Een oprechte spiritiste

Gebedsgenezers, preachers, het zijn parasieten. Ze speculeren op een versterkt religieus besef van mensen zonder hoop. Ze brengen stakkers het hoofd op hol door zich op te stellen als een soort telefoonverbinding met God of met gestorven geliefden en de enigen die er beter van worden zijn ze zelf.

Maar wat als zo'n medium de waarheid spreekt? Wat als een helderziende eerlijk vertelt dat hij of zij de gewelddadige dood ziet van iemand die je na staat? Wat als diezelfde paranormaal begaafde ook een blik kon werpen op de moordenaar? Met dit uitgangspunt maakte Mike Hodges de thriller Black Rainbow. Een spiritiste en gebedsgenezeres reist de Amerikaanse 'Bible Belt' af, van de ene gesjochten kerk naar de andere. Overdag gedraagt ze zich overdreven aards. Ze rookt de ene sigaret na de andere, ze vloekt veel en vaak en een aantrekkelijke hotelbediende lokt ze zonder plichtplegingen in haar bed. 's Avonds zetelt ze sereen voor de samengestroomde gelovigen. Ze zit op een fluwelen troon als een neergedaalde engel, in een witte japon en met een goedgerichte ventilator in de buurt om haar lange haren zachtjes te laten bewegen. Ze sluit haar ogen en vertelt hoe mooi het is in de hemel, 'als aan het eind van de regenboog'. Ze weet wat de mensen willen horen: Tom is gelukkig 'daar', en Rita ook. Haar partner is haar vader. Hij behartigt haar belangen zoals hij dat deed voor haar moeder die hetzelfde beroep had en hij koopt whiskey van haar geld. Maar dan, op een avond als alle vorige, gedraagt zijn dochter zich ontoelaatbaar. Ze jaagt de mensen de stuipen op het lijf. Niet langer speelt ze de barmhartige engel. Ze wordt een heks die met vertrokken gezicht en schorre stem de beloofde regenboog bezoedelt met afgrijselijke verhalen. Leugens! roepen de geschokte mensen. Maar de verhalen komen uit, tot in details. Vader en dochter verlaten halsoverkop het stadje, op de vlucht voor een volksgericht, de politie, de pers en de moordenaars die bang zijn voor ontmaskering.

Hodges suggereert dat de spiritiste werkelijk helderziend wordt omdat alleen op die manier de wereld gered kan worden van een milieuramp. Juist dat idee, hoe goed ook bedoeld, ondergaaft zijn verhaal. Het drama van de spiritiste die ineens niet meer liegt, was voldoende. Het aanklagen van de gewetenloze directie van een chemische fabriek gaat over de schreef omdat hij er niet in slaagt het in te passen in de rest. Hodges is goed wanneer hij zich toelegt op elegante horror en stijlvolle suspense. Maar een angstige menigte vrouwen en kinderen aan de hekken van een brandende fabriek wordt in zijn vingers een platte gebeurtenis.

Wat Black Rainbow aardig maakt zijn de acteurs. Rosanna Arquette speelt uitstekend de hysterica die zich met nagels en tanden vasthoudt aan een zo werelds mogelijk bestaan om alsjeblieft maar niet de hemel in te hoeven vliegen. Jason Robards is minstens zo prachtig als de vader die, naar blijkt, druk doende is een vreselijk geheim verloren te laten gaan in de alcohol.