotels, al of niet in combinatie met kantoren en winkels stralen met hun fonteinen, planten en gelikte materialen een banale grandeur uit. Het zijn manifestaties van een samenleving vol zelfvertrouwen en optimisme, met een onvoorwaardelijk geloof in de vooruitgang en de technologie. Als symbool daarvan gebruikte Portman jarenlang verlichte glazen liften die als raketjes over de gevel of langs het atrium suisden. Tot zijn bekendste projecten horen een hotel op Times Square in New York, het Peachtree Center en Hyatt Regency Hotel in Atlanta en het Renaissance Center in Detroit.

Serieuze critici als Paul Goldberger van de New York Times erkennen dat Portmans werk verdiensten heeft. Zo heeft hij het hotel met atrium als een belangrijk nieuw bouwtype in de Amerikaanse steden geintroduceerd. Het atrium noemt Portman zelf een interior park, een plek die wel openbaar is maar zonder de drukte en herrie van buiten. 'Vroeger speelde alle activiteit zich af langs de randen van een stratenblok, ' zegt hij. 'In het midden stonden alleen dienstingangen en vuilnisbakken. Als atrium komt die ruimte opnieuw de inwoners van de stad ten goede. De architectuur moet weer people-orientated worden.'

Toch heeft Goldberger kritiek op deze stedebouwkundige 'oplossing': zo ontstaat er telkens 'een stad in de stad', zelfstandige complexen die geheel los van hun omgeving staan. Het boek besteedt ruime aandacht ook aan Portmans eigen huizen, in Atlanta en aan het strand, waar hij natuurlijk veel vrijer was. Het eerste huis (1964) is een constructie als een tempel, met een dwingend rooster van 24 kolommen waar de ruimten omheen zijn gegroepeerd. Het tweede huis, dat hij ruim twintig jaar later ontwierp, is eveneens gebaseerd op een stelsel van kolommen en de vrije ruimte eromheen, maar hier maakt hij een uitbundige ('people-orientated') variant op het door hem verfoeide Modernisme uit de jaren twintig en dertig. 'Een extravagante verkenning van de sensuele, emotionele kant van het Modernisme, ' aldus Goldberger over Entelechy II, waarin vijvers, beekjes, watervallen, fonteinen en uiteraard een zwembad zijn verweven.

Terecht is nu een boek gewijd aan John Portman. Hoewel zijn werk behoudend en regelmatig ook banaal is, heeft deze architect/ondernemer een bijdrage geleverd aan de herwaardering van verloederde binnensteden en daarmee onmiskenbaar een stempel gedrukt op de Amerikaanse stad van eind deze eeuw. Eigenlijk had dit boek door een Amerikaanse uitgeverij moeten worden uitgebracht.