Constructivisten in de Manege in Moskou

De perestrojka mag dan in de Sovjet-Unie hebben geleid tot een verdere economische neergang, in cultureel opzicht is er veel verbeterd. Een tentoonstelling van constructivistische kunst en architectuur, zoals nu is te zien in de Manege in Moskou, was vijf jaar geleden in ieder geval ondenkbaar.

Toch lijkt de rehabilitatie van het constructivisme niet echt van harte te gaan. Vorige week ging de tentoonstelling ongemerkt open voor het publiek, terwijl in een deel van de Manege, een groot uitgevallen classicistische tempel, nog druk werd getimmerd. Nergens in de stad, zelfs niet op de Manege zelf, hangen aankondigingen en op 20 augustus sluit de tentoonstelling alweer. Dat is jammer, want de kunst en architectuur in de Manege verdienen een groot publiek. Het gaat bij de tentoonstelling in de Manege, die uittien kleine exposities bestaat, om constructivisme in de ruime zin van het woord: kunst en architectuur waarin op een of andere manier gebruik wordt gemaakt van geometrische vormen. Kazimir Malevitsj (1878-1935), een van de Russische grondleggers van de geometrisch-abstracte kunst, is nadrukkelijk aanwezig in de tentoonstelling. Op verschillende plekken zijn de reconstructies van zijn decors en kostuums voor de opera Overwinning op de Zon uit 1913 opgehangen. Van Alexander Rodtsjenko (1891-1956), eigenlijk de enige 'strenge' constructivist op de tentoonstelling, zijn tientallen (ten onrechte) minder bekende foto's van gebouwen uit de jaren twintig en dertig te zien. Rodtsjenko is ook de ontwerper van enkele van de vele beroemde affiches die bijna achteloos op een lange houten wand zijn aangebracht.

Bijzonder is de tentoonstelling die (voor het eerst) aan hetwerk van de rationalistische architect Vladimir Krinski (1890-1971) is gewijd. Krinski's werk is eigenlijk precies het tegenovergestelde van het constructivisme. Gold voor de Russische constructivistische architecten het adagium 'form follows function', het uitgangspunt van Krinski was meer 'function follows form'. De ritmische geleding en de kleuren van de verschillende onderdelen van een gebouw stonden voorop zijn het werk. Maar net als de constructivisten liet hij zich inspireren door de geometrisch-abstracte composities van de schilders van zijn tijd. Dat geldt ook voor Krinski's geestverwant Jakov Tsjernichov (1889-1951), van wie een duizelingwekkend aantal overrompelende architectuurfantasieen is te zien. Dat het constructivismeniet alleen tot de geschiedenis behoort, is te zien aan de vele werken van hedendaagse constructivistische kunstenaars uit allerlei landen. Ze zijn in de Manege bijeen gebracht door PRO, de Organisation Pro Art and Architecture van de Nederlandse kunstenaar Fre Ilgen, die eind juli een congres hield in Moskou.

De selectie had wel wat strenger gemogen. Veel van de 'constructieve' kunstwerken en ontwerpen zijn slappe aftreksels van wat elders in de Manege is te zien. Dan zijn werken van de leerlingen van de Studio voor Experimentele Kinderarchitectuur veel overtuigender. Het is ongelooflijk wat deze kinderen van 7 tot 18 jaar maken. De lessen van Vladislav Kirpitsjov, die deze unieke school in 1977 oprichtte, zijn duidelijk gebaseerd op het werk van Malevitsj en Tatlin, maar anders dan veel volwassen constructivisten gebruiken de kinderen de geometrische vormen op een fantasievolle, bijna surrealistische wijze. De overige tentoonstellingen zijn van eenminder gehalte of hebben weinig met het constructivisme te maken. Het gaat hier duidelijk om tweede keus. Dat komt doordat verschillende plannen op het laatste moment geen doorgang konden vinden een kenmerk van het huidige chaotische tentoonstellingswezen in de Sovjet-Unie. Echt erg is dit niet, want wie een bezoek brengt aan de Manege moet al zoveel prachtige kunst verwerken dat nog meer waarschijnlijk tot een Stendhal-syndroom zou leiden.