NEDERLANDSE IRONIE IN AMERIKAANSE SCIENCE FICTION FILM VANPAUL VERHOEVEN; Een drilboor-arbeider op zoek naar zijn geheugen

Is Paul Verhoeven nog een Nederlandse filmmaker? Of identificeerde hij zichal zozeer met de Amerikaanse filmindustrie dat het niet eens meer ter zakedoet of het antwoord 'ja' is, of 'nee'? Wie zijn nieuwste Amerikaanseavontuur Total Recall gaat bekijken, zal zien dat Verhoeven een kameleon ismet een oerhollands hart. Oftewel: ja, Verhoeven is nog een Nederlandsfilmmaker, en ja, dat antwoord is van belang. Want net als Robocop, Verhoevens eerste Amerikaanse succes, kreeg Total Recall een atypischeondertoon die samenhangt met Verhoevens Nederlands-relativerende aanpak. Verhoeven is een commercieel denkend cineast die werkt binnen een commercieel circuit en hij houdt zich aan de regels: die ondertoon mocht niet te luid doorklinken in dit verder in alle opzichten zeer Amerikaans uitgewerkte verhaal. Maar toch kreeg Total Recall een toets die geen enkele Amerikaanse collega er ooit aan had gegeven. Verhoeven slaagt erin Genre (science fiction) noch Ster (Arnold Schwarzenegger) al te serieus te nemen, maar doet dat zonder verzeild te raken in satire. Total Recall voldoet aan alle eisen voor een op uitzinnige special effects berustende actiefilm en Arnold Schwarzenegger wordt primair neergezet als de held. De teenager die dat niet wil, hoeft de Hollandse tongue in cheek niet eens waar te nemen. Hij beleeft genoeg voldoening aan het geweld en de heroiek waar hij voor komt.

Maar wie dat saai vindt, kan zijn plezier elders halen. Zo heeft Verhoeven overduidelijk plezier in het image van Arnold Schwarzenegger en het aardige is dat deze Oostenrijker daar precies bij wist aan te sluiten. Dat Schwarzenegger niet de duffe spierstier is die bijvoorbeeld Sylvester Stallone pleegt uit te hangen, was al langer bekend. Deze voormalige zevenvoudige body building-wereldkampioen bewees dat al begin jaren tachtig, met zijn rol in Conan the Barbarian. Hij heeft een lichaam als een moker maar daarboven een charmant expressief gezicht en Schwarzenegger bewees toen al dat bolle spieren niet noodzakelijk vastzitten aan een hersenloze druil. Het pesterig-serieuze gezicht waarmee hij in die film een kameel knock-out sloeg sprak boekdelen. Die neiging tot pastiche werd door Verhoeven in Total Recall uitgebouwd. Schwarzenegger doet wat het publiek van hem verwacht. Hij poseert als het onoverwinnelijke beest, maar in combinatie met Paul Verhoeven is hij meer dan ooit een beest met zeer menselijke trekjes en hij heeft nog humor ook.

Met cynische ironie zien we Verhoeven in Total Recall de toekomst van over honderd jaar beschouwen: niets is werkelijk veranderd, alles is wat uitvergroot, wat grover. En nog steeds zijn de mensen niets wijzer geworden. Zo zijn onze koloniale aspiraties en expansiedwang verplaatst naar andere planeten. Mars werd inmiddels uitgeput en tot achterbuurt van de wereld gemaakt. Wie geld heeft kan daar geriefelijk aan de zwier, om 's avonds moe van de zonde nog even uit te puffen in de lounge van, ook dan nog, een Hilton-hotel. De zonde zelf bleef gelijk: drank, drugs en seks, maar weer in uitvergrote vorm.

De bewoners van Mars moeten betalen voor de lucht die ze inademen en velen hebben onvoldoende geld voor filtersystemen die deugdelijk beschermen tegen schadelijke atmosferische straling. Dat heeft de meest kleurrijke lichamelijke mutaties in de hand gewerkt. Zo kun je in het bizarre Martiaanse 'Venusville' door Verhoeven gemodelleerd naar de Amsterdamse warme buurt, met als centrum een versie van het stamcafe van Irma la Douce genieten van een vrouw met drie borsten (alledrie even ideaal). Over wat er op dat gebied nog meer te koop is, zwijgen Verhoeven en de scenarioschrijvers. Total Recall moet geschikt blijven voor de 'kids' en de Verenigde Staten zijn puriteins.

Ook aangepast aan de voorkeur van die 'kids' is Verhoevens gepassioneerde aandacht voor de vormgeving van het geweld, dat over honderd jaar overigens precies zo'n rol speelt als nu. Er wordt veel vernield in deze film en dat gebeurt steeds in majestueuze stijl, ja zelfs zo groots dat het op de lachspieren gaat werken. En er vallen talloze slachtoffers, de ene op nog pittoresker wijze dan de ander. Mannen vermoorden elkaar liefst op de vuist, vrouwen worden in de rug geschoten, maar dat wel met verve zo ongeveer steekt het in elkaar wat Verhoeven betreft. En opnieuw valt er te giechelen. Het geweld is geschilderd in een net te overdreven stripverhaal-stijl: hoe harder, des te meer zicht op vuisten en andere lichaamsdelen en veel aandacht voor suggestief geluid. 'Knek' zegt de knappende nek, 'blob' een ingeslagen smoelwerk en 'zapp' doet de afgesneden hand, en dat steeds tegen de achtergrond van het onuitgesproken excuus 'ach wat geeft het, het was toch een boef'. Wie zich daardoor zedelijk laat verontrusten, trapt in de val die Verhoeven heeft gespannen. Waren eerdere Verhoeven-films als Spetters en Flesh and Blood zo realistisch van opzet dat zulke bezwaren grond hadden, Total Recall is wat dat betreft veel braver door zijn strikt fantastische uitgangspunt. Opwinding over het gebrek aan respect voor leed, over de exploitatie van bloed en pijn, is verspilde energie: je maakt je ook niet druk over het geweld in Tom en Jerry of over Donald Duck die met een vierkante kop uit een keukenmachine komt. Het amuseert je door zijn timing, vormgeving en humor en dan blijf je kijken. Of het doet je niets en dan loop je weg.

Total Recall stijgt behalve stilistisch ook inhoudelijk uit boven de gemiddelde action fantasy. Verhoeven heeft steeds laten weten dat het verhaal niet zijn verdienste is maar van de schrijvers Dan O'Bannon en Ronald Shusett, die eerder furore maakten met Alien. Al ruim tien jaar waren er filmmakers (onder meer David Cronenberg en Bruce Beresford) mee bezig, maar ze kregen het nooit rond. Het zal niet voor niets zijn dat juist Verhoeven erin slaagde het tot film te realiseren. Verhoevens neiging tot vrolijk nihilisme sloot keurig aan op dit verhaal dat uiteindelijk beweert dat we allemaal ons leven leven als een minder of meer geslaagde droom.

Het scenario stelt de drilboor-arbeider Doug voor die, op zoek naar vermaak, zich meldt bij een 'reisbureau' dat adverteert met het inplanten van een kunstmatige herinnering. Zonder daadwerkelijk de onvoorspelbare vermoeienissen van een reis te hoeven doorstaan, kan worden beschikt over een gedetailleerde, niet van echt te onderscheiden herinnering aan een vakantiebestemming naar keuze, belooft de enthousiaste verkoper. Ook zijn er extraatjes te koop. 'Neem vakantie van u zelf', spoort hij aan, 'neem een van onze egotrips'. Doug kiest ervoor een geheim agent op Mars te zijn, zo een die de hele planeet redt en eindigt met het mooiste meisje in zijn armen. Hij neemt plaats en de behandeling kan beginnen. Maar er gaat iets mis. Hij reageert als een bezetene en de reden wordt al snel duidelijk: Doug is Doug niet. Hij leefde een schaduwleven, gebaseerd op valse, door iemand ingeplante herinneringen. In zijn hersenen ligt ook een afgesloten geheugensegment dat, volgens het principe min maal min is plus, door de ingeplante vakantieherinnering korte tijd werd geactiveerd.

Speculerend op hedendaagse angsten als medische manipulatie, een smeltende kernreactor, straling en een dreigend gebrek aan frisse lucht, voert het intelligente scenario Doug naar het uitgewoonde Mars, waar hij poogt de identiteit van de echte Doug te achterhalen. Verschillende malen denkt Doug zichzelf te hebben ontdekt, en even zo vaak blijkt er zich weer een andere Doug achter te verschuilen. Hij komt tenslotte uit bij een harde, oppervlakkige man die hij helemaal niet wil zijn. Maar Doug wint. De film besluit met een happy end en een hartstochtelijk uitgewisselde kus in scene gezet volgens het overbekende affiche van Gone With the Wind. Heel ideaal, dus. Het publiek kan tevreden naar huis. Te ideaal misschien. Wie terugdenkt, realiseert zich dat alles wat Doug overkomen is, strookt met de praatjes van de vakantieherinnering-verkoper. Of niet? Schrijvers en regisseur lachen het laatst.