Angst en wantrouwen in de DDR; Trouw aan een jeugdliefde

Hoe voelt het wanneer je weet dat je door de overheid in de gaten wordt gehouden? Wat verandert er in je manier van leven? Ga je anders met vrienden en huisgenoten om? Die vragen heeft de Oostberlijnse schrijfter Christa Wolf onlangs beantwoord in haar novelle Was bleibt.

Er is al door velen op gewezen dat het boek een onmiskenbaar autobiografisch karakter heeft. Het is inmiddels duidelijk dat de schrijfster zelf elf jaar geleden, in juni 1979, vanwege haar protest tegen de uitwijzing van Wolf Biermann enige tijd op een lijst heeft gestaan van de Stasi, de staatsveiligheidsdienst van de DDR. Het opmerkelijke van deze tijd was dat er weinig bijzonders gebeurde. Wolf behoorde tot de categorie licht gecontroleerden. Ze werd op straat niet gevolgd en ze werd niet opgeroepen voor verhoor.

Het enige wat de vrouwelijke hoofdpersoon uit Was bleibt van de geheime dienst merkt, is dat er soms een auto voor haar flat staat met drie mannen in burger erin. Anonieme mannen die meestal worden aangeduid als 'zij'. Er is een keer iemand bij haar binnen geweest. Ze heeft reden om aan te nemen dat haar telefoon wel eens wordt afgeluisterd en haar post wordt waarschijnlijk geopend. Aan het eind van het verhaal wordt een lezing voor het officiele Culturele Centrum gesaboteerd. In de zaal blijken geselecteerde genodigden te zitten terwijl andere belangstellenden voor de deur worden tegengehouden.

Zoals dat bij Christa Wolf meestal het geval is, kunnen kleine aanleidingen voor de hoofdpersoon grote gevolgen hebben. Uiterlijk mag er dan niet veel veranderen, innerlijk en in haar omgang met kennissen wordt de vrouw steeds geremder. Ze heeft het idee dat iemand iets van haar wil en dat zij niet weet wie die iemand is. In telefoongesprekken met vrienden maakt ze cynische toespelingen op het meeluisteren van anderen. Ze wordt wantrouwend tegenover haar omgeving. En een oude kennis die haar op straat ontwijkt wordt er van verdacht op de hoogte te zijn van het onderzoek tegen haar.

Het mooist is beschreven hoe de taal van de hoofdpersoon, een schrijfster als Wolf, iets verkrampts krijgt. Doordat een deel van haar privebestaan is weggenomen, slaagt ze er niet in de woorden te vinden voor het nieuwe dat ze meemaakt. Bij alles wat zij schrijft, ook al is het in haar dagboek, is ze op haar hoede. Later kan het misschien wel tegen haar gebruikt worden. De hoofdpersoon uit Was bleibt overkomt het ergste wat een schrijver overkomen kan: ze kan niet meer bij haar taal. Pas tien jaar later, op het moment dat ze haar verhaal opschrijft, is de situatie zo gewijzigd dat ze weer haar eigen taal kan gebruiken. Christa Wolf begon in juni 1979 met Was bleibt en in november 1989, de maand waarin de Muur werd afgebroken, werd het boek voltooid.

Polemiek

Inmiddels is in Duitsland een heftige polemiek over de novelle losgebroken. Onmiddellijk na het verschijnen drukte het weekblad Die Zeit voor op het literatuurkatern twee recensies af die lijnrecht tegenover elkaar stonden. In de positieve recensie, van Volker Hage, wordt Wolf geprezen om de nauwkeurige manier waarop zij de veranderingen beschrijft van iemand die door een onzichtbare macht wordt gevolgd. De andere recensie, van chef kunst Ulrich Greiner, is een frontale aanval op alles wat Wolf is en maakt. Hij schrijft laatdunkend over Wolfs weergave van de politiestaat de Stasi ging zoals we weten over lijken en in Was bleibt beklaagt zich iemand die 'wekenlang' in de gaten is gehouden. Maar ook twijfelt Greiner aan Wolfs motieven om juist nu met een dergelijk boekje te komen.

Vooral dit laatste verwijt weegt zwaar bij de tegenstanders van Wolf. Als de schrijfster echt zoveel bezwaar heeft gehad tegen de spionageactiviteiten van de Stasi, waarom heeft zij dat dan nooit eerder laten merken? Greiner deelt Wolf zonder veel erbarmen in bij de intellectuele collaborateurs die pas toen hun toekomst gevaar begon te lopen om het hardst riepen dat ook zij jarenlang vervolgd zijn: 'Dat is me wat: de staatsdichteres van de DDR zou door de veiligheidsdienst in de gaten zijn gehouden. Christa Wolf, winnares van de grote Nationale Prijs, de prominenste schrijfster van haar land, lid van de Communistische Partij tot het laatste moment, een slachtoffer van de Stasi?' Luidt Was bleibt de val in van Christa Wolf, een van de bekendste schrijfsters van het Duitse taalgebied? Ik denk het niet. Daarvoor toont de aangevallene toch teveel karakter. Het aardige van het boekje is juist dat een antwoord op vragen zoals Greiner die stelt er eigenlijk al in staat. De vrouw die Christa Wolf beschrijft, maakt niet de indruk erg ingenomen te zijn met de mannen die voor haar deur de wacht houden, maar ze mist de kracht om daar woorden voor te vinden. En ze mist zeker de kracht om daar daadwerkelijk wat tegen te ondernemen.

Voor politieke schrijvers die gewend zijn te denken in begrippen als onderdrukking, verzet, politieke vrijheid en recht, is zoiets waarschijnlijk moeilijk voor te stellen, maar zo'n schrijver is Christa Wolf niet. En dat is ze ook nooit geweest. Wie het andere werk van Christa Wolf kent, weet dat het zuiver politieke idioom haar nooit heeft gelegen. Zij is altijd de schrijfster van de binnenwereld geweest. En de schrijfster van de mensen zonder macht. Zo schrijft ze in haar laatste boekje ergens over de 'meester' van de stad. De meester, de meest abstracte formulering die er is. Alsof ze niet precies weet wie in de hoofdstad van de DDR de baas is.

In Was bleibt is de concrete politiek nog buiten Wolfs gezichtveld gebleven. Ze heeft geanalyseerd hoe iemand bedreigende ervaringen van buiten verwerkt en het interesseert haar, denk ik, weinig of dat nu een Oostduitse huisvrouw is of een verdachte van de Ira of de RaRa.

Vraagtekens

Dat wil niet zeggen dat bij onderdelen van de biografie van Christa Wolf geen vraagtekens kunnen worden gezet. Volker Hage mag er in zijn verdediging van de schrijfster dan op wijzen dat Wolf nooit officiele functies heeft bekleed, ze is, zoals Greiner terecht schrijft, in al die jaren van vervolging en verbanning wel steeds lid gebleven van de partij die de spionnen op haar en haar medeburgers afstuurde.

Waarom blijft iemand zolang bij een tot op het bot aangetaste organisatie? Ik kan genoeg redenen bedenken: trouw aan een oude jeugdliefde (zoals er ook mensen zijn die veertig jaar een slecht huwelijk uitdienen), het gemak van het partijlidmaatschap, of de verwachting dat alleen partijleden een verandering ten goede zouden kunnen bereiken (zoals in de Sovjet-Unie een aardverschuiving door een partijlid is doorgevoerd). Maar zijn het de redenen die Christa Wolf hebben bewogen? Het is op zijn minst intrigerend dat in Was bleibt juist het element van het partijlidmaatschap ontbreekt.

Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat Christa Wolf tot op de dag van vandaag over deze dingen nadenkt. Net zo intensief misschien als over de gevolgen van de bewaking voor haar leven. Dat zou betekenen dat zij voor de inconsequenties in haar leven nog niet de juiste woorden heeft kunnen vinden. In dat geval is het wachten op haar volgende boek, waarin misschien eindelijk de desillusies worden beschreven van iemand die veertig jaar vergeefs op een wonder heeft zitten wachten.