Ultimatum Gorbatsjov aan milities is alom genegeerd

MOSKOU, 9 aug. President Gorbatsjov heeft de nieuwgekozen voorzitter van het Armeense parlement Levon Ter-Petrosjan vanuit zijn vakantieadres op de Krim opgebeld en hem om 'constructieve samenwerking' gevraagd. De Armeense president kwam gisteren nog naar Moskou te komen voor overleg met premier Nikolaj Ryzjkov, minister van binnenlandse zaken Vadim Bakatin en lid van de presidentiele raad Aleksandr Jakovlev. De besprekingen houden verband met de vandaag aflopende termijn van Gorbatsjovs decreet over de ontwapening van alle paramilitaire formaties in het hele land, een decreet dat hoofdzakelijk betrekking heeft op Armenie. Daar zijn volgens officiele cijfers 10.000, maar volgens onofficiele bronnen wel 140.000 mensen onder de wapens. Minister Bakatin heeft gisteren na het overleg met Ter-Petrosjan gevraagd om verlenging van het ultimatum met twee weken.

Ter-Petrosjan, die sinds maandag in functie is, heeft de bewapende groepen opgeroepen de eed van trouw aan het parlement af te leggen. Hij deet daarmee wat in Moskou werd gevreesd: zijn oproep is een poging de bestaande milities te legaliseren en een eerste stap op weg naar een Armeens nationaal leger. In de oprichting van zo'n leger wordt ook voorzien in de soevereiniteitsverklaring, die het Armeense parlement een dezer dagen moet aannemen. Ter-Petrosjan riep de milities op de kalmte te bewaren en sprak van een 'crisis-situatie' in de republiek. Een aantal van de gewapende groepen heeft zich al bereid verklaard zich aan de wil van het parlement te onderwerpen. De 46-jarige Ter-Petrosjan is van begin af aan lid geweest van het Comite Karabach en werd met elf andere Armeense leiders in december 1988 gearresteerd. Zij zaten zes maanden in Moskou in hechtenis gezeten. Na hun vrijlating werden ze als helden in Jerevan binnengehaald. Ter-Petrosjan werd vervolgens een van de leiders van de Armeense nationale beweging.

Op 25 juli vaardigde president Michail Gorbatsjov een decreet uit waarin de plaatselijke autoriteiten de opdracht kregen binnen 15 dagen alle wapens, die illegaal in handen zijn van de bevolking, te confisqueren en krachtdadig op te treden. Van meet af aan was duidelijk dat niemand gehoor zou geven aan deze oproep. Dat de gewapende formaties, vooral sterk in Armenie, hun met geweld veroverde wapens niet zouden afstaan lag voor de hand. Maar ook de plaatselijke autoriteiten bleken niet van plan het decreet op hun grondgebied door te voeren. Het Armeense en het Georgische parlement besloten zelfs officieel de uitvoering van het decreet op te schorten. Iedereen vraagt zich af wat er gaat gebeuren als het ultimatum morgen afloopt en met name hoe het leger zich op zal stellen.

Het decreet van Gorbatsjov had betrekking op de hele Sovjet-Unie, maar concentreert zich toch hoofdzakelijk op de Transkaukasus, waar de spontane bewapening een grote vlucht heeft genomen sinds de grensoorlog tussen Azerbajdzjan en Armenie. De aandacht is daarbij op dit moment voornamelijk gericht op Armenie, en dat kan op het conto van de Azerbajdzjaanse partijleider Ajaz Moetalibov worden geschreven. Hij eiste tijdens het 28ste partijcongres en tijdens de zitting van Gorbatsjovs Raad van de Federatie een krachtig optreden tegen de Armeense milities. Het is verbazingwekkend dat het Azerbajdzjan daarbij gelukt is zelf goeddeels buiten schot te blijven, hoewel er ongetwijfeld evenveel wapens in Azerbajdzjaanse handen zijn als in Armeense. In een interview in de Izvestia sprak Moetalibov zijn tevredenheid uit over Gorbatsjovs decreet en verzekerde hij dat er op Azerbajdzjaans grondgebied 'geen militaire formaties zijn of geweest zijn behalve de binnenlandse veiligheidstroepen van het ministerie van binnenlandse zaken en het Sovjet-leger'. Vorige week werden bij een nachtelijke overval op een wapenopslagplaats van het leger in de Armeense hoofdstad Jerevan liefst 165 vlammenwerpers, 95 afvuurinstallaties en 675 signaalraketten buitgemaakt. De overvallers, gewapend met kalasjnikovs, ontvoerden twee soldaten, waarschijnlijk om zich de gebruiksaanwijzing van de wapens uit te laten leggen.

Het is maar een voorbeeld van de talloze overvallen op wapendepots en politieposten, die dit jaar in Armenie hebben plaatsgevonden. Volgens het ministerie van binnenlandse zaken van Armenie bestaan op Armeens grondgebied enkele gewapende formaties, die in totaal tienduizend manschappen tellen. In zijn algemeenheid noemen ze zich fedainy (Verdedigers van het Vaderland). Het Armeense Nationale Leger (ANA) is de grootste en telt ongeveer vijfduizend man. Daarna volgt de Armeense Nationale Beweging (AOD), die officieel geregistreerd is. Ongeveer 700 man omvat de groep NART, het Onafhankelijke Leger van de Republikeinse Partij. Daarnaast vallen nog de namen van de Nationale Unie (Moesj), Vretaroener (De Wrekers) en Aidat (De Rechtbank der Armeniers). ANA heeft zijn hoofdkwartier in het centrum van Jerevan, in een gebouw waarvan de ramen zijn geblindeerd met zandzakken. De voorzitter van de militaire raad van ANA is Vardan Vardanjan, voormalig journalist en kunsthistoricus.

De legerkrant Krasnaja Zvezda, die hem in zijn hoofdkwartier bezocht, citeert hem als volgt: 'Ik hanteer de volgende formule: het Armeense volk zal eeuwig leven als de natie een leger wordt en als niet een of andere bedachte god, maar de natie zelf haar eigen religie wordt'. De Armeense volksmilities ontstonden toen de Armeniers tot de conclusie kwamen dat ze in hun conflict met Azerbajdzjan en na de talrijke pogroms in Bakoe en de rest van het vijandige buurland niets van Moskou hoeven te verwachten. De milities konden daarom van meet af aan rekenen op steun van het Armeense parlement, dat nu weigert het decreet van Gorbatsjov uit te voeren. Het parlement vindt dat het zelf een einde kan maken aan de wapenroof en recht en orde op Armeens grondgebied zelf zal herstellen. Het is de vraag of het daar inderdaad toe in staat zal zijn. De Komsomolskaja Pravda sprak vorige week al van een duidelijke 'verlamming van de macht'. 'Onder de luide frasen over de verdediging van de soevereiniteit en de noodzaak de grenzen te verdedigen vallen wapens in handen van gewone misdadigers, die, zoals bekend, geen nationaliteit hebben'.

Gorbatsjov kan het zich niet veroorloven voortdurend decreten aan te nemen die vervolgens in den lande worden genegeerd. Het is voor hem dus van groot belang met Ter-Petrosjan tot overeenstemming te komen. Het Sovjet-leger stelt zich voorlopig gereserveerd op. In een interview met de Izvestia zei generaal-majoor Michail Soerkov, chef van de politieke afdeling van het garnizoen van Jerevan, op de vraag wat het leger gaat doen als de termijn van het decreet verstreken is dat hij 'zich nooit zou veroorloven bevel te geven op ongewapende mensen te schieten'.

Ook indien er gewapende groepen in het spel zijn 'zullen we alles doen om bloedvergieten te voorkomen. Wij zijn bereid tot alle vormen van onderhandelingen, bereid contact te leggen met elke groep, alles te doen zolang het woord nog kracht heeft'.

Tot op dit moment beperkt het leger zich tot de operatie 'Ring', die bestaat uit intensieve militaire controle op de invalswegen naar Jerevan met het doel om wapens in beslag te nemen.