OPEC past produktie aan nadat voorraden genoeg zijn verkleind

ROTTERDAM, 9 aug. De Organisatie van Olie Exporterende landen (OPEC) oefent druk uit op de Westelijke landen om hun grote olievoorraden aan te spreken.

Vandaag beraden de leden van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zich in Parijs over de gevolgen van de olieboycot tegen Irak. Verwacht wordt dat het IEA zijn leden (de OESO-landen minus Frankrijk en IJsland) zal aanbevelen een deel van de voorraden aan te spreken en maatregelen tot vrijwillige beperking van de vraag naar olieprodukten te overwegen.

OPEC vindt dat pas wanneer de voorraad flink is verkleind, de weggevallen produktie van Irak en Koeweit (4,5 miljoen vaten van 159 liter per dag) moet worden gecompenseerd. Daarmee wil de organisatie bereiken dat, zodra de Iraakse crisis in een rustiger vaarwater komt, de olieprijs niet verder daalt dan de richtprijs van 21 dollar per vat die de organisatie twee weken heeft vastgesteld. Gisteren daalde de prijs voor Noordzee-olie op de termijnmarkten in Londen en New York tot onder de 26 dollar. Eind vorige week, direct na de Iraakse invasie in Koeweit, was de prijs gestegen tot dichtbij 30 dollar per vat.

Gisteren verklaarde de voorzitter van de OPEC, de Algerijnse olieminister Boussena, dat zijn organisatie haar leden (uitgezonderd Irak en Koeweit) vraagt pas hun produktie op te voeren nadat de Westerse voorraden fors zijn geslonken. Verschillende OPEC-leden, zoals Saoedi-Arabie, Venezuela en Indonesie hebben al verklaard bereid te zijn tot produktieverhoging, maar niet voordat de voorraden zijn verminderd. Saoedi-Arabie zou twee miljoen vaten per dag (bijna de helft van de hoeveelheid die Irak en Koeweit tot eind vorige week leverden) willen suppleren. Boussena zei ook dat OPEC geen herhaling wil van de oliecrises van 1973 en 1980 toen de prijzen zeer sterk stegen. Zoiets mag niet meer gebeuren, de wereldeconomie is toen ernstig geschaad, aldus de OPEC-voorzitter.

Dat er een mogelijkheid bestaat dat het OPEC-kartel uiteenvalt onder druk van meningsverschillen over aanpassing van de individuele quota ter compensatie van het recente produktieverlies wordt door oud-medewerkers van het OPEC-secretariaat ontkend. 'OPEC heeft lang geleden het point-of-no-return bereikt', zegt voormalig staflid Pattiradjawane, 'de OPEC-landen zijn tot elkaar veroordeeld. Zodra OPEC-leden buiten de organisatie om gaan produceren, is het afgelopen met de toch al geringe invloed op de olieprijs. In dat geval zou de prijs van de olie worden bepaald door de krachten op de markt, net als nu gebeurt met rubber, koffie, tin of thee'. De Amerikaanse president Bush zei gisteren in zijn verklaring over de Amerikaanse militaire bijstand aan Saoedi-Arabie dat hij de olieproducerende landen wil vragen meer te leveren om de wegvallende export van Irak en Koeweit te compenseren. Bush laat nagaan of de strategische reserve van de Verenigde Staten kan worden aangesproken. Hij deed een beroep op de oliemaatschappijen zich in hun prijsbeleid zoveel mogelijk te matigen en geen misbruik te maken van de crisissituatie.