Woolstock: paniek en instemmend geblaat

TEXEL, 8 aug. Hebben schapen gevoel voor muziek? Op Texel viel gisteravond de proef op de som te nemen, want toen beleefde dit Waddeneiland een van de wonderlijkste taferelen uit zijn geschiedenis: een concert voor een publiek van duizend schapen. Diverse menselijke waarnemers meenden uit de nuances in het geblaat af te leiden dat de kudde, bijeengedreven in een zestal omheiningen in een halve cirkel rond het podium, haar instemming betuigde met de strijkers, maar weinig vreugde beleefde aan de blazers.

Woolstock heette het spektakel, een initiatief van de jonge stichting A Concert for Animals, die wordt gedragen door drs. Clemens van de Ven. De 40-jarige filosoof-muzikant uit Nijmegen, die opviel door een cowboy-achtige uitmonstering zonder hoed, beende lichtelijke nerveus rond in de duinvallei waar het zich allemaal bij een fraai ondergaande zon afspeelde en verklaarde na afloop: 'Het was fantastisch'.

Op de boerderij van zijn broer in Midden-Beemster had hij gemerkt dat zijn gezang de dieren boeide en na enkele try-outs op de Edese heide had hij de tijd rijp gevonden voor de grote klap.

Het moest op Texel, Nederlands schapeneiland, gebeuren, want de directe aanleiding tot het kunstzinnig, tevens demonstratief evenement was het plan van Australische schapenboeren om tien procent van hun veestapel, vele miljoenen exemplaren, eenvoudig 'door te draaien', dat wil zeggen af te maken en te begraven wegens een overschot op de wol- en vleesmarkt. 'Alsof het komkommers zijn', aldus een bekommerde Van de Ven, die aandacht vraagt voor een andere relatie mens-dier dan tot nu toe gebruikelijk is: 'Het is meer dan een landbouwprodukt'. Schapenhouder Frans Koorn, die zijn bedrijf uitoefent op de noordkant van Texel bij natuurgebied de Slufter, werd bereid gevonden zijn kudde voor de actie beschikbaar te stellen en in het Ricciotti Ensemble vond men een even geestdriftig als capabel gezelschap om de vereiste tonen voort te brengen. Het betreft hier een veertigkoppig 'straat'symfonie-orkest, samengesteld uit studenten van de Nederlandse conservatoria en enkele niet-professionele musici, die het begrip 'straat' opvatten als een metafoor voor 'speelplaatsen waar een zo breed mogelijk publiek kan worden bereikt': het grand cafe, de kerk, de discotheek en natuurlijk de straat zelf.

Lauweren

Het ensemble met zijn klassieke repertoire, gesubsidieerd door WVC en de gemeente Amsterdam, wist vorig jaar lauweren te oogsten in de Sovjet-Unie en na uitvoeringen op het Rode Plein en in een Russisch strafkamp kon Woolstock naar analogie van het legendarische popspektakel Woodstock in de late jaren zestig er nog wel bij. 'Het is maar een fractie gekker dan we al hebben meegemaakt', verklaarde dirigent Leonard van Goudoever, die morgen met zijn gezelschap aantreedt bij Sail '90, als opening van een Nederlands toernee langs onder meer een asielzoekerscentrum, de Rosendaelsche Golfclub en de Ooypolder bij Nijmegen.

Gisteravond ging het dus om de schapen, geen Texelaars zoals men zou verwachten, maar vertegenwoordigers van het Swifter-ras, waarmee Koorn op het eiland een uitzondering vormt. Met zijn collega's heeft hij weer gemeen dat ook zijn dieren allereerst de vleesconsumptie dienen; de wol is bijzaak en wordt voornamelijk verwerkt in de bekende Texeler dekbedden. Tijdstip en lokatie van het concert, dat een uur duurde, waren nadrukkelijk geheim gehouden uit angst voor een toevloed van toeristen, die met bijna 50.000 man het eiland bevolken. De pers mocht er wel bij, maar werd, evenals de onvermijdelijke officials, aan strakke regels gebonden. Een van de consignes luidde: 'Applaudisseren (met de handen een klappend geluid maken) dient vermeden te worden, aangezien de schapen anders in paniek raken'.

Ook gold een absoluut rookverbod, terwijl verslaggevers en fotografen dringend werd verzocht hun werk zo onopvallend mogelijk te doen: 'We willen het totaalbeeld niet door mensen laten verstoren'. Paniek is inderdaad niet uitgebroken, zoals men tegen half tien bij de laatste klanken kon vaststellen, al viel aanvankelijk het ergste te vrezen. Het openingsnummer, The Seventh Dawn van Chiel Meyering, bleek niet bijster gelukkig gekozen. Diverse schapen uitten hun afkeer van het gebodene met een krachtig equivalent van de rokershoest, terwijl een stuk of twintig Swifters over de omheining sprongen en het vrije veld kozen. 'Dat vinden wij niet erg', viel van het podium te beluisteren, 'dat zijn we gewend als straatorkest'. Maar dan toch niet bij het eerste nummer, zou men denken. Wellicht hadden de ontsnapten gelijk en dat zou pleiten voor hun muzikale gevoel, want The Seventh Dawn kon ook menig menselijk oor niet bekoren. Een anonieme toehoorder omschreef het stuk zelfs als een 'verzameling bijeengepleurde noten'. Gelukkig voor de organisatoren bleef het vluchtgedrag tot dit ene incident beperkt. Haydns Symfonie nr. 7 en Lament voor strijkers van Sjostakovitsj vielen zeer in de smaak bij het duizendkoppige publiek, dat ook voor de sopraan Maja Ottenheym met haar aria van Purcell en folksongs van Britten gepaste waardering wist op te brengen. Het slotnummer Sylvia kon eenzelfde goedkeuring wegdragen. Dat was dan ook een pentatonische compositie van initiatiefnemer Clemens zelf; hij raakte er zichtbaar door ontroerd.