Indonesie zal olieproduktie nog niet verhogen

GENEVE/JAKARTA, 9 aug. 'De Westerse industrielanden moeten aantonen dat het hen menens is met het stabiliseren van de oliemarkt door eerst hun voorraden aan te spreken'.

De Indonesische minister voor mijnbouw en energie ir. drs. Ginandjar Kartasasmita kaatst de bal terug die Westerse landen de OPEC toespelen. Globaal schat hij de olievoorraad van de VS op 90 dagen en die van Japan op 150 dagen. 'Die moeten eerst terug naar een maximum van zestig dagen'.

Hij reageert gepikeerd op Westerse druk op de OPEC om de produktie te verhogen nu als gevolg van een VN-embargo de olieproduktie van Irak en Koeweit (4,5 miljoen vaten per dag) dreigt weg te vallen. 'Het is niet fair om een land als Indonesie, dat zeer strikt maatregelen naleeft om de reserves zoveel mogelijk te conserveren, nu te vragen de produktie op te voeren. Voordat de Westerse landen ons om produktieverhoging vragen moeten ze eerst hun eigen voorraden opsouperen. Wij kunnen als het nodig is 1,5 miljoen vaten per dag produceren (nu 1,37 miljoen, red.), maar het Westen moet eerst bewijzen hoe integer het is. Pas als het aanspreken van de voorraden niet voldoet zal de OPEC bijdragen aan stabilisering van de oliemarkt'. Minister Kartasasmita noemt de OPEC-richtprijs van 21 dollar per vat, zoals twee weken geleden afgesproken in Geneve, 'heel redelijk'.

In het defensief gedrongen door de vraag of hij, net als andere OPEC-ministers, in zijn sas is met de onverwachte prijsverhoging als gevolg van Iraks sabelgekletter in de Golf, pareert hij: 'Niemand in de OPEC is blij met een prijsescalatie. Daar snijden we onszelf mee in de vingers. Het bevordert de recessie in de wereld en veroorzaakt hoge inflatie. Daar zijn wij niet bij gebaat. We hebben dit eerder gezien. Nee, we willen zelfs niet te snel, niet voor het eind van dit jaar, de richtprijs van 21 dollar bereiken. Niemand van ons vindt een stijging met 2, 3 dollar per vat aanvaardbaar, wel van 50 of 60 dollarcent.' Hij ontkent dat OPEC-leden als Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran en Venezuela staan te popelen om de produktie op te schroeven: 'We zijn net als jullie in het Westen bezorgd. Het zijn de oliemaatschappijen, de handelaren en de speculanten, die er geld aan verdienen, niet de producenten, en zeker niet de consumenten'.

Minister Kartasasmita die in maart 1988 dr. Subroto opvolgde na diens benoeming tot secretaris-generaal van de OPEC, wijst erop dat de benzineprijzen de sterk fluctuerende olieprijs alleen bij een opwaartse trend onmiddellijk volgen. 'De prijs van olie is alweer 4 dollar gedaald, maar de prijs van benzine gaat nog steeds omhoog. Wie gaat er met de winst strijken ? Niet de producenten.' Indonesie heeft nog niet besloten of het zijn olie-import uit Irak zal staken en gehoor zal geven aan de boycot-oproep van de Verenigde Naties. Volgens Ginandjar Kartasasmita, dient Jakarta de beslissingen van de VN te respecteren, maar moet het 'ook rekening houden met OPEC-lid Irak'. Ginandjar reageerde op recente berichten van AP en de BBC, die zich beriepen op woordvoerder Hardjoko Saputro van het Indonesische ministerie van mijnbouw en energie. Deze had dinsdag verklaard dat Indonesie zal doorgaan olie te importeren uit Irak. Indonesie, zelf een netto olie-exporteur, importeert dagelijks 30.000 vaten ruwe olie uit Irak in ruil voor textiel en andere goederen.

Minister Ginandjar zei gisteren dat Hardjoko voor zijn beurt had gesproken. De ambtenaar in kwestie had niet gehandeld op gezag van de minister en had 'geen regeringsstandpunt' verkondigd. Het officiele Indonesische standpunt over een eventuele deelname aan een boycot van Irak wordt pas bekend gemaakt na overleg tussen de departementen van mijnbouw en energie en buitenlandse zaken.

Terwijl Indonesie eerder deze week het zwarte schaap van de internationale gemeenschap dreigde te worden, als gevolg van de berichten over Jakarta's weigering zich aan te sluiten bij de boycot van Irak, poogt minister Ginandjar nu de schade te beperken. De kwestie-Irak, aldus de minister, is niet langer louter een zaak van olie-importen, maar is een 'zeer gevoelige buitenlandse politieke aangelegenheid geworden'. Volgens minister Ginandjar zou een eventueel besluit van Indonesie om de olie-import uit Irak te staken geen problemen opleveren voor de energievoorziening. Jakarta is in staat om aan de binnenlandse vraag naar olie te voldoen door op andere markten te kopen en de reserves aan te spreken die de nationale oliemaatschappij Pertamina heeft aangelegd op de zuidpunt van het eiland Sumatra, aldus Ginandjar.