GESCHIEDENIS VAN HET ENGELSE SCHOOLUNIFORM; Hetvoorgeschreven aantal knoopjes dicht

In de Engelse prostitutie worden andere eisen gesteld dan in de Nederlandse. Tot de vaste beroepsattributen behoren daar kledingstukken als een witte blouse met schooldas en een zwart rokje, waar bij mijn weten in de Nederlandse bedrijfstak zelden vraag naar is. Ook kan men zich hier nauwelijks een restaurant voorstellen als School Dinners in Londen, waar het vrouwelijk personeel in soortgelijke uitdossing rondloopt en waar op het hoogtepunt van de avond het zitvlak van een van de gasten met een rietje wordt bewerkt. En evenmin ziet men in de Nederlandse kranten advertenties met teksten als Strict Governess gives French lessons to boys in uniform of Paula's Academy for Naughty Boys. Het wordt er, vooral door heren in hogere kringen, beschouwd als een toppunt van pikanterie.

De zinneprikkelende toepassingen van het schooluniform zeggen ongetwijfeld veel over de onvolwassen erotische belevingswereld van heel wat Britse politici, juristen en hoofdredacteuren. In zijn boek Blazers, badges en boaters wijdt de voormalige schoolmeester Alexander Davidson er zelfs een apart hoofdstuk aan. Maar wat hij erover opmerkt, stelt teleur. Hij houdt het op een nogal onschuldig soort nostalgie, die heren naar zulke frivoliteiten doet verlangen. Er is niets pervers aan, stelt hij vast het is alleen maar een aardigheidje. Ik geloof er geen woord van.

De frustraties uit de jongensjaren moeten zich diep in hun psyche hebben genesteld, dat kan niet anders. Het is bovendien hoogst aannemelijk voor wie kennis neemt van de door Davidson smeuig samengevatte historie van het schooluniform. Er moet in de loop van de decennia bij de gemiddelde Britse puber heel wat onderdrukt zijn.

Uniforme schoolkledij bestond eeuwen geleden reeds, al was het maar omdat de kleding in vroeger tijden weinig variaties kende. Zestiende-eeuwse weeskindertjes droegen soutane-achtige buisjes, die bij de gegoede burger een gevoel van medelijden en dus goedgeefsheid moesten opwekken. Het geinstitutionaliseerde uniform dateert echter vooral uit de vorige eeuw, toen de school een verplichting voor ieder kind werd en de behoefte aan strikte regels bij die toevloed van leerlingen groeide. Gaandeweg veranderde het karakter van het schooluniform: het zichtbare teken van armoede en liefdadigheid werd een statussymbool. Sinds het Victoriaanse tijdperk werd de allure van een Britse school afgemeten aan de netheid van het uniform. Er ontstond toen een gecompliceerd systeem van kledingvoorschriften, dat pas in de jaren zestig van deze eeuw ging vermolmen. Het uniform werd een middel om de persoonlijkheid van de leerling in het gewenste model te kneden. Men houdt makkelijker overwicht als iedereen tot gelijkheid wordt gedwongen. Een leraar van de beroemde Eton-school zei, dat hierdoor een type volwassene werd gekweekt dat het algemeen belang voor het persoonlijk belang zou stellen en in wier handen de eeuwenoude waarden veilig zouden zijn.

Davidson geeft frappante voorbeelden van het regime: een voorgeschreven aantal knoopjes gesloten, voorschriften voor het aan- en uitkleden waarbij zo weinig mogelijk van het (eveneens uniforme) ondergoed zichtbaar werd, de hoed niet naar voren of naar achteren maar middenop het hoofd. Toen het gebruik van een fiets ook voor meisjes was toegestaan, moest de rok weliswaar wijder worden, maar werden de zomen verzwaard met lood. Een hoofdonderwijzer op Harrow ergerde zich zozeer aan het feit dat zijn jongens met de handen in de zakken liepen, dat hij alle broekzakken dicht liet naaien. Tijdens een sportwedstrijd tegen aartsvijand Eton werden de jongens van Harrow uitgejouwd om hun dichte zakken. Die vernedering ging te ver; onmiddellijk moesten alle broekzakken weer open. Het lopen met de handen in de zakken werd echter ten strengste verboden.

Veel van de oude rituelen zijn in de huidige schooluniformen nog steeds terug te vinden, hoewel de voorschriften aanzienlijk informeler zijn geworden. In sommige gevallen is het al genoeg als iedereen min of meer dezelfde pullover draagt. Maar lang niet overal. De blazer, de strohoed en de pandjesjas zijn vooral op hoogtijdagen nog hoogst gebruikelijke attributen. De schooldas heeft alle vormen van jeugdrebellie overleefd. Meisjes hoeven niet meer op elke school sokjes te dragen; als nylons worden toegestaan, dienen daarbij echter wel platte schoentjes te worden gedragen. Bepaalde kleuren en kleurcombinaties worden tot op de dag van vandaag in ere gehouden.

Als het rationele argument voor het handhaven van de uniformen geldt nu het democratiserende aspect: als iedereen hetzelfde draagt, is van niemand de afkomst meer te zien. Of dat excuus opgaat, is nog maar de vraag. Er zit een merkwaardige paradox in Groot Brittannie nergens is het schooluniform nog zo alledaags als daar, terwijl tegelijkertijd ook de indeling in maatschappelijke klassen er weliger blijft tieren dan elders.

Davidson is evenmin overtuigd van de blijvende noodzaak. 'Als we uniformen nodig hebben om gezag uit te oefenen over onze kinderen, ' zegt hij, 'is er iets fundamenteels mis. In scholen op het Europese vasteland, die doorgaans geen uniformen hebben, ligt het academische en disciplinaire peil vaak hoger. Kan dat volledig toeval zijn?' Maar wie in Groot Brittannie pleit voor het afschaffen van een traditie, vecht meestal tegen de bierkaai.