A. H. G. Rinnooy Kan; De ondernemende hoogleraar

ROTTERDAM, 10 aug. Prof. dr. A. H. G. Rinnooy Kan, de nieuwe voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, heeft zich in zijn wetenschappelijke loopbaan ingezet om de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven te verbeteren. De voormalige rector van de Erasmus Universiteit in Rotterdam was geestelijke vader van de zogenoemde 'ondernemende universiteit'. Rinnooy Kan werd op 5 oktober 1945 in Den Haag geboren. Hij studeerde wiskunde aan de universiteit van Leiden en econometrie aan de universiteit van Amsterdam waar hij in 1976 promoveerde tot doctor in de wiskunde. Hij werkte vervolgens enige tijd aan de Interfaculteit Bedrijfskunde in Delft, werd in 1977 lector en in 1980 hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Van 1983 tot 1986 was hij er directeur van het Econometrisch Instituut en van 1986 tot 1989 was hij er rector magnificus.

Rinnooy Kan was gasthoogleraar aan Amerikaanse universiteiten en hogescholen in Berkeley, Ithaca, New York en Philadelphia. Ook doceerde hij aan het European Institute for Advanced Studies in Management in Brussel.

Hij is lid van het European University Industry Forum, een gespreksplatform van de belangrijkste universiteiten van de Europa en vooraanstaande Europoese industrielen verenigd in de zogenoemde Round Table of European Industrialists.

Op het ogenblik werkt Rinnooy Kan voor minister Ritzen van onderwijs aan een advies over de oprichting van zogenoemde onderzoeksscholen (graduate schools), instellingen waar academici worden opgeleid tot wetenschappelijk onderzoeker.

In 1987 gaf Rinnooy Kan leiding aan een werkgroep die de contouren van 'de ondernemende universiteit' heeft aangegeven, een universiteit die zelf haar wetenschapsgebieden moet kunnen uitzoeken, die in vergaande mate contractonderzoek en contractonderwijs aanbiedt, die op afstand staat van de overheid en die zelf financieringsmiddelen aantrekt op de kapitaalmarkt. Leden van die werkgroep waren ondermeer de huidige ministers voor onderwijs Ritzen en justitie Hirsch Ballin. Alexander Rinnooy Kan was indertijd ook nauw betrokken bij het plan voor een Nederlandse informatica-universiteit.

Toen hij in 1978 op 28-jarige leeftijd lector werd, verwoordde hij in zijn oratie denkbeelden die hij later in praktijk zou brengen: 'Het is een populaire misvatting dat het produkt wetenschap in isolement tot stand komt, dank zij de inspanningen van eenzame onderzoekers op weg naar de waarheid. Ook wetenschapsproduktie wordt beinvloed door krachten van vraag en aanbod.'