Nieuw museum wil 'ander Suriname' tonen

AMSTERDAM, 9 aug. De vlaggen van Suriname, Nederland en Amsterdam hangen gebroederlijk naast elkaar boven de ingang van het gisteren met passende feestelijkheid geopende Surinaams Historisch Museum in Amsterdam. Het museum is dan ook uitdrukkelijk bedoeld voor zowel het Nederlandse als het Surinaamse publiek. Directeur Thomas Swanenberg verzamelde twintig jaar lang alles wat hij te pakken kon krijgen op het gebied van de Surinaamse geschiedenis en cultuur met de bedoeling het ooit ten toon te stellen in een museum. De collectie omvat volgens de eigenaar uiteenlopende voorwerpen van boeken, foto's, prentbriefkaarten en ander historisch materiaal tot schilderijen, produkten van kunstnijverheid en gebruiksvoorwerpen.

Het museum is er nu, in een oud klaslokaal van het voormalige meisjesinternaat aan de Zeeburgerdijk en de kleine openingsexpositie lijkt een ingetogen afspiegeling van de elders opgeslagen collectie. Er zijn litho's van halverwege de vorige eeuw met sfeerbeelden van het Surinaamse leven, van de stad, de forten en plantages en met afbeeldingen van leden van verschillende bevolkingsgroepen. Twee getekende landkaarten zijn van vroeger datum, begin achttiende eeuw, en ook de gravures van twee gouverneurs-generaal, Jan Nepveu en Jurriaan Francois de Freder (1790-'92), stammen uit die eeuw. Een serie gedrukte foto's van rond 1900 toont ook weer groepen bosnegers, een trits Surinaams-indiaanse kinderen, een bananenplantage en de enorme koloniale woonhuizen in Paramaribo. Veel thematiek is er in deze eerste expositie niet te ontdekken, maar een Surinaamse sfeer heerst al wel in het oude schoollokaal.

Swanenberg hoopt dat Surinamers in zijn museum herinneringen aan vroeger komen ophalen en de jongere generatie er zal komen om de voor hun al nauwelijks meer vertrouwde cultuur te leren kennen. Maar ook Nederlanders hoopt hij er kennis te laten maken met de Surinaamse geschiedenis en gewoonten. 'Als Hollanders aan Suriname denken, dan denken ze aan een of twee voetballers, maar ik wil ze laten zien dat Suriname ook andere kanten heeft.' Als ambtenaar in dienst van de gemeente Amsterdam heeft Swanenberg, die ook kunstschilder is en auteur van een Surinaams kookboek, zich veel moeten ontzeggen om zijn doel verwezenlijkt te krijgen. Tien jaar lang ging hij niet met vakantie om met het uitgespaarde geld zijn collectie uit te breiden en een beginkapitaal op te bouwen. Het valt hem daarom extra zwaar dat voor zijn museum noch bij de gemeente Amsterdam, noch bij het ministerie van WVC enige subsidie te vinden was. 'Ik vind het een kwalijke zaak, temeer daar dit museum een bijdrage levert aan het behoud van de Amsterdamse cultuur, want in 1613 werd de eerste westerse 'factorij' in Suriname gebouwd door Amsterdam. Ik heb geen tonnen nodig, maar dit museum is ook niet zo onnodig dat het ongesubsidieerd kan blijven.' Een tentoonstellingsprogramma is er nog niet, maar op de vraag of het museum ook de schilderijen van de directeur tentoon zal stellen, antwoordt Swanenberg met een brede lach: 'Ook die gaan hier getoond worden.'