Bhutto wordt wellicht voor rechter gedaagd

ISLAMABAD, 9 aug. De Pakistaanse justitie stelt een onderzoek in naar beschuldigingen als zouden Benazir Bhutto, de eerder deze week ontslagen premier van Pakistan, en haar man zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie. Dat heeft gisteren haar voorlopige opvolger, Ghulam Mustafa Jatoi, gezegd.

Jatoi wilde zich niet uitlaten over de mogelijke bestraffing van Bhutto voor het geval de rechtbank haar schuldig bevindt; wel zei hij dat Bhutto's diskwalificatie voor deelname aan de verkiezingen van 24 oktober een mogelijke straf kan zijn. Volgens Jatoi heeft Bhutto zich schuldig gemaakt aan 'de ergste corruptie in de geschiedenis van Pakistan' en heeft ze met haar man en hun vrienden de Pakistaanse economie en schatkist 'beroofd en geplunderd'. Het zou, aldus Jatoi, 'oneerlijk zijn' de daders vrijuit te laten gaan. Bhutto en haar man mogen Pakistan niet verlaten. Hetzelfde geldt volgens Jatoi voor een aantal andere leiders van Bhutto's regering; hij noemde daarbij geen namen. Bhutto's man, Asif Ali Zardari, moet de politie zelfs informeren als hij zijn huis verlaat. Zardari is in het verleden vaak beschuldigd van corruptie en misbruik van de functie van Bhutto, maar die beschuldigingen hebben nooit geleid tot een veroordeling door een rechtbank.

Bhutto zelf wees de beschuldigigen van de hand en omschreef ze als onderdeel van 'politieke vervolging' waaraan ze zou worden onderworpen. Ze voegde daaraan toe dat ze was afgezet in een 'quasi-militaire interventie' die met democratie niets te maken heeft. 'De militaire inlichtingendienst heeft (president) Ishaq gedwongen actie tegen me te ondernemen, ' zei ze tegen een menigte aanhangers bij haar huis in Karachi. Ze voorspelde dat het leger binnen enkele weken Jatoi zal afzetten en de macht in handen zal nemen en dat de beloofde verkiezingen op 24 oktober niet zullen worden gehouden.

Het Pakistaanse leger en Jatoi hebben die beschuldigingen inmiddels van de hand gewezen. Jatoi wees op de hulp die Bhutto in 1988 op haar eigen verzoek van het leger heeft gekregen toen ze premier wilde worden, 'hoewel ze technisch geen meerderheid bezat'.

De premier wilde gisteren niet zeggen of hij het leger volmachten geeft om in Sindh een eind te maken aan het etnisch geweld tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Bhutto had het leger die volmachten geweigerd. Jatoi beperkte zich tot de belofte 'geen enkele poging achterwege te laten om in Sindh de orde te herstellen en er het leven, de eer en het bezit van de bevolking te sparen'.

(Reuter, AP, UPI)