Alles blijft bij een aanloop; Brieven en gedichten van Anna Blaman

Wij kunnen het ons nu niet meer zo goed voorstellen, dat Eenzaam avontuur van Anna Blaman in 1948 erg schandalig werd gevonden en niet alleen door christelijke lezers. Het meest immoreel achtte men waarschijnlijk de figuur Alide, die haar intellectuele echtgenoot bedriegt met de vulgaire kapper Peps tot wie zij zich alleen seksueel aangetrokken voelt. Een ander bedenkelijk personage was natuurlijk de lesbische Berthe, die overigens van Blaman niet de gelegenheid kreeg haar 'verkeerde' liefde in de praktijk te brengen. De liefde wordt in Eenzaam avontuur niet aangeprezen als een schone zaak, maar bijna als een ziekteverschijnsel, dat de mens splijt in lichaam en geest, en hem of haar eenzaam, bitter en ontevreden stemt.

Het is de vraag of Blaman zich ervan bewust was dat zij met deze roman niet alleen uiting gaf aan haar eigen, teleurstellende liefdeservaringen, maar ook kon worden gezien als een emancipator of taboedoorbreker. Haar bedoeling is het zeker niet geweest om voor anderen dan zichzelf te spreken. Zij schreef vanuit een isolement, een gekoesterd burgerlijk en a-literair isolement. Zij was niet onderhevig aan enige politieke, sociale of literaire beweging, maar was en bleef altijd zichzelf. Het moet wel die ongecompromitteerde houding zijn die ervoor zorgt dat haar werk, hoe loodzwaar, gedateerd en kleinsteeds het soms ook aandoet, een zekere charme nooit heeft verloren.

Wie nu die romans en verhalen leest, in de wetenschap bovendien dat Blaman altijd met haar uiterst zorgzame moeder, zus en zwager onder een dak is blijven wonen, kan zich niet voorstellen dat haar leven erg turbulent is geweest. Dat was het inderdaad ook niet, al had het frivole accenten. Een en ander blijkt uit de brieven die Blaman naliet en waarvan Aad Meinderts in 1988 een eerste bundeling bezorgde onder de titel Ik schrijf het je grof-eerlijk. In deze brieven, aan Emmy van Lokhorst en Sonja Witstein, is al sprake van wat wel haar meest hartstochtelijke liefdesaffaire moet zijn geweest: haar verhouding met de schrijfster Marie-Louise Doudart de la Gree. In het tweede, eveneens door Meinderts samengestelde brievenboek Dit tussen ons is geen eenzaam avontuur zijn Blamans minnebrieven verzameld. Drieentachtig ervan zijn gericht aan Doudart de la Gree en twaalf de enige twaalf waarop Meinderts de hand wist te leggen aan haar grootste, maar platonische liefde Alie Bosch, die model stond voor onder anderen Alide in Eenzaam avontuur.

In de brieven aan Marie-Louise betoont Blaman zich verrassend vrijmoedig in het erotische. Uitbundig prijst zij lijf en leden van haar 'vrijpoes', haar 'lief ginnegappend schatje', haar 'lieve, zachte wijfje' met haar 'mooi wulps mondje'. Gedurende ruim een jaar logeerde Blaman een of twee nachten per week bij haar geliefde in Zeist, aanvankelijk tot groot wederzijds genoegen. Op den duur tekenden zich zoals Blaman het noemde 'wezensverschillen' af, zodat 'dit tussen ons' toch ook wel degelijk in een eenzaam avontuur eindigde.

Uiterlijkheden

Dit tweede brievenboek bevestigt de indruk dat met Anna Blaman geen groot brievenschrijfster verloren is gegaan. Zodra de verrassing van de hartstocht er een beetje af is, en dat is vrij snel, blijft er weinig te genieten over in deze (eenzijdig bewaard gebleven) brieven. Pijnlijk duidelijk wordt hoe derderangs de schrijfster Doudart de la Gree was en hoezeer de liefde op uiterlijkheden was gebaseerd. In Ik zeg het je grof-eerlijk viel het verloop van deze relatie trouwens al haarfijn te volgen waarmee Meinderts zichzelf en Blaman heel wat gras voor de voeten wegmaaide. Zo schreef Blaman in maart 1950 aan Emmy van Lokhorst: 'Ze kent alleen de exaltatie, niet de diepte, alleen het Schwarmen, niet de ernst, ' en typeerde in december van dat jaar haar geliefde zelfs als 'onwaarachtig' en 'corrupt'. Veel onthutsender dan de ware aard van de geliefde, die er per slot niet zoveel toe doet, is overigens het buitengewoon magere gehalte van deze brieven. Ook in haar correspondentie, kun je zeggen, was Blaman in hoge mate zichzelf. Zij zocht, die indruk wekt zij althans, niet lang naar een mooi woord, een puntige formulering of een heldere explicatie, maar stelde zich tevreden met wat spontaan in haar opkwam. Niet zelden waren dat draderige ontboezemingen van dit type: 'Ik ben van mening, als je met iemand een belangrijk stukje leven hebt gedeeld, dan blijft er een vertrouwdheid, een waardering bestaan ten opzichte van het onvergankelijk menselijke contact voorzover dat altijd al aanwezig was.'

Ook nam ze graag haar toevlucht tot de opsomming, die de nieuwsgierigheid van haar vriendin wel afdoende zal hebben bevredigd, maar die ons vaak met lege handen achterlaat, ook al springt Aad Meinderts gedienstig bij met jaartallen en adressen ('Met A. J. J. Langerveld-Griss (1898-1973) en haar echtgenoot de tandarts C. Langerveld (1898), woonachtig in Naaldwijk aan Dijkweg 55a, onderhield Anna Blaman een hartelijke vriendschap'). Een avondje uit beschrijft ze dan bij voorbeeld zo: 'Gisteravond ben ik dus met de bus naar de Langerveld's gegaan in Naaldwijk, en vervolgens met hen naar de filosofische kring in Den Haag. Daar was het aardig.

Ik hoorde er iets over Schopenhauer en Nietzsche. Volgende keer Heidegger en Kierkegaard. Ik zal je alles vertellen en de excerpten ervan meebrengen.'

Als ondertitel van dit boek zou heel goed deze verzuchting van Blaman hebben kunnen dienen: 'Wat heb ik je veel te schrijven! Alles blijft bij een aanloop.'

Feitjes

Men kan het Anna Blaman moeilijk verwijten dat zij niet wat beter haar best deed op haar brieven, want hoe had ze kunnen weten dat die brieven dertig jaar na haar dood aan de vergetelheid zouden worden ontrukt, zodat ze nu, zoals Meinderts in zijn inleiding schrijft, 'op volstrekt unieke wijze het boeiende werk en leven van Anna Blaman documenteren'. Ik vraag mij af of hij haar met zulke complete brievenuitgaven wel zo'n goede dienst bewijst, en of haar bescheiden epistolair talent niet beter tot zijn recht zou zijn gekomen met een bescheiden bloemlezing uit de brieven. Uit dit boek rijst in elk geval bepaald geen boeiend schrijversleven op, maar een ongestileerde brij van ditjes en datjes, feiten en feitjes, slecht gearticuleerde gemoedsuitstortingen en tot vervelens toe herhaalde liefdesbetuigingen.

Een verademing vormen de kalme en huishoudelijke, maar erg hartelijke brieven aan Alie Bosch waarmee de bundel besloten wordt alleen al omdat het er maar twaalf zijn.

U verwijst regelmatig naar de bijbel. Heeft dat een speciale reden?