Boeren betwisten Brussels succes

DEN HAAG, 9 aug. De boeren klagen. Vorige week deden ze dat over de hitte en altijd al over het Europese landbouwbeleid. Daar deugt maar heel weinig van is de gangbare opvatting, ook als het om het Europese zuivelbeleid gaat. Zat de Gemeenschap enige jaren geleden nog met reusachtige overprodukties aan magere melkpoeder en boter, nu meent men bij het zuivelbedrijfsleven dat sprake is van een dreigend zuiveltekort in Europa.

De Nederlandse minister Braks (landbouw) denkt daar anders over. In zijn onlangs gepubliceerde evaluatienota superheffing geeft hij te kennen dat het Europese zuivelbeleid (het in april 1984 ingevoerde systeem van de superheffing op melk) beslist een succes is. Vooral omdat de gemiddelde inkomens van Nederlandse melkboeren in zes jaar tijds met circa vijftig procent zijn toegenomen. Ze overtreffen nu royaal die van hun collega's in de meeste andere Europese zuivelgebieden, zoals Normandie en Bretagne en in Ierland en Groot-Britannie. Van de wereldhandel in zuivelprodukten neemt de EG 56 procent voor haar rekening, tegenover nog 44 procent in 1983. De EG staat er beter voor dan ooit doordat het zijn voornaamste concurrenten, Nieuw Zeeland en de VS opzij heeft gedrukt. voor de Europese boeren weinig reden dus tot ontevredenheid zou men op het eerste gezicht zeggen. Maar toch. Toen in 1977 door de Europese Commissie was gezegd dat verdere 'zachte maatregelen' om een evenwichtsherstel van de EG-zuivelmarkt te bereiken geen zin meer hadden en er daarom een 'medeverantwoordelijkheidsheffing' op melk moest komen, was de wereld te klein. De melkboeren protesteerden en het Landbouwschap was woedend. Vooral omdat de inkomenssituatie van de melkboeren al ronduit slecht zou zijn. Minister Van der Stee zette toen echter door, daarbij trouw gesteund door het Produktschap voor Zuivel, dat zich vrijwel terstond bereid verklaarde om de Brusselse heffingsverordening uit te voeren. Helaas werkte ze niet meteen. De melkproduktie bleef stijgen. Steeds met bijna drie procent per jaar, terwijl in de EG de consumptie van zuivelprodukten jaarlijks met niet meer dan 0,5 procentpunt toenam. Dat kwam de EG-landen op hoge kosten te staan. Vooral toen er eind 1983 een boterberg van 850.000 ton (zo'n drie miljard pakjes roomboter) en een overschotvoorraad van 980.000 ton magere melkpoeder bleek te bestaan. Allerlei ideeen om die weg te werken, bijvoorbeeld door schoolmelk- en schoolkaasprogramma's hielpen niet.

Het zuivelbedrijfsleven vond een en ander ook niet zo ernstig want je zou naar men meende met die voorraden toch nog altijd heel wat aan internationale voedselhulp kunnen doen, vooral als de arme landen wat koopkrachtiger zouden worden. In april 1984 kwam het keerpunt. Door de invoering van de zogeheten 'superheffing' trad een drastische wijziging op in het Europese zuivelbeleid. Ieder EG-land mag sindsdien niet meer dan een bepaalde hoeveelheid melk produceren en voor elke liter dat de boeren boven het quotum uitkomen moeten zij een heffing van 75 procent op de prijs per kilo melk betalen. Zo was het eerst. Later, toen de regeling die tot 1989 zou duren tot 1992 werd verlengd, is de heffing verhoogd tot honderd procent en nog later nog eens tot 115 procent. Dat werkte. De cijfers gingen omlaag, waardoor de Europese melkproduktie in 1987 weer op het niveau van zeven jaren eerder uitkwam, zij het dat er nog altijd ook door Nederland veel te veel geproduceerd wordt. Braks vindt echter dat het systeem om de groei in zuivelproduktie in te perken wonder wel slaaagde. Maar niet altijd en overal. Het is log en bureaucratisch en is aan verbetering toe, vindt de Nederlandse landbouwminister, wiens departement nog nauwelijks is opgewassen tegen het optreden van zwarte melkhandelaren die er alles aan doen om die heffing te frustreren.

Bovendien zegt Braks dat de zuivelsituatie hem weer zorgen baart en dat de wereldhandel, vooral door toedoen van Nieuw Zeeland als grote boterexporteur nog steeds labiel is. Verder blijken de consumptie en export te dalen, de produktie niet te stuiten en de Europese voorraden weer op te lopen. Reden dus om nog lang niet af te stappen van een stringent zuivelbeleid, ook al pleitte het Landbouwsschap in juni nog voor verlaging van de hoogte van de superheffing. Voor de Nederlandse boerenstand heeft de sinds 1984 gevoerde Europese zuivelpolitiek tot nu toe vrijwel uitsluitend positieve gevolgen gehad. Het gemiddeld inkomen van de melkboeren steeg van 63.300 gulden in 1984 tot 94.600 gulden in 1988, een toename van maar liefst 49 procent. In tegenstelling tot deze florissante ontwikkeling daalden de inkomens van akkerbouwers in dezelfde periode met 46 procent en die in de bio-industrie zo'n 48 procent. Onder de Nederlandse agrariers zijn de melkboeren met bijna twee miljoen koeien (1988; in 1984 circa 2,4 miljoen) er dus verreweg het beste aan toe. Het Europese zuivelbeleid zorgde in hun sector voor structurele verbeteringen; door een vrij sterke vermindering van het aantal melkbedrijven, en door bedrijfsvergroting en een forse stijging (bijna 15 procent) van het aantal jaarlijkse kilo's melk per koe (1984: 5.455; 1988: 6.258 kg) waardoor het mogelijk werd met minder vee en dus minder kosten aanzienlijk meer te verdienen.

Ook in de Loirestreek, Noord-Engeland en Noord-Ierland was er sprake van vrij spectaculaire inkomensverbetering, terwijl die elders in Europa ook nogal altijd zo'n 20 procent was, behalve dan in Denemarken waar het melkboereninkomen met zo'n acht procent achteruit is gegaan. met de Europese melkveehouderij gaat het al met al betrekkelijk goed, zij het dat aan het systeem wel het nadeel dat melkbedrijven niet gemakkelijk meer verkocht kunnen worden. Dan nu die veronderstelling dat er in Europa een zuiveltekort is en de daaraan verbonden eis dat onder meer in Nederland het melkquotum verruimd en de superheffing verlaagd moet worden. Het Landbouweconomisch Instituut (LEI) in Den Haag vindt de gedachte van een zuiveltekort beslist overdreven. Omdat economisch gezien geen sprake van schaarste is en omdat de totale zuivelproduktie in Europa nog vrijwel even groot is als in 1984, het jaar van invoering van de superheffing. De door melkboerenvertegenwoordigers aangewakkerde discussie over een vermeend zuiveltekort mist zijn doel, zegt het LEI in een rapport uit 1989. De vraag waar het volgens dit rapport nu om gaat is immers niet zozeer of er genoeg melk is, maar hoe kan worden voorkomen dat de vroegere afzetproblemen van boter en melkpoeder opnieuw ontstaan. Immers: het toch al fragiele maatschappelijke draagvlak voor een zekere mate van agrarische markondersteuning door de overheid, zou bij nieuwe boterbergen en nieuwe melkplassen wel eens heel snel kunnen verdwijnen.