Strijd om het leiderschap in de regio staat centraal op Arabische top in Kairo; Jaren van deling dreigt voor Arabieren

AMSTERDAM, 9 aug. In duidelijke paniek heeft president Mubarak van Egypte gisteren een Arabische topconferentie in Kairo bijeengeroepen om alsnog een Arabisch antwoord te vinden op de Iraakse invasie van Koeweit. Mubarak beseft dat het uur nul is aangebroken: de Arabische leiders die vandaag bijeen zouden moeten komen, hebben de allerlaatste kans om tot een minimum aan interne overeenstemming te komen. Gebeurt dat niet, dan zal volgens de hoofdredacteur van het Egyptische blad Al Ahram 'een vuur, waarvan niemand de verwoestende kracht kent, de hele regio in brand zetten'. Als de verzamelde Arabische leiders niet tot concrete actie tegen Irak besluiten en dat kunnen zij niet omdat Irak te sterk is of als zij niet Saddam Hussein met beleefde argumenten ertoe kunnen overhalen op zijn koers terug te komen, zal de hele Arabische orde zijn verstoord, zoals die sinds de afloop van de juni-oorlog van 1967 gold. De verpletterende nederlaag van de Egyptische president Gamal Abdel Nasser tegen Israel in die junidagen zorgde voor een nieuw machtsevenwicht in de Arabische wereld. Er werd een algemene afspraak gemaakt tussen de rijke, maar bevolkingsarme en militair onmachtige, Arabische oliestaten enerzijds en de arme, maar bevolkingsrijke en militair machtige Arabische landen anderzijds. Dit herenakkord, waarbij de rijken subsidies aan de armen gaven in ruil voor militaire bescherming en een minimum aan rust en orde, maakte een eind aan het door Nasser begonnen offensief om de rijke olielandjes ten bate van de algemene Arabische zaak over te nemen. Saddams overval op Koeweit en zijn dreigementen tegen de rijke olie-emirs hebben deze afspraak vernietigd, waardoor de Arabische kampen vijandiger dan ooit tegenover elkaar staan.

Hoe ernstig de inter-Arabische relaties nu al zijn verstoord, blijkt uit de wijze waarop Egypte en Irak met elkaar omgaan. Tot twee weken geleden waren zij naaste bondgenoten, nu strijden zij opnieuw om het leiderschap van de Arabische wereld. Toen Izzat Ibrahim, de vice-voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad (het opperste orgaan) van Irak, Kairo bezocht, had hij zijn eigen voedsel bij zich. Hij was 'wegens problemen met zijn gezondheid op dieet' en weigerde daarom elk Egyptisch glaasje thee. In werkelijkheid was hij bang dat zijn Egyptische gastheren het beproefde Iraakse voorbeeld zouden volgen om hun gasten langzaam werkend gif toe te dienen. De beledigde Egyptische geheime dienst onderzocht daaarop elk meegebracht stukje Iraaks voedsel.

Een tweede voorbeeld was de manier waarop koning Fahd van Saoedi-Arabie PLO-voorzitter Arafat ontving toen deze het vredesvoorstel van de PLO plus Libie (in werkelijkheid een Iraaks voorstel) kwam toelichten. Arafat, die altijd een bijzonder hartelijke ontvangst in Saoedi-Arabie kreeg, werd ditmaal door een extreem lage Saoedische ambtenaar ontvangen, moest zes uur antichambreren en werd vervolgens tot de koning toegelaten. Fahd luisterde een half uur naar hetgeen Arafat te zeggen had en beeindigde abrupt, zonder enig commentaar, het wel zeer eenzijdige gesprek.

Als de Arabische top in Kairo geen Arabische oplossing aandraagt voor de Iraaks-Koeweitse crisis, zal de Arabische wereld voor jaren zijn opgedeeld in elkaar bestrijdende stukjes. Dan zal de Arabische wereld geen enkele machtspositie meer hebben tegenover de rest van de wereld. Dan kan het Westen naar hartelust het ene Arabische land tegen het andere uitspelen. En dan zal ook Egypte zijn zo waardevolle bemiddelaarspositie tussen het Westen en de radicale Arabische leiders kwijt zijn. Maar de kans is minimaal dat het Egyptische plan wordt aangenomen. Daarvoor heeft de Iraakse president Saddam Hussein gezorgd met zijn aankondiging van gisteren dat Koeweit is teruggekeerd in de Iraakse moederschoot met andere woorden door Irak is geannexeerd. Saddam heeft daarmee een voldongen feit geschapen. Hij verwacht dat de Koeweitse Anschluss uiteindelijk niet meer door een Arabische macht ongedaan kan worden gemaakt, omdat alle Arabische leiders rekening moeten houden met de gevoelens van hun onderdanen. En de doorsnee Arabier, die het de laatste jaren op sociaal en financieel gebied steeds moeilijker kreeg, staat achter Saddams ideeen dat de Arabische Natie desnoods met geweld moet worden verenigd om de belangrijkste twee doelen te bereiken: de Arabische rijkdommen eerlijker en zinvoller te verdelen en een eind te maken aan de zionistische overheersing van Palestina.

Zelfs Saddams gezworen vijanden, zoals de Syrische president Hafez al-Assad, zijn nu uiterst voorzichtig in hun kritiek. Want Saddam voerde met zijn overval op Koeweit het programma uit dat zij zelf in hun jeugdjaren hadden gepropageerd. Overal kan men dan ook horen dat 'de Koeweitse emir zijn verdiende loon kreeg'. Dat soort geluiden wordt met het uur sterker naarmate de Amerikanen zich prominenter als vijanden van Saddam aandienen. Als gevolg werken diverse Arabische regeringen aan plannen om Saddam in zijn eisen tegenover Koeweit gelijk te geven.

Alle Arabieren hebben reden om zich zorgen te maken, ook de belangrijkste medestanders van Saddam Hussein de PLO en de koning van Jordanie. Zij zullen op weinig sympathie kunnen rekenen van het Westen en hun vroegere geldgevers in de Golf. Jordanie maakte gisteren al terugtrekkende bewegingen. De Jordaanse koninklijke familie beseft dat zij met Saddam ten onder kan gaan, na de felle kritiek van president Bush op de wel zeer vergoeilijkende uitlatingen van koning Hussein over Saddam. De afgelopen dagen beschreven koning Hussein en zijn media voortdurend de Iraakse leider als 'een Arabisch patriot, wiens hoge ideaal ten dienste staat aan de Arabische volkeren en hun belangen'. Nu zegt kroonprins Hassan, de broer van de koning, dat er geen sprake van is dat Jordanie militaire steun zal bieden aan Irak of 'een koers zal varen met Saddam' om de sancties te doorbreken.

De PLO is inmiddels bezig zich te beschermen tegen de eventuele gevolgen mocht Saddam geen succes hebben. Zij legt in de westerse hoofdsteden uit dat zij niet anders kon doen dan Saddam te steunen, maar dat het niet van harte ging. Ook Saddams tegenstanders hebben redenen zich zorgen te maken. Want wie zich achter Mubaraks plannen schaart, verklaart niet alleen Saddam de oorlog, maar kiest tegelijkertijd de kant van de vervloekte emirs aan de Golf en daarmee hun imperialistische beschermheren.

De vraag voor alle Arabieren is wie uiteindelijk in hun regio de machtigste blijkt te zijn: Irak of de VS. Als de emir van Koeweit niet in zijn macht hersteld kan worden, heeft Saddam gewonnen en wordt de domino-theorie bewaarheid: dan rollen ook de hoofden van de andere emirs. Maar dan zal er geen grens meer heilig of veilig zijn.