TUSSEN NEDERLAND EN DE VS

Met de internationalisering en globalisering vervagen de grenzen. Bedrijven opereren wereldwijd; het internationale verkeer neemt toe; de hele wereld kijkt CNN. We moeten wel naar het buitenland. Zo komt het dat ik me nu, terwijl ik me hoog in de lucht tussen Nederland en de Verenigde Staten bevind, afvraag waar je het beste wonen kan: in het land van kneuterigheid en gezelligheid of in het land waar alles groot is en iedereen druk bezig? The Wealth of Nations; volgens Adam Smith gaat het daarom in de economie. Misschien geldt dat ook voor de beslissing in welk land we hetliefst willen wonen. Welnu, 200 jaar na de dood van Smith weten economennog steeds niet goed hoe je de rijkdom van een land kunt bepalen. We hebben geleerd om de totale produktie van goederen en diensten te berekenen. Het nationaal produkt noemen we dat. Delen we dat getal door het aantal bewoners dan zouden we een richtlijn hebben voor de relatieve aantrekkelijkheid van een land. Een paar kleine olielanden blijken dan het meest aantrekkelijk, gevolgd door Zwitserland en Zweden.

Nederland komt na de VS. Maar de getallen zeggen weinig. Voor geen goud zou ik in de kleine olielanden willen wonen - en dan denk ik nog niet eens aan de huidige situatie. Zwitserland trekt ook niet erg. Maar goed, op grond van deze economische maatstaf hebben de VS een streepje voor op Nederland.

De abstracte getallen vertalen zich in concrete ervaringen. De winkels in de VS zijn groter; ze hebben over het algemeen meer keuze - het spul voor het ontbijt zou al een halve Albert Heijn in beslag nemen - en ze zijn open. De klant die om drie uur 's nachts inkopen kan doen en op zondag een bankstel kan uitkiezen, is echt koning. De Nederlandse klant die om een minuut over zes voor een dichte deur staat is in vergelijking daarmee een armoedzaaier. Veel rijker wordt hijniet als dat straks een over half zeven wordt. Hij zal zich ook armer wanen wanneer hij ziet hoe snel Amerikanen een kapotte telefoon of een gesprongen buis gerepareerd krijgen. Voeg daarbij het voordeel van de ruimte dat zich uitdrukt in grote huizen en tuinen, en je zou zeggen dat het zonder meer beter wonen is in de VS. Toch is met de Amerikaanse overvloed niet alles gezegd. Het kan bij voorbeeld pijn doen dat de overvloed aan een vijfde van de bevolking vrijwel geheel voorbij gaat. Voor iemand met een Nederlands gevoel voor sociale rechtvaardigheid worden de Verenigde Staten armoediger door het scherpe contrast tussen rijk en arm. En we weten natuurlijk allemaal dat het niet om kwantiteit maar om kwaliteit gaat.

De Oeso heeft geprobeerd het kwalitatieve van de levensomstandigheden van landen in cijfers te vatten. Daartoe heeft het cijfers verzameld onder de volgende categorieen: gezondheid, onderwijs, werkgelegenheid, vrijetijdsbesteding, materiele welvaart, ruimtelijke ordening en veiligheid. Afgezien voor de categorieen materiele welvaart en werkgelegenheid komt Nederland er vergeleken met de VS niet slecht af. Voor iemand die een goede gezondheid hoog op zijn verlanglijst noteert, is Nederland het rijkere land want Nederlanders leven gemiddeld twee tot drie jaar langer. De Verenigde Staten zijn daarentegen weer rijker aan mogelijkheden voor dure en ingewikkelde operaties.

Op het gebied van het onderwijs is de uitslag gemengd. Ik zit nu temidden van Nederlandse scholieren die voor een jaar in de VS naar school gaan. Het gaat hen om iets anders dan het Amerikaanse onderwijs want daarvan zullen we niet veel wijzer worden. Hun Nederlandse school telt het Amerikaanse jaar niet mee. De Amerikaanse universiteiten zijn een ander verhaal; een aantal is steengoed met uitzonderlijke professoren, gevarieerde onderzoek- en onderwijsprogramma's en ruime financiele middelen. Daar kunnen de Nederlandse universiteiten niet aan tippen.

De Verenigde Staten zijn een goed land voor mensen die veel willen werken. Want dat doe je daar. Amerikanen zullen ook niet proberen succeste kleineren, zoals Nederlanders dat graag doen. Wil je goed koken en mooie wandelingen in de buurt maken en stel je prijs op lange vakanties en gezelligheid dan is Nederland het betere land. Amerikanen hebben moeite met hun vrije tijd. Ze eten veel (40 procent van de kinderen zijn te dik), niet erg goed (weinig verse groenten en vers vlees in vergelijking) en snel (MacDonald). Ze lezen weinig (gemiddeld negen minuten per dag) en kijken veel televisie (alleen de Japanners doen dat meer). Vergeleken met Nederlanders zijn Amerikanen veel alleen bezig. Echt gezellig kan je het sociale leven in de VS niet noemen.

De VS hebben meer ruimte maar Nederlanders gaan beter om met de ruimte die ze hebben. Aan de veiligheid hoef ik weinig woorden vuil te maken; het feit dat mijn huis in Washington DC tralies voor de ramen heeft zegtvoldoende. Dus waar is het beter wonen? Ik moet nog een in de VS woonachtige Nederlander ontmoeten die hier niet dubbel over is. Wij genieten van de Amerikaanse openheid en het werkklimaat in de VS. Daaromzijn we hier. Tegelijkertijd hunkeren we naar de Nederlandse gezelligheid. De Verenigde Staten zijn beter voor het werk, Nederland voor het sociale leven. Daarom blijf ik heen en weer gaan. Besluiteloos leef ik tussen twee continenten, tussen twee culturen.